Hoofdstuk 1: De Donkere Slaapkamer
Lisa is acht jaar en woont in een vrolijk geel huis met een rode deur. Ze heeft een grote glimlach, twee stoere vlechtjes en altijd een pleister op haar knie. Lisa houdt van tekenen, schommelen en lachen met haar beste vriendin Noor. Maar er is één ding waar Lisa helemaal niet van houdt: het donker.
Elke avond, als haar moeder de lichten uitdoet en haar kamer stil en donker wordt, voelt Lisa haar hart een beetje sneller kloppen. Ze kijkt naar de schaduwen aan de muur en vraagt zich af of er misschien monsters onder haar bed zitten. Of misschien een spook in de kast?
‘Mama, blijf je nog even bij me?' vraagt Lisa zachtjes, terwijl haar moeder haar instopt en een kus op haar voorhoofd drukt.
‘Natuurlijk, lieve schat. Maar weet je, er zijn geen monsters hier. Alleen je knuffels en jij,' zegt mama geruststellend.
Lisa knikt, maar ze voelt zich toch niet gerust. Mama blijft nog vijf minuten zitten, maar dan moet ze echt weg. ‘Droom maar fijn over vrolijke dingen, Lisa.'
De deur gaat dicht en Lisa trekt haar deken tot onder haar kin. De kamer is nu héél donker. Alleen een beetje licht van de maan schijnt door het raam. Ze hoort de takken van de boom buiten zachtjes tikken tegen het glas.
Lisa kijkt naar haar knuffelbeer Bram. ‘Bram, ben jij ook bang voor het donker?' fluistert ze.
Bram antwoordt niet, maar Lisa vindt het fijn om tegen hem te praten. Soms helpt dat een beetje. Maar toch voelt ze haar buik een beetje draaien.
Net als Lisa haar ogen dicht wil doen, hoort ze ineens een zacht, raar geluid. Het lijkt op... een kuchje? Lisa spitst haar oren. Misschien is het de wind? Of... iets anders?
‘Hoi!' klinkt er ineens een piepstemmetje. Lisa schrikt zich rot en trekt de deken over haar hoofd.
‘Niet bang zijn! Ik ben het maar!' zegt het stemmetje weer.
Lisa gluurt voorzichtig onder haar deken vandaan. Op haar nachtkastje zit... een klein, pluizig wezentje! Het lijkt een beetje op een konijn, maar dan paars met glinsterende oortjes en grote, vriendelijke ogen.
Lisa knippert met haar ogen. ‘Wie... wie ben jij?'
‘Ik ben Mieki, jouw Nachtvriendje! Ik help kinderen die een beetje bang zijn in het donker,' zegt het wezentje vrolijk. ‘Mag ik blijven?'
Lisa knikt verbaasd. ‘Ben je echt? Of droom ik?'
Mieki wiebelt met zijn oren. ‘Als je me ziet, ben ik er écht. Tenminste, voor vannacht!'
Lisa begint een beetje te glimlachen. Misschien is dit toch wel een bijzondere avond...
Hoofdstuk 2: De Nacht is Niet Alleen Maar Donker
Lisa voelt zich ineens een stuk minder alleen in haar kamer. Mieki springt zachtjes op haar kussen en kijkt haar nieuwsgierig aan.
‘Waarom ben je bang voor het donker, Lisa?' vraagt Mieki.
Lisa denkt even na. ‘Ik weet het niet precies. Soms denk ik dat er dingen in het donker zijn die ik niet kan zien. Misschien monsters of rare schaduwen. Alles is anders als het licht uit is.'
Mieki knikt begrijpend. ‘Dat snappen heel veel kinderen. Maar weet je? De nacht is niet alleen maar eng. Er zijn ook leuke en mooie dingen in het donker. Zal ik het je laten zien?'
Lisa aarzelt even, maar knikt dan. ‘Hoe dan?'
‘Sluit je ogen en knijp in mijn pootje!' zegt Mieki vrolijk.
Lisa doet wat Mieki zegt. Plotseling voelt het alsof ze zweeft. Als ze haar ogen weer open doet, is ze niet meer in haar kamer. Ze zweven samen boven haar bed! Lisa lacht van schrik.
‘Wow! We vliegen!'
‘Ja!' roept Mieki. ‘Kijk eens goed naar buiten.'
Lisa kijkt door het raam naar haar tuin. Alles is blauw en zilver van het maanlicht. De bloemen lijken te slapen en de bomen wiegen zachtjes heen en weer. Ze hoort uilen roepen en ergens verderop krekels tjirpen.
‘Hoor je dat?' vraagt Mieki. ‘De nacht zit vol geluiden. Uilen, krekels, soms zelfs een egeltje die door de struiken scharrelt. Ze zijn allemaal gewoon bezig met hun nachtelijke avonturen.'
Lisa luistert goed. De geluiden klinken eigenlijk best gezellig, vindt ze.
‘En kijk eens naar de sterren,' zegt Mieki. ‘Elke ster is als een klein lampje in de lucht. Ze zijn er altijd, zelfs als je ze soms niet ziet.'
Lisa kijkt omhoog. De lucht is donkerblauw en vol glinsterende stipjes. Ze wijst er eentje aan. ‘Die daar lijkt op een hartje!'
Mieki glimlacht. ‘Zie je wel? Het donker is ook mooi. En weet je wat het leukste is? Zonder het donker kun je de sterren helemaal niet zien!'
Lisa giechelt. ‘Dat is waar!'
‘En trouwens,' zegt Mieki, ‘de meeste monsters bestaan alleen in je hoofd. Je fantasie verzint ze. Als je ze niet voedt met bange gedachten, verdwijnen ze vanzelf.'
Lisa denkt na. Misschien is het donker helemaal niet zo eng als ze dacht...
Hoofdstuk 3: Dappere Lisa en de Onzichtbare Monsters
Terug in haar kamer zit Lisa rechtop in bed. Mieki zit naast haar en samen luisteren ze naar de geluiden van de nacht.
‘Wil je een geheimpje weten, Lisa?' fluistert Mieki.
Lisa knikt nieuwsgierig.
‘Elke keer als jij lacht of aan iets leuks denkt in het donker, worden de enge dingen kleiner. Net kleine pluisjes die uit elkaar vallen als je blaast. Wil je het proberen?'
Lisa haalt diep adem. Ze denkt aan haar hondje Max die altijd rare sprongen maakt, aan de schommel in het park en aan de taart die oma altijd bakt. Ze lacht zachtjes.
‘Voel je het verschil?' vraagt Mieki.
Lisa knikt. ‘Ja! Mijn buik voelt minder raar. En ik zie eigenlijk alleen maar mijn knuffels en mijn kast, geen monsters.'
‘Precies!' roept Mieki blij. ‘Angst groeit als je eraan blijft denken. Maar als je je gedachten vult met fijne dingen, wordt het donker gewoon... donker. Niet eng, maar gewoon een rustige tijd om te slapen, te dromen of te luisteren naar de nacht.'
Lisa kijkt naar haar raam. ‘Misschien kan ik morgen een tekening maken van de sterren. Of van jou!'
‘Dat zou ik heel leuk vinden!' zegt Mieki. ‘En weet je, misschien kun je het aan andere kinderen laten zien. Zodat zij ook weten dat het donker niet zo eng hoeft te zijn.'
Lisa voelt zich trots. Ze vindt zichzelf ineens een beetje dapper.
‘Mag ik nog één ding vragen?' zegt Lisa. ‘Blijf je vannacht bij me?'
‘Natuurlijk,' antwoordt Mieki. ‘Ik blijf tot je in slaap valt. En als je me nodig hebt, kun je altijd aan me denken. Dan ben ik er, in je hoofd en in je hart.'
Lisa kruipt lekker onder haar dekbed. Haar ogen worden zwaar. Ze voelt zich veilig, met Bram en Mieki dicht bij zich.
Hoofdstuk 4: Een Nieuwe Ochtend, Een Nieuw Avontuur
De volgende ochtend wordt Lisa wakker van de zon die op haar gezicht schijnt. Ze rekt zich uit en kijkt om zich heen. Bram ligt nog steeds op haar kussen, maar Mieki is weg.
Lisa glimlacht. Ze voelt zich anders dan anders. Sterker. Dapperder. Ze rent naar beneden waar mama aan de keukentafel zit.
‘Mama, weet je wat?' roept Lisa enthousiast. ‘Ik ben vannacht helemaal niet meer zo bang geweest!'
Mama kijkt verrast. ‘Wat goed van je! Hoe heb je dat gedaan?'
Lisa denkt even na. ‘Ik heb geluisterd naar de geluiden van de nacht en naar de sterren gekeken. En ik heb fijne dingen gedacht. Weet je, het donker is eigenlijk best mooi als je goed kijkt.'
Mama knuffelt Lisa. ‘Wat ben ik trots op jou!'
Die middag tekent Lisa een grote tekening van de sterrenhemel, met Mieki in het midden. Ze schrijft erbij: ‘Het donker is niet eng, het is vol mooie dromen.'
Als het weer avond wordt, voelt Lisa zich rustig. Ze kijkt uit het raam, zwaait naar de maan en fluistert: ‘Dankjewel, Mieki.'
En als het licht uitgaat, glimlacht Lisa. Want ze weet: in het donker zijn er geen monsters. Alleen sterren, dromen en misschien... een klein pluizig vriendje dat altijd dichtbij is.
En zo slaapt Lisa, voor het eerst in lange tijd, heerlijk in het donker.