De reis begint
Luna is vijf jaar. Ze heeft krullend haar en ogen die glanzen als de zee. Ze houdt van schelpen en van kleine vissen. Vandaag heeft ze een missie. Ze wil een zeldzame anemoon vinden. De anemoon zou paars en goud zijn. Mensen hebben hem bijna nooit gezien.
Luna trekt haar kleine duikbril aan. Haar ademhaling is rustig. Ze ademt in, telt tot drie, en duikt. Het water omhelst haar als een warme deken. Lichtvlekken dansen op de zeegrond. Kleine visjes zwemmen om haar heen. Ze fluisteren als een zachte wind.
Onder water ziet Luna een kleurrijk rif. Het rif lijkt op een kasteel met torentjes van koraal. Er zijn gangen en geheime plekjes. Luna voelt zich dapper. Ze houdt haar hand voor haar hart. Het klopt snel, maar niet bang. Ze weet dat ze slim moet zijn. Ze kijkt goed om zich heen.
Een clownvisje komt dichtbij. "Hallo," piept hij. "Wat doe jij hier, klein meisje?" Luna lacht. "Ik zoek een anemoon. Hij is paars en goud." Het clownvisje knikt heel serieus. "Ik ken een zee-egel die weet misschien iets. Volg mij."
They zwom samen door weelderige planten. De planten wiegden zacht. Ze zagen een krab die een steen rolde. De krab groette vriendelijk. "Stap maar rustig langs," zei hij, "we helpen elkaar." Luna zwaaide dankbaar. Ze voelde dat de zee vriendelijk was. Ze voelde zich veilig.
De grote grot
Het clownvisje leidde Luna naar een grot. De ingang was donker, maar kleine sterren van licht kwamen van binnenuit. "Wees voorzichtig," zei het visje. "In de grot woont een wijze inktvis." Luna knikte. Ze duwde haar vingertop zacht tegen een schelp. Haar vingers kietelden van het koude water. Ze glimlachte en ging naar binnen.
Binnen in de grot zwommen vuurpijlen van kwallen. Ze waren zacht als suikerspin. Een grote inktvis met slimme ogen wachtte. Zijn armen golfden als bloemen. "Welkom, kleine reiziger," zei hij met een warme stem. "Waarom kom je hier?" Luna vertelde over de paars-gouden anemoon. De inktvis fluisterde: "Hij is zeldzaam. Hij woont waar het licht en schaduw elkaar kussen. Maar pas op. Er zijn plekken waar de stroom sterk is."
De inktvis gaf Luna een klein lampje. Het lampje was als een maan in zijn hand. "Dit zal je helpen," zei hij. "Maar vergeet niet te luisteren. De zee spreekt vaak in geluiden." Luna nam het lampje. Ze voelde een lichte trilling. Ze bedankte de inktvis en ging verder. Buiten de grot blies een zachte stroom. Het lampje gaf een gouden kring. Luna volgde het licht.
Op de rand van het rif ontmoetten ze een schildpad. De schildpad had een rug als een berg met mos. Zijn ogen waren warm. "Ik ken de rustige route," zei hij traag. "Soms moet je langs de lange weg. Het is niet snel, maar het is veilig." Luna dacht na. Ze wilde snel zijn, maar ze wilde ook voorzichtig zijn. Ze koos de route van de schildpad. Ze stapte op zijn rug. Samen gleden ze verder.
Ontmoetingen en een kleine schrik
Diep in het blauwe water zagen ze een tuin van anemonen. Ze waren rood, oranje en groen. Vissers waren als bloemen op een veld. Luna knielde bijna om beter te kijken. Plotseling voelde ze een ruk. Een sterke stroom trok haar weg. Haar lampje hobbelde en flikkerde. Ze trok aan haar masker. Haar hart bonkte. Ze dacht aan thuis. Ze dacht aan haar moeder en haar knuffel.
Luna haalde diep adem. Ze herinnerde zich de woorden van de inktvis: "Luister." Ze sloot haar ogen onder water. Ze luisterde naar het fluisteren van het water. Ze hoorde de stroom zingen. Ze voelde de stroming zacht langs haar handen strelen. Ze gebruikte haar voeten als peddels en zwom langs een rustiger pad. Met slimme kleine slagen vond ze een verborgen holte achter een wrak. De stroom kon haar daar niet bereiken.
Het clownvisje en de schildpad wachtten bezorgd. Toen Luna veilig was, sprong het clownvisje op en neer van blijdschap. Luna lachte. Ze voelde zich opnieuw sterk. Ze had haar angst gezien en gevonden hoe ze rustig kon blijven. Dat maakte haar trots.
De zeldzame anemoon
Vanaf het wrak volgde Luna weer de gouden gloed van haar lampje. Die glans leidde naar een kleine tuin vol zacht mos. Midden in de tuin lag een anemoon. Hij was paars en had gouden strepen. Zijn tentakels wiegden als zachte veren. Rondom hem zwommen kleine visjes die zich verstopten tussen zijn tentakels. De anemoon leek te glimlachen.
Luna boog voorzichtig naar hem toe. Ze keek nauwkeurig. Haar missie was bijna klaar. Ze trok een klein schriftje uit haar zak. Ze tekende de anemoon met haar zachte potlood. Ze schreef zijn kleuren. Ze voelde zich als een echte ontdekkingsreiziger. Plotseling kwam er een krabje langs. Het krabje leek boos. Hij schreeuwde dat de anemoon van hem was.
Luna keek naar het krabje. Ze voelde hoe haar hart weer snel klopte. Ze nam een rustige houding. "Hallo krabje," zei ze zacht. "Ik wil alleen leren. Ik wil je anemoon niet kwetsen." Het krabje piepte en brak een beetje van zijn schelp van schrik. Luna tikte zachtjes op zijn rug met een gerust handgebaar. "Alles komt goed," zei ze. Langzaam kalmeerde het krabje. Hij liet zien dat hij een plekje wilde verdedigen. Luna knielde en legde een straal zeegras tussen hen in. "Zo kunnen jullie delen," stelde ze voor.
Het krabje keek naar het zeegras. Hij rook eraan en glimlachte een beetje. De visjes zwommen rond en applaudisseerden met hun vinnen. De anemoon leek nog mooier in het zachte licht. Luna voelde een warmte in haar borst. Ze had niet alleen een anemoon gevonden. Ze had ook geholpen twee vrienden te begrijpen dat delen veilig kon zijn.
Thuis en een zachte tik
Met het schriftje veilig in haar hand, zwom Luna terug. De schildpad droeg haar een stukje. De inktvis zwaaide met een arm. Het clownvisje fladderde vrolijk voorop. Het water leek te zingen van geluk. Boven het water kwam de maan kijken. Ze stak haar hoofd uit. De nacht was zacht.
Thuis, op het strand, wachtte Luna's moeder. Ze had een warme deken bij en een glimlach die leek op zonlicht. Luna kroop dicht tegen haar aan. Ze liet het schriftje zien. "Kijk," zei ze trots. "Ik vond hem echt!"
Haar moeder boog zich voorover en gaf haar een zachte tik op haar hoofd. Het was een lieve tik, een kleine klop met de handpalm. "Dat is voor je moed," zei ze. Luna voelde zich warm en veilig. De tik was als een kus van de zee en van thuis.
Luna keek nog één keer naar het schriftje. Ze dacht aan de inktvis, de schildpad en het clownvisje. Ze dacht aan het krabje dat leerde delen. Ze voelde zich groot en klein tegelijk. Grote dingen gedaan met een klein hart. Ze sloot haar ogen. De maan maakte golven van zilver op de slaap van het water.
Die nacht droomde Luna van paars-gouden anemonen en van vrienden die anders waren maar vriendelijk. Ze droomde van een zee die luistert. Ze wist dat ze altijd nieuwsgierig mocht zijn, moedig en zacht. En ze wist ook dat een kleine tik heel veel kon zeggen: goed gedaan.