Vandaag is een vrolijke dag. Lila is vier jaar. Ze rekt zich uit. Ze lacht. Vandaag is Oma jarig. Lila wil een kaart maken. Een echte kaart. Met kleur. Met liefde.
Aan de tafel legt Lila een kleed neer. De tafel is zacht en schoon. Ze pakt haar knutseldoos. Ze zet alles op een rij. Papier. Lijm. Schaar. Stiften. Stickers. Een bakje voor restjes.
“Ik maak een lijstje,” zegt Lila. Ze tekent kleine vakjes. Ze tekent een papiertje, een lijmstift, een schaar. “Papier? Klaar.” Ze tikt met haar vinger. “Lijm? Klaar.” Ze tikt nog eens. “Schaar? Klaar.” Ze knikt. Dat is fijn. Dat is rustig.
Papa komt binnen. “Ik help,” zegt hij zacht. “Wil je thee?” Lila knikt. “Thee in mijn beker met sterren.” Papa schenkt thee. Het ruikt warm. Het is gezellig.
Lila vouwt een groot vel. Vouw, vouw. Een kaft. Ze aait over het papier. “Hallo kaart,” fluistert ze. Ze pakt de stiften. Ze kiest rood, geel en blauw. Ze tekent drie ballonnen. Een rode, een gele, een blauwe. “Een, twee, drie,” telt ze. “Netjes op een rij.”
Knip, knip, knip. Lila knipt rondjes van gekleurd papier. Ze legt de rondjes in een bakje. “Rondjes hier,” zegt ze. “Restjes daar.” Ze schuift de restjes in het bakje. Alles blijft netjes. Dat is fijn.
Minoes de kat springt op de stoel. Ze snuffelt. Ze tikt met haar poot. De dop van de lijm rolt. “Minoes, niet doen,” zegt Lila. Ze lacht. De dop ligt onder Minoes. Papa tilt de dop op. “Gevonden,” zegt hij. “Dank je,” zegt Lila.
Ze doet lijm op de rondjes. Plak, plak. Ze plakt de rondjes op de kaart. Een vrolijk pad van rond. “Oma houdt van rondjes,” zegt ze. “En van hartjes.” Ze tekent kleine hartjes. Tik, tik, tik met de stift. Hartjes in een boog.
“Mag ik helpen?” vraagt Noor, het buurmeisje. Ze staat bij de deur met een glimlach. “Ja,” zegt Lila. “Pak de stickers.” Noor kiest sterren. Zilveren sterren. “Eén ster hier,” zegt Noor. “Eén ster daar.” Lila knikt. “Goed zo,” zegt ze. Ze zingen zacht. “Lang zal Oma leven,” zingen ze. Het klinkt blij en lief.
Lila pakt de glitters. De glitters schitteren. Het raam staat een beetje open. Een windje komt langs. O jee, een glinstersprankje waait omhoog. Lila stopt. Ze doet het raam dicht. “Eerst het raam,” zegt ze. “Dan de glitters.” Ze zet de kaart op een dienblad. “Nu blijven ze hier.” Ze strooit een klein beetje. Glim, glim. Noor klopt in haar handen.
Er zit lijm op Lila's neus. Noor lacht. “Een glitterneus,” zegt Noor. Lila lacht mee. Papa geeft een tissue. “Veeg, veeg,” zegt hij. Lila veegt. De neus is schoon. “Klaar,” zegt ze. Dat is snel. Dat is goed.
Ze maakt een vakje in de kaart. Met een strookje plakband. “Hier komt confetti,” zegt Lila. “Een klein zakje.” Ze knipt heel voorzichtig. Knip. Ze schuift de confetti in het zakje. “Alle confetti blijft netjes,” zegt ze. Ze drukt het vast. Plak.
Nu nog een boodschap. “Hoe schrijf ik O-M-A?” vraagt Lila. Papa zegt zacht. “O. M. A.” Lila tekent de letters langzaam. O. M. A. Ze glimlacht. Ze tekent een grote lach onder de letters. “Oma lacht ook zo,” zegt ze.
Ze kijkt naar de tafel. Er liggen stiften. Er liggen blaadjes. Lila zingt haar opruim-liedje. “Hop, in de doos. Hop, in het bakje. Hop, dop op de lijm.” Noor zingt mee. Papa ruimt ook. Samen gaat het snel. Samen is fijn.
De slingers hangen al. Ballonnen zijn opgeblazen. Lila zet de kaart op een schoteltje. Ze legt er een kleine bloem naast. Een gele bloem. “Verrassing klaar,” fluistert ze. Ze kijkt even op haar lijstje. “Alles is klaar,” zegt ze. Ze zet een vinkje. Vink!
Ding-dong. De bel. Oma is er. Oma komt binnen. Oma heeft zachte wangen. Ze ruikt naar vanille. “Gefeliciteerd,” zingt iedereen. Lila pakt de kaart met twee handen. Heel rustig. Heel trots. “Voor jou,” zegt ze.
Oma opent de kaart. De sterren glanzen. De rondjes dansen. De letters lachen. Lila tikt op het zakje. “Kijk,” zegt ze. Oma lacht. “Wat mooi,” zegt Oma. Haar ogen glanzen. Ze drukt Lila tegen zich aan. Het is een warme knuffel. Niet te strak. Gewoon precies goed.
“Jij bent zo knap en zo lief,” zegt Oma. Lila straalt. Noor klapt. Papa klopt op tafel. Minoes spint. Iedereen is blij.
Ze eten een klein stukje taart. Met aardbei. Lila likt haar lippen. “Mmm,” zegt ze. Er valt een kruimel. Ze veegt hem op. “Kruimel in de prullenbak,” zegt ze. Dat is netjes. Dat is rustig.
Na het zingen danst Lila een dansje. Een zacht, wiebel dansje. Oma danst mee. Haar armen wiegen. Noor draait rond. Papa doet gek en steekt zijn duim op. Ze lachen. Het voelt als zon in de kamer.
Later is het rustig. De kaarsjes zijn uit. De slingers wiegen heel zacht. Lila zet de knutseldoos terug. Ze kijkt nog eens naar haar lijstje. “Goed plan,” zegt ze. Ze gaapt. Een kleine gaap.
Oma geeft nog één lieve knuffel. “Tot gauw,” zegt ze. Lila knikt. “Tot gauw.” Haar ogen worden zwaar. Ze kruipt op de bank bij Papa. Een deken over haar benen. Warm en licht.
“Vandaag was een fijne dag,” fluistert Lila. “Een kaart, een plan, veel help-handjes.” Ze sluit haar ogen. “Dag glitters. Dag ballonnen. Dag feest.” De kamer glimlacht terug. Alles is rustig. Alles is goed.