De ochtend van het grote paasfeest
In het groene bos, waar bloemen piepen tussen het hoge gras en vogels vrolijk zingen, woont Vosje. Vosje is niet zomaar een vos. Hij heeft oranje haren die glanzen als de zon en ogen die alles zien, zelfs de kleinste dingen in het bos. Op de ochtend van Pasen wordt Vosje wakker van het zachte gefluit van Merel.
“Wakker worden, Vosje! Vandaag is het paasfeest!” roept Merel. Vosje rekt zich uit en lacht. Hij houdt van Pasen, want dan is alles extra vrolijk. Overal in het bos liggen kleurrijke eieren verstopt en alle dieren doen mee met zoeken.
Vosje huppelt naar buiten. Het gras is nat van de dauw. De lucht ruikt fris en zoet. “Vandaag wordt bijzonder,” zegt Vosje tegen zichzelf. Hij voelt het gewoon.
Onder de grote eik verzamelen zich de dieren. Haas is er, met zijn grappige flaporen, Egel met zijn prikkers, en Muis die altijd giechelt.
“Goedemorgen allemaal!” roept Vosje. “Zijn jullie klaar voor het paaseieren zoeken?”
“Ja!” piept Muis. “Ik hoop op een heel groot ei!”
“Ik zoek het mooiste ei!” zegt Haas.
“Ik wil een chocolade-ei!” lacht Egel.
Iedereen lacht en springt. De zon klimt hoger aan de hemel. Het bos straalt in geel, roze en blauw door alle bloemen. Overal hangen gekleurde linten in de bomen. Een vlinder vliegt langs en zwaait even met haar vleugels.
Het bijzondere ei
De dieren beginnen met zoeken. Vosje snuffelt tussen het gras, onder bladeren en achter stenen. Soms vindt hij een klein, paars eitje. Soms een groot, geel ei. Iedereen vindt iets moois. Maar dan, achter een struik vol glanzende dauwdruppels, ziet Vosje iets geks.
Tussen het mos ligt een ei. Niet gewoon, niet van chocolade, niet gekleurd. Dit ei is doorzichtig, als een druppel water in de zon. Vosje staart ernaar. Het glimt en schittert. Als hij zijn neus dichterbij brengt, ziet hij iets vanbinnen bewegen.
“Wat heb je daar gevonden?” vraagt Haas, die stiekem nieuwsgierig is.
“Ik weet het niet. Het is geen gewoon ei,” fluistert Vosje. “Kijk maar!”
Haas staart naar het ei. “Wat raar! Je kunt er bijna doorheen kijken.”
“Is het toverachtig?” vraagt Muis met grote ogen.
“Misschien is het magisch,” zegt Egel, “of misschien woont er een sprookje in!”
Vosje draait het ei voorzichtig rond. Dan komt de zon tussen de takken en schijnt precies op het ei. Plots verschijnt er een symbool in het ei: een blad, groen en fris, met dauwdruppels erop.
“Wauw!” roepen de dieren. “Het tovert!”
“Wat betekent dit?” vraagt Haas.
“Ik weet het niet,” zegt Vosje. “Maar ik denk dat het iets te maken heeft met de natuur. Kijk eens hoe mooi het blad is!”
Muis knikt. “Misschien wil het ei ons iets leren.”
Het raadsel van het bos
De dieren gaan in een kringetje zitten, met het doorzichtige ei in het midden. “We moeten het raadsel oplossen,” zegt Vosje. “Wat wil het ei ons vertellen?”
De vlinder vliegt boven het ei en roept: “Pas op de natuur, want die is kostbaar!”
Vosje denkt na. “Misschien moeten we vandaag extra goed voor het bos zorgen. Niet alleen eieren zoeken, maar ook helpen.”
“Ja!” roept Haas. “We kunnen afval opruimen!”
“En bloemen water geven!” piept Muis.
“En jonge boompjes beschermen,” stelt Egel voor.
Vosje voelt zich trots. “Als we samenwerken, wordt het bos nog mooier. Dat is het geheim van het ei!”
Alle dieren knikken. Samen rennen ze het bos in. Overal waar ze komen, rapen ze papiertjes op, geven ze plantjes wat water uit de beek en zorgen ze voor de kleine diertjes die hulp nodig hebben.
Als ze klaar zijn, komt de zon nog feller tevoorschijn. Opnieuw schijnt het licht op het bijzondere ei. In het ei verschijnt nu, naast het groene blad, een stralende zon en kleine, kleurige bloemen.
“Het ei verandert!” roept Muis blij.
“Het laat zien wat we doen,” zegt Vosje trots. “De natuur wordt gelukkig van ons!”
Feest in het zonlicht
Nu is het tijd om echt feest te vieren. De dieren dansen rond het ei. Haas doet een rare sprong, Muis rolt over haar rug, Egel draait voorzichtig, en Vosje springt hoog in de lucht.
“Dankzij ons is het bos schoon en blij!” roept Vosje.
De andere dieren klappen in hun pootjes. Zelfs de bomen lijken te wiegen op de wind. De vlinders dansen en zelfs de oude uil knikt goedkeurend van zijn tak.
“Wil iemand een chocolade-ei?” vraagt Egel, lachend.
“Ja!” roepen de anderen in koor. Ze delen hun gevonden eieren. Niemand is jaloers, iedereen krijgt wat lekkers. Vosje kijkt naar het magische ei. Het glanst nu zo fel dat het hele bos baadt in een warm licht.
“Zullen we het ei ergens verstoppen voor volgend jaar?” fluistert Muis.
“Goed idee,” zegt Vosje. “Dan kan het volgend jaar weer een nieuw raadsel brengen.”
Samen graven ze een klein kuiltje onder de grote eik. Het ei wordt voorzichtig neergelegd, bedekt met zacht mos en bloemblaadjes.
“Dag bijzonder ei, tot volgend jaar!” fluistert Vosje.
Iedereen klapt, juicht en lacht. Het bos weerkaatst hun vrolijke stemmen. Die dag vergeet niemand meer.
Aan het eind van het feest zit Vosje onder de eik. Hij kijkt naar de zon, voelt de zachte wind en luistert naar de dieren die zingen. Hij is blij. Niet alleen omdat hij een bijzonder ei vond, maar ook omdat het feest samen zoveel mooier is.
“Fijne Pasen, bos!” roept Vosje luid.
En het bos antwoordt met een salve van vrolijk applaus van alle dieren, van de bomen, van de bloemetjes en zelfs van de zon.