Op een zachte avond loopt een man naar het kleine plein. Hij heeft een gitaar op zijn rug. Zijn naam is Bram. Bram houdt van zingen. Hij zingt om rustig te worden. Hij zingt om te luisteren naar zijn adem. Hij zingt voor wie wil luisteren.
Bram zit op een bankje. De lampjes flikkeren. Een vogel zit op het hek en luistert. Een meisje houdt haar knuffel vast. Een oude man glimlacht. Bram ademt diep in. Hij lacht zacht. "Kijk," zegt hij, "muziek is een vriend." Hij strijkt over de snaren. De eerste tonen zijn warm als een deken.
Bram begint een lied. Zijn stem is langzaam. Zijn stem is zacht. "La la," zingt hij. De vogel piept zacht mee. Het meisje wiegt haar knuffel. Bram hoort goed. Hij luistert naar het plein. Hij luistert naar de wind. Als je zingt, zegt Bram, luister je ook altijd terug.
Na het eerste lied pakt Bram een kleine trommel. Hij tikt zacht. Muziek heeft ritme. Ritme helpt ons ademen. Ritme vertelt je wanneer je stopt en wanneer je begint. Bram oefent iedere dag. Hij oefent ademhaling. Hij oefent tonen. Soms zingt hij schaterend. Soms zingt hij fluisterend. Zo leert hij zijn stem te verzorgen.
Een buurman komt dichterbij. "Bram," zegt hij, "hoe leer je zingen?" Bram glimlacht. "Je oefent," zegt Bram. "Je luistert. En je respecteert de luisteraars. Je speelt zacht als een slaapliedje. Je speelt vrolijk als een zonnetje." Het meisje knikt. Ze zegt niets, maar ze voelt het.
Bram speelt ook met zijn vrienden. De pianist is zacht. De fluitist blaast lieve tonen. Samen stemmen ze hun instrumenten. Ze wachten op elkaar. Ze helpen elkaar. Bram leert dat muziek delen is. Delen is respect. Respect is stil zijn als iemand anders spreekt. Respect is klappen als het goed klinkt. Respect is glimlachen.
De avond wordt dieper. Bram zingt nog een slaaplied. Zijn stem is een lichtje. Zijn gitaar is een zacht bed. Iedereen sluit langzaam de ogen. De vogel nestelt zich. De straat wordt zacht als katoen.
"Tot morgen," fluistert Bram. Hij zet zijn gitaar in de hoes. Hij voelt zich rustig. Hij heeft gezongen om zichzelf te troosten. Hij heeft gezongen om anderen te troosten. Muziek maakt alles rustig.
Ze gaan naar huis. Het plein ademt nog mee met de laatste noot. Bram loopt langzaam weg. In de verte klinkt nog even: "La la." De nacht voelt veilig. De dag voelt vriendelijk.