Bezig met laden...
Verhaal over Pasen 9/10 jaar Lezen 12 min.

Het Sterrenei en het lachslot van de Paashaas

Mats vindt onder een steen een glinsterend Sterrenei en gaat met een praatgrage Paashaas op een stille, vrolijke zoektocht naar een plek waar eieren hun kleur krijgen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 10-jarige jongen, Mats, glimlachend en verrast, houdt een klein lichtblauw ei met gouden stippen vast; rond gezicht, kort bruin haar, muntgroene trui en jeans, licht voorovergebogen alsof hij net gelachen heeft. Naast hem staat een klein wit paashaasje met koraalkleurig jasje en een klein hoge-hoedje dat zijn rechteroor grappig vastzet; het heeft een ondeugende blik en één poot omhoog. Geen andere mensen. De scène speelt zich af in een magische voorjaarsopen plek: zachte grasmat, bonbonkleurige knopbloemen (roze, geel, paars), een treurwilg die een groene poort vormt en een klein kristalhelder stroompje dat als vloeibare verf glinstert. Het ei geeft een zachte gouden gloed, Mats lacht, het haasje knipoogt en een klein houten kistje bij het stroompje spettert glanzende verf; vrolijke, kleurrijke en schattige sfeer. Stijl: minimal kawaii, verzadigde pasteltinten, nette contouren, zacht licht en subtiele schaduwen, compositie gericht op de twee personages en het ei. meld een probleem met deze afbeelding

1. De steen die wiebelde

Mats was tien en deed dingen graag netjes. Hij stapelde zijn stripboeken op kleur, maakte zijn broodtrommel dicht met precies één klik en zette zijn schoenen altijd naast elkaar, alsof ze ook rustig wilden zijn.

Het was bijna Pasen. In de straat hingen slingers van papier, geel als kuikens en groen als lentegras. Bij de bakker lagen chocolade-eieren in mandjes, en de lucht rook naar kaneelbroodjes en natte aarde.

Mats liep na school door het parkje achter de flat. Hij had geen haast. Hij keek hoe een merel sprong, hoe een hond een stok droeg alsof het een koninklijke staf was.

Bij de oude kastanjeboom zag hij een platte steen die een beetje scheef lag. Mats hurkte. “Hé, jij hoort plat te liggen,” mompelde hij, alsof de steen hem kon horen.

Hij duwde voorzichtig. De steen wiebelde, en daaronder—alsof iemand het expres had verstopt—lag een ei.

Niet zomaar een ei. Het was glad en lichtblauw, met kleine gouden stipjes. Alsof iemand er met sterrenstof op had getikt.

Mats keek om zich heen. Niemand. Alleen een fietsbel in de verte en het zachte geritsel van takken.

“Oké,” fluisterde hij. “Dit is… bijzonder.”

Toen hij het ei optilde, voelde het warm, alsof het net uit de zon kwam. En heel zacht, heel even, hoorde hij een piepklein: “Piep.”

Mats slikte. “Eh… hallo?”

Het ei bleef stil, maar in zijn hand tintelde het een beetje, zoals priklimonade op je tong.

2. Een springerig spoor

Thuis legde Mats het ei in een kommetje op de keukentafel. Zijn moeder was nog aan het werk, dus het huis was extra stil. Mats boog eroverheen alsof hij een geheim wilde horen.

“Als jij een normaal ei bent,” zei hij streng, “dan ga ik gewoon… een boterham eten.”

Het ei glansde alsof het moest lachen.

Mats pakte een boterham en nam een hap. Op hetzelfde moment rolde het ei een centimeter opzij. Helemaal uit zichzelf.

Mats verslikte zich bijna. “Hé! Niet van tafel rollen!”

Het ei rolde nog een centimeter en stopte precies bij een kruimel. De kruimel sprong omhoog en plakte aan het ei vast. Toen sprong er nog een kruimel. En nog één. Binnen een paar seconden zat het ei vol kruimels, alsof het een rare, broodige egel was.

“Wat… doe je?” Mats moest toch lachen. Het zag er zó komisch uit.

Het ei trilde. Een paar kruimels dwarrelden naar beneden en vormden op tafel een klein pijltje. Het pijltje wees naar de achterdeur.

Mats veegde met één vinger over het pijltje. “Wil je… naar buiten?”

Het ei rolde twee keer kort heen en weer. Ja, leek het.

Mats trok zijn jas aan, stopte het ei voorzichtig in zijn muts (die was lekker zacht) en fluisterde: “Oké dan. Maar rustig. Jij bent geen stuiterbal.”

Buiten was de lucht helder en fris. Op de stoep lagen hier en daar stukjes gekleurd krijt. Alsof de buurt al begonnen was met versieren.

Het ei in de muts maakte een tevreden “Piep.” En Mats liep, kalm maar nieuwsgierig, achter het onzichtbare avontuur aan.

3. De Paashaas met een scheve orenhoed

In het parkje bij de kastanjeboom zag Mats iets wits bewegen achter de struiken. Hij bleef staan. Zijn hart deed een klein huppeltje.

Een konijn stapte naar voren. Nee—dit was geen gewoon konijn. Het had een klein jasje aan met knopen zo rond als knikkers. En op zijn hoofd stond een hoed die veel te klein was, waardoor één oor scheef naar buiten stak.

Het konijn keek Mats aan met ernstige ogen, alsof het net een vergadering had gehad.

“Jij hebt iets van mij,” zei het konijn.

Mats staarde. “Jij… praat.”

“Dat doe ik soms,” zei het konijn. “Als het dringend is. En dit is dringend.” Het tikte met een pootje tegen zijn hoed, die prompt nog schever ging staan. “Ik ben de Paashaas. Of nou ja… één van de Paashazen. We zijn met meer. Je hebt het Sterrenei gevonden.”

Mats trok zijn muts af en hield het ei omhoog. De kruimels waren eraf gevallen, maar de gouden stipjes glansden nog steeds.

“Het lag onder een steen,” zei Mats. “Ik wilde de steen recht leggen.”

“Netjes,” zei de Paashaas goedkeurend. “Dat is precies waarom jij het vond. Het Sterrenei kiest iemand die rustig kijkt in plaats van rent.”

Mats voelde zijn wangen warm worden. “Oké… en wat nu?”

De Paashaas zuchtte dramatisch. “Nu moeten we het ei terugbrengen naar de Verfbron. Zonder de Verfbron worden alle paaseieren… tja.” Hij rilde. “Beige.”

“Beige?” Mats trok een gezicht. “Dat is… saai.”

“Precies,” zei de Paashaas. “En de kuikens krijgen er ook sikkeneurig van.”

Het ei piepte alsof het beledigd was door het woord “beige”.

Mats knikte. “Ik help. Maar ik ben niet zo snel.”

“Gelukkig,” zei de Paashaas. “Ik ben snel genoeg voor ons allebei. Jij bent de denker. Ik ben de springer.” Hij sprong meteen tegen een lage tak en bleef er net iets te lang aan hangen. “Oeps.”

Mats proestte. “Gaat het?”

“Uitstekend,” zei de Paashaas, terwijl hij deed alsof het allemaal gepland was. “Volg mij. En pas op voor stenen die wiebelen. Die zijn vaak… verdacht.”

4. De Verfbron en het lachslot

Ze liepen naar een plek die Mats nooit eerder had gezien, hoewel het maar tien minuten van het park was. Tussen twee wilgen zat een smalle doorgang, alsof de bomen hun takken als handen tegen elkaar hielden.

“Dit is de Lente-poort, fluisterde de Paashaas. “Alleen zichtbaar voor mensen die een ei onder een steen vinden. Of voor mieren. Mieren zien alles.”

Mats stak zijn hand uit. De lucht voelde daar koel en sprankelend, als het prikken van fris water. Hij stapte door de doorgang en—plop—stond ineens in een open plek vol bloemen, fel als snoepjes. Paars, geel, rood, blauw. Alles leek net iets helderder dan normaal.

In het midden borrelde een bron. Het water glansde alsof er verf doorheen danste. Naast de bron stond een houten kist met een slot erop.

“Daar hoort het Sterrenei in,” zei de Paashaas. “Maar…” Hij wees. Op het slot zat een klein bordje: LACHEN VERPLICHT.

Mats fronste. “Wat bedoelt dat?”

De Paashaas zette zijn poten in zijn zij. “Dit is een lachslot. Het gaat alleen open als iemand echt lacht. Niet zo'n nep-lachje. Een echte.”

Mats dacht aan grapjes, maar als hij moest lachen, lukte het vaak juist niet. Hij probeerde een glimlach. Het slot bleef dicht.

“Kom op,” zei de Paashaas. “Denk aan iets grappigs.”

Mats staarde naar het konijn. Naar de scheve hoed. Naar dat ene oor dat er als een vlag uitstak. En precies op dat moment schoof de hoed nog een millimeter, en het oor schoot eruit als een springveer.

De Paashaas probeerde het terug te duwen, maar duwde het juist nóg verder. Hij keek streng, maar zijn snorharen trilden.

Mats hield het niet meer. Hij lachte. Eerst zacht, toen harder. Het werd een lach die in zijn buik begon en eruit wilde als een stuiterbal.

Klik.

Het slot sprong open.

“Ha!” zei de Paashaas trots, terwijl hij deed alsof hij het zelf had gedaan. “Zie je wel. Humor is een sleutel.”

Mats legde het Sterrenei in de kist. Het ei glansde even fel, alsof het zwaaide. De Verfbron borrelde vrolijker, en boven de bloemen dwarrelden kleine lichtpuntjes, als confetti die niet op de grond wilde vallen.

“Is het nu gered?” vroeg Mats.

“Geréd én gekleurd,” zei de Paashaas. “Dankzij jou.”

Mats voelde zich licht, alsof hij zelf ook een beetje verf in zijn schoenen had.

5. De ronde van liedjes

Toen Mats en de Paashaas terug door de Lente-poort stapten, hoorden ze al geluid uit de buurt: kinderen die riepen, ouders die lachten, een radio die een vrolijk deuntje speelde.

Op het plein voor de flat stond een lange tafel. Er waren mandjes met eieren in alle kleuren: groen met strepen, roze met stippen, blauw met kleine sterren—en zelfs eentje dat leek op een mini-wereldbol.

Mats' moeder zwaaide. “Mats! Waar was je?”

Mats keek naar de Paashaas. Die stond er nog, maar net alsof hij er altijd al had gestaan. Hij knipoogde snel.

“Even… iets terugbrengen,” zei Mats.

“Dat klinkt geheimzinnig,” zei zijn moeder, maar ze lachte. “Kom, we gaan zoeken. Pasen begint!”

De kinderen renden het gras op, maar Mats liep rustig. Hij keek goed. Achter een bloempot vond hij een geel ei. Onder een bankje een paars ei. En bij de kastanjeboom—waar het allemaal begon—lag een klein oranje eitje met een gouden stip.

De Paashaas stond naast de boom en fluisterde: “Voor de vinder.”

Mats stopte het in zijn zak. “Dank je.”

“Geen dank,” zei de Paashaas. “En vergeet niet: als alles beige wordt, moet je gewoon weer lachen.”

Aan het einde van de zoektocht riep iemand: “Zingronde!”

Alle kinderen, ouders en zelfs de buurhond gingen in een kring staan. Hand in hand. Mats pakte de hand van zijn moeder en die van een buurmeisje. De Paashaas stond ook in de kring, heel netjes, met zijn scheve hoed. De hond gaf hem een natte lik op zijn poot. De Paashaas deed alsof het een eremedaille was.

Ze zongen paasliedjes: over haasjes die verstoppen, over kuikens die dansen, over lente die de winter wegkietelt. De stemmen gingen omhoog, rond en rond, als een warme wind.

Mats zong mee. Niet te hard, maar vrolijk. En toen hij even naar de Paashaas keek, zag hij dat het konijn zachtjes meebewoog, precies op de maat—alsof zelfs magie graag meedoet als er gelachen en gezongen wordt.

Toen het lied eindigde, voelde het plein extra licht. Alsof de dag zelf ook een gekleurd ei was, net gevonden onder een steen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Scheef
Niet recht; een beetje schuin of op de kant.
Kastanjeboom
Een grote boom met stekelige kastanjes aan takken en in bolletjes.
Sterrenei
Een speciaal ei in het verhaal, glanzend en met gouden stipjes.
Verfbron
Een magische bron waarin gekleurde verf stroomt voor paaseieren.
Lente-poort
Een smalle doorgang die mensen naar een geheime lenteplek brengt.
Lachslot
Een slot dat alleen opengaat als iemand echt lacht.
Priklimonade
Een drankje dat tintelt in je mond, net als prikende bubbels.
Sikkeneurig
Humeurig of chagrijnig, niet vrolijk of blij.
Confetti
Kleine gekleurde papiertjes die je in de lucht gooit bij feestjes.
Kruimels
Kleine stukjes brood of koek die van voedsel afbreken.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.