Hoofdstuk 1 – De vrolijke ochtend
De zon piept vrolijk door de gordijnen als Emma haar ogen opent. “Vandaag is het Pasen!” roept ze vrolijk. Haar broer Finn ligt al klaar in zijn rolstoel, met zijn gezicht vol grote glimlach. “Emma! Ik hoorde mama en papa praten over een hele speciale verrassing in de tuin!”
“Denk je dat de Paashaas komt?” vraagt Emma, haar ogen groot van verwachting. Finn knikt geheimzinnig. “Misschien wel!”
Samen trekken ze hun kleurrijke kleren aan. Finn's sokken zijn geel met roze stippen, Emma's jurk heeft bloemen in alle kleuren van de regenboog.
Beneden wachten hun vrienden op hen: Noor, die altijd lacht, en Sam, de grappenmaker. Iedereen is in de paasstemming. Noor draagt konijnenoren en Sam zwaait met een gele plastic mand.
“Zijn jullie er klaar voor?” roept Noor. “De grote paaseierenzoektocht kan beginnen!”
Hoofdstuk 2 – Op eierjacht
Buiten is alles vrolijk versierd. Slingers van papierbloemen hangen tussen de bomen. Overal in het gras glinsteren bontgekleurde eitjes.
“Oké,” zegt mama, “iedereen krijgt één mandje. Wie vindt het gouden ei?”
Finn rijdt het gras in. “Ik ruik chocolade!” lacht hij. Emma hobbelt achter hem aan.
Sam vindt al snel een blauw ei achter de struiken. “Ik heb er één!” Noor springt enthousiast in de rondte. “Hier liggen er nog twee!”
Emma kijkt goed rond. “Zullen we samen zoeken?” vraagt ze aan Finn. “Dan delen we de eitjes.” Finn knikt blij. Samen speuren ze onder de grote tafel, tussen de bloemen en zelfs in de laarzen van papa.
Plots roept Noor: “Kijk daar, onder de boom! Iets glanst!”
Hoofdstuk 3 – Het gouden ei
Finn rijdt snel naar de boom, Emma rent ernaast. Noor wijst. “Daar, vlakbij de wortels!”
Finn bukt voorzichtig. “Ik zie het!” In het zonlicht glinstert een ei dat echt helemaal goud is.
Iedereen komt eromheen staan. “Vinden jullie dat Finn en Emma het samen hebben gevonden?” vraagt Sam.
Noor knikt. “Ja! Misschien is het een vriendschapsei!”
Emma en Finn lachen. “Laten we het samen openen,” zegt Emma.
Heel voorzichtig halen ze het gouden ei open. Erin zitten kleine briefjes. Op elk briefje staat een grappige opdracht, zoals ‘vertel een mop' of ‘doe een gek dansje'. Finn leest voor: “Noor, jij mag nu kakelen als een kip!”
Noor kakelt zo hard dat iedereen in lachen uitbarst. Finn moet daarna een konijnensprong maken met zijn armen. Iedereen danst en lacht vrolijk.
Hoofdstuk 4 – De kleurrijke tafel
Als alle eieren zijn gevonden, gaan ze naar de grote tafel buiten. Op tafel staan gekleurde borden, sapjes, paasbrood en schalen vol chocolade-eitjes.
“Mmm, dit ruikt heerlijk!” zegt Sam.
Ze proeven van het brood, delen hun eitjes en vertellen elkaar hun mooiste paasmoment. Emma zegt: “Ik vond het leukst toen Noor als kip kakelde!”
Finn lacht: “En ik toen iedereen samen danste. Pasen is nog leuker als je het deelt!”
Mama zet een schaal worteltjes neer. “Ook voor het bezoek van de Paashaas!” knipoogt ze.
De kinderen knabbelen en giechelen. Finn pakt een groen eitje en zegt: “Voor mij is dit het mooiste Pasen ooit.”
Hoofdstuk 5 – De magische verrassing
Aan het einde van de middag ligt de tuin vol lege eitjes. De kinderen zitten samen in het gras. Plots horen ze zacht geritsel bij de struiken.
“Wat was dat?” fluistert Noor.
Ineens springt er een pluizig wit konijntje uit de struiken. Hij draagt een piepkleine strik. “Is dat… de Paashaas?” fluistert Emma.
Het konijntje wiebelt met zijn oren en huppelt naar de schaal met wortels. Hij kijkt de kinderen even aan, knabbelt een worteltje, en huppelt dan weer weg, precies op tijd voor het avondeten.
“Wauw, dit was echt magisch,” zegt Sam.
“Zullen we volgend jaar weer samen zoeken?” vraagt Finn hoopvol.
Iedereen knikt enthousiast. Samen lachen ze en dromen alvast van nóg meer kleurige eitjes en vrolijke Paasdagen. Want als je samen bent, is elke dag een beetje feest.