Hoofdstuk 1: Drukte bij de pennen
Op zaterdagmiddag stormde Sem als eerste de Papeterie binnen. Zijn schoenen piepten op de gladde vloer. Achter hem probeerde Noor hem bij te houden, haar krukken tikten vrolijk mee. “Wacht op mij!” riep ze, maar Sem gleed als een pinguïn langs de potloden. In de winkel rook het altijd naar papier, gummen en net geopende pakjes stiften. Vandaag was het extra druk bij de pennenbak, want het was de grote ‘Nieuwe Pennen Dag'. Iedereen wilde de allernieuwste glittergelpen proberen.
Noor bekeek alles vanachter haar groene bril. “Deze winkel is net een snoepwinkel, maar dan zonder buikpijn,” lachte ze. Naast haar stond Boris, die altijd alles ordelijk wilde maken, zelfs de etalage. Boris had vandaag zijn pet achterstevoren op en hield een schrift stevig tegen zich aan. “Vergeet niet waarvoor we hier zijn,” zei hij streng, maar zijn mondhoeken trilden van het lachen. Sem stootte per ongeluk een bakje paperclips om en ze stuiterden als kleine springkikkers over de vloer. “Dat was de warming-up!” riep Sem trots.
Zodra de drie vrienden hun favoriete hoekje bij de notitieboekjes hadden gevonden, begon Noor over het ‘Probleem'. “Jongens, we moeten iets anders verzinnen dan Ganzenbord. Bij Lotte ging het gisteren helemaal mis.” Boris knikte. “Ze gooide het bord door de kamer, haar broer heeft nog steeds een dobbelsteen in zijn sok.” Iedereen schoot in de lach.
Sem hield van uitdagingen, maar hij hield niet van boze gezichten. “We maken gewoon ons eigen spel! Hier. Nu. Tussen de markers en de nietmachines. Dat kan toch?” Zijn ogen glinsterden ondeugend. Noor grijnsde breed. “En zonder dat iemand ruzie krijgt. Of dobbelstenen in sokken.” Boris trok zijn pet nog iets verder over zijn oren. “Oké, maar dan doen we het goed. Alle regels moeten eerlijk zijn. En grappig. En niemand mag vals spelen.”
Zo begon hun grootste papeterie-avontuur ooit.
Hoofdstuk 2: De grote uitvinding
Sem besloot direct dat hun spel te maken moest hebben met alles wat ze om zich heen zagen. “We gebruiken pennen, post-its, de allerfoutste paperclip-enveloppen en misschien de reuzen-gum van achterin!” stelde hij voor. Noor vond het een goed idee, maar ze grinnikte: “Als Boris alles mag ordenen, liggen de pionnen straks keurig op alfabet.” Boris bloosde lichtjes, maar lachte mee. “Zolang de pionnen geen ruzie maken.”
Noor begon te tekenen op een groot stuk papier. “Wat als je met een gum pionnen van de tegenstander mag stiekem verplaatsen?” Sem juichte. “Of je moet een tongbreker zeggen elke keer dat je op een geel vakje komt!” Boris dacht diep na. “En wie een post-it weet op zijn eigen rug te plakken zonder dat iemand het merkt, krijgt twee punten!”
De kinderen schreven alles op een groot vel. Sems letters waren wild en soms op z'n kop, Noor schreef sierlijk, Boris netjes en in blokletters. Ze lachten om elkaars schrijfsels. De winkelmevrouw keek glimlachend toe vanuit haar hoekje. “Wat zijn jullie een vrolijk stelletje sloddervossen,” riep ze. Noor keek even op. “We maken een spel waar niemand ruzie krijgt en niemand vals kan spelen!” De vrouw knikte. “Dat is het beste soort spel.”
Het eerste probleem kwam al snel. Wie test als eerste de regels? Boris wilde alles eerst vijf keer controleren. “Nee joh,” zei Sem, “gewoon proberen, dat is veel leuker!” Noor gooide haar krukken in de lucht (bij wijze van spreken) en riep: “Wie het snelste een pen vindt die niet blauw, niet zwart, maar wel echt gek is, mag beginnen!” Meteen vlogen ze alle drie door het gangpad. Sem had een pen gevonden die naar banaan rook. Noor een pen met veertjes. Boris vond er een met glitters en een piepklein lampje erin. “Deze wint!” lachte Boris.
Het spel heette nu officieel ‘Het Onmogelijke Pennenspel'.
Hoofdstuk 3: Het Onmogelijke Pennenspel loopt uit de hand
De eerste ronde begon. Noor zat klaar met haar notitieboekje. Boris had een stopwatch gevonden en Sem hield de score bij, hoewel dat vooral bestond uit streepjes en wieltjes. Het eerste vakje op het bord heette ‘Pennenparade', waarbij je zo snel mogelijk drie pennen moest stapelen zonder dat ze vielen. Sem probeerde het, maar zijn toren wiebelde als een pudding. “Nog nooit een pennenpaleis gezien dat zo snel instort!” gierde Noor. Boris blies expres zachtjes en pats! Daar lagen de pennen.
Een ander vakje heette ‘Paperclip-race'. Met je ogen dicht moest je vijf paperclips aan elkaar maken. Noor deed alsof ze een blinde octopus was. “Ik voel… helemaal niets!” riep ze. Sem sjoemelde door gewoon te kijken. “Niet spieken!” schreeuwde Boris, en Sem deed zijn ogen half dicht. Noor was het snelst, tot Boris per ongeluk een paperclip in zijn mouw prikte. “Hé! Die reist nu gratis mee naar huis!”
Toen was er een post-it-wedstrijd: wie de gekste boodschap op iemands rug kon plakken. “Boris is een geheime ninja!” schreef Sem, maar Boris merkte het meteen. Noor schreef ‘Sem ruikt naar banaan'. “Dat klopt gewoon,” lachte Sem en stak zijn banaan-pen triomfantelijk omhoog.
Het was een chaos van lachen, zoeken naar verdwenen pennen, en post-its die overal vastplakten, zelfs op de neus van mevrouw De Vries, de winkelmevrouw. “Zolang jullie maar opruimen na afloop,” mopperde ze, maar ze knipoogde erbij.
Hoofdstuk 4: Het grote finale-probleem
Toen begon het lastigste onderdeel: het nietmachine-parcours. Je moest een nietmachine vinden die het nog deed, zonder een nietje te verliezen, en dan een baan maken van gummen, linialen en post-its. Noor had haar strategie klaar. “Ik gebruik mijn kruk als super-werper!” zei ze trots. Boris probeerde zijn nietjes als mini-katapults te gebruiken, wat niet helemaal volgens de regels was. “Kijk uit, Boris, straks niet je je eigen pet vast aan het bord!” riep Sem.
Het parcours werd steeds langer. Sem gleed per ongeluk uit over een los notitieboekje en landde met zijn billen in een bak kleurpotloden. “Kijk, nu ben ik een regenboogpoes!” riep hij, terwijl hij een oranje potlood uit zijn broek viste. Noor kreeg de slappe lach. Boris deed ook een poging, maar zijn nietmachine was aan het vastlopen. “Technisch falen!” riep hij dramatisch. Noor hielp hem voorzichtig een nietje weer recht te buigen. “Teamwork!” grijnsde ze.
Plots stond mevrouw De Vries midden tussen hun parcours. “Wat gebeurt hier allemaal? Is dit een papeterie of een circus?” Ze keek streng, maar haar mondhoeken trilden. Boris wees naar Sem, die met een post-it op zijn voorhoofd stond: ‘Baasje van de pennen'. “Wij zijn bezig met een wereldwijd uniek spel!” Sem spreidde zijn armen breed.
“Zolang ik straks niet de post-its van het plafond moet trekken is het goed,” lachte De Vries. Noor knikte. “Afspraak!” En als afsluiter maakten ze samen één megagrote nietmachine-ketting, van de ingang tot de kassa. Niemand had ooit zoiets gezien.
Hoofdstuk 5: Opruimen, delen en de trofee
De winkel was een vrolijke chaos. Overal lagen pennen, gekke papiertjes, paperclips en zelfs een gum op de kassa. Sem keek om zich heen. “Misschien moeten we… eh… een kleine opruimronde houden?” Boris knikte. “Goed idee. Maar wie het laatste stuk tape vindt, mag de eind-trofee maken!” Noor racete (zo snel als haar krukken het toelieten) naar het plakband. Boris vond het als eerste, maar gaf het aan Noor. “Jij mag, omdat jouw gum het parcours heeft gered!” zei hij.
Samen plakten ze een trofee: een beker van nietjes, een stokje van pennen en versierd met post-its waarop stond: ‘Voor het beste team'. Sem was even stil. “Eigenlijk is dit veel leuker dan winnen. Want we hebben gewoon alles samen gedaan.” Boris knikte en zette zijn pet recht. Noor plakte stiekem nog een post-it op Boris' rug: ‘Kampioen Opruimer'. Niemand maakte ruzie, iedereen lachte.
Toen mevrouw De Vries hun trofee zag, kreeg ze een brok in haar keel. “Wat een teamwork! Als jullie nog eens zo'n spel willen maken, kom gerust terug.” Noor stak haar hand op. “Volgende week het Onmogelijke Schriftenparcours?” Sem sprong op. “En daarna de Super-Sticker-Wedstrijd!” Boris lachte. “Zolang niemand vast komt te zitten in een nietmachine.”
Samen verlieten ze de papeterie, hun handen vol, hun hoofden nog voller met ideeën en hun buikspieren moe van het lachen. Op straat keken ze naar elkaar en wisten: sommige avonturen zijn het allerleukst als je ze samen beleeft.