Hoofdstuk 1: De geheimzinnige schuur
Mats was zeven jaar en dol op uitvinden. Zijn kamer lag altijd vol met tandwielen, schroeven en oude wekkerklokjes. Op een zonnige woensdagmiddag wandelde Mats naar het huis van opa en oma, waar hij vaak op avontuur ging.
Terwijl Mats de tuin verkende, viel zijn oog op de oude schuur achterin. “Die schuur is toch altijd op slot?” mompelde hij. Maar vandaag stond de deur op een kiertje. Mats glipte nieuwsgierig naar binnen.
Binnen was het stoffig en donker, maar in een hoek glinsterde iets. Mats kneep zijn ogen samen. Het was een grote, ronde kast met knoppen, hendels en een glazen deur. Op de kast zat een briefje: ‘Niet zonder nadenken gebruiken!'
Mats grinnikte. “Dat klinkt juist heel spannend,” fluisterde hij. Hij bekeek de knoppen. Er stond een wijzerplaat op met jaren: 2024, 1500, 3000… Mats voelde zijn hart sneller kloppen.
Ineens hoorde hij een stem. “Wat doe jij daar?” Het was opa, met een glimlach. “Opa, wat is dit?” vroeg Mats.
Opa lachte geheimzinnig. “Dat is een tijdmachine, jongen. Maar je moet goed nadenken voordat je ergens heen reist. Elke tijd heeft zijn eigen regels.”
Mats knikte. “Mag ik het proberen?”
Opa dacht even na. “Als je belooft terug te komen voor het avondeten, mag het. En vergeet niet: kijk goed om je heen, stel vragen en wees altijd nieuwsgierig.”
Mats sprong een gat in de lucht. “Ik neem mijn notitieboekje mee, opa! Dan kan ik alles opschrijven.” Hij pakte een potlood, zette zijn pet recht en stapte in de tijdmachine.
Met een diepe zucht draaide Mats aan de wijzerplaat naar 1452. “Middeleeuwen, hier kom ik!”
Opa zwaaide. “Tot straks, tijdreiziger!”
Mats drukte op de grote groene knop. Alles begon te trillen. De kast zoemde en plotseling werd het licht fel. Mats kneep zijn ogen dicht.
Toen hij weer keek, was de schuur verdwenen.
Hoofdstuk 2: Het kasteel met de torenhoge poort
Mats stond op een grasveld, met in de verte een enorm stenen kasteel. De lucht rook naar houtvuur en vers brood. Vlakbij liep een kip, die Mats nieuwsgierig aankeek.
“Ik ben echt in de middeleeuwen!” fluisterde Mats. Hij schreef snel in zijn notitieboekje: ‘Dag 1, middeleeuwen. Kippen zijn hier niet bang voor kinderen.'
Hij liep naar het kasteel. De poort was zo hoog dat Mats zijn hoofd helemaal naar achteren moest buigen. Voor de poort stond een jongetje van zijn leeftijd, met een houten zwaard.
“Wie ben jij?” vroeg het jongetje. “En waar kom je vandaan?”
“Ik ben Mats,” zei Mats. “Ik kom… eh… van ver. Mag ik binnenkomen?”
Het jongetje lachte. “Ik ben Hugo, de schildknaap. Kom maar mee, maar pas op voor de ridder!”
Binnen was het druk. Vrouwen bakten brood, mannen timmerden aan een kar, kinderen renden achter elkaar aan. Mats keek zijn ogen uit.
“Waarom dragen mensen hier allemaal van die gekke kleren?” vroeg Mats.
Hugo grijnsde. “Dat is mode! Wat heb jij aan?” Mats keek naar zijn T-shirt met rakketten. “Dit is… eh… de mode van heel ver weg.”
Ze liepen naar de binnenplaats. Daar stond een grote ridder in blinkend harnas te oefenen met zijn zwaard. “Wauw, dat is gaaf!” fluisterde Mats.
“Wil je het proberen?” vroeg Hugo.
Mats knikte. De ridder gaf hem een houten zwaard. Het was zwaar, maar Mats zwaaide ermee. “Je moet met je voeten stevig staan,” zei de ridder vriendelijk.
Mats probeerde het. Hij struikelde bijna, maar iedereen lachte. “Goed geprobeerd!” riep Hugo.
Mats voelde zich trots. Hij schreef weer in zijn notitieboekje: ‘Zwaardvechten is moeilijk. Kleding is hier zwaar en warm. Mensen zijn nieuwsgierig.'
Toen hoorde Mats een klok luiden. “Dat betekent dat het bijna etenstijd is,” zei Hugo. “Kom, we gaan naar de grote zaal!”
Hoofdstuk 3: Het raadsel van de verdwenen lepel
In de grote zaal stonden lange tafels vol brood, soep en kaas. Iedereen zat samen te eten. Mats kreeg een houten kom en een lepel. Maar toen hij wilde beginnen, zag hij dat zijn lepel weg was.
“Hé, mijn lepel is verdwenen!” riep Mats.
Hugo keek rond. “Misschien heeft iemand hem per ongeluk meegenomen. Hier raak je snel iets kwijt.”
Mats besloot als een echte tijdreiziger op onderzoek uit te gaan. “Ik ga het raadsel oplossen!” zei hij.
Eerst vroeg hij aan de kok. “Heb je een lepel gevonden?”
De kok schudde haar hoofd. “Nee, Mats, maar kijk goed onder de tafel.”
Mats kroop onder de tafel. Daar vond hij een kat, die met zijn lepel speelde. Mats lachte. “Aha! Jij bent de dief,” zei hij tegen de kat. De kat miauwde en liet de lepel los.
Mats kroop weer omhoog. “Gevonden!” riep hij trots. Iedereen lachte. “Goed speurwerk, tijdreiziger!” zei Hugo.
Tijdens het eten stelde Mats allerlei vragen. “Waarom eten jullie geen patat?” vroeg hij. De kok lachte: “Patat bestaat hier nog niet!”
Mats noteerde in zijn boekje: ‘Niet alles wat ik ken, bestaat hier al. Altijd goed vragen stellen!'
Na het eten moesten ze helpen afwassen. Mats vond het leuk. “Bij ons doet een machine dit,” zei hij.
Hugo keek verbaasd. “Een machine die afwast? Dat klinkt als tovenarij!”
Mats lachte. “Nee hoor, het is gewoon techniek. Je moet zelf altijd goed nadenken hoe dingen werken.”
Na het afwassen liepen Mats en Hugo naar de toren. Ze keken uit over het land. “Wat zou jij doen als je overal kon reizen?” vroeg Mats.
Hugo dacht even na. “Ik zou graag zien hoe de toekomst eruitziet. Hebben jullie vliegende koetsen?”
Mats knikte. “Bijna. We hebben auto's en vliegtuigen. Maar sommige dingen veranderen nooit. Vrienden maken, samen eten, lachen…”
Hugo glimlachte. “Dat hoop ik ook.”
Hoofdstuk 4: Terug naar het heden
Het werd langzaam donker. Mats voelde zich een beetje moe. “Ik moet bijna terug,” zei hij. “Ik heb beloofd op tijd terug te zijn.”
Hugo keek verdrietig. “Jammer dat je weggaat. Maar ik ben blij dat je er was.”
Mats gaf Hugo een hand. “Misschien kom ik ooit terug. Maar ik moet nu naar huis.”
Hij liep terug naar de plek waar hij was aangekomen. Daar stond de tijdmachine nog precies zoals hij hem had achtergelaten. Mats stapte erin en keek nog één keer om. Hugo zwaaide.
“Dag, Mats! Goede reis!”
Mats draaide aan de wijzerplaat naar 2024 en drukte op de groene knop. Alles zoemde en lichtte op. Het voelde alsof hij in een achtbaan zat.
Opeens stond hij weer in de oude schuur. Opa zat op een krukje en glimlachte. “En, hoe was het?”
Mats lachte breed. “Fantastisch! Ik heb zwaard gevochten, een lepel gered en geleerd dat niet alles vanzelfsprekend is. Vragen stellen is belangrijk!”
Opa knikte. “Dat is waar, Mats. Wie goed kijkt en vraagt, leert het meest.”
Mats schreef zijn laatste notitie: ‘Tijdreizen is spannend. Maar het mooiste is: overal kun je iets leren, als je nieuwsgierig blijft.'
Samen liepen ze terug naar huis, precies op tijd voor het avondeten. Mats keek nog één keer om naar de schuur. Misschien, dacht hij, is elk moment wel een beetje bijzonder, als je goed kijkt.
En dat was precies wat Mats vanaf die dag altijd deed.