Bezig met laden...
Ruimtevaartverhaal 11/12 jaar Lezen 22 min.

Het geheim van de adem op Melitta

Een ingenieur en een team bezoeken de bijenkorfhabitat Melitta om mysterieuze zuurstofdalingen te onderzoeken, waarbij ze ontdekken dat menselijke keuzes en geheime experimenten de lucht dreigen te beïnvloeden. Ze moeten luisteren en samenwerken om het probleem te begrijpen zonder iedereen in gevaar te brengen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Joris, ingenieur, knielt voor een klein metalen luik dat hij met precieze handen opent en houdt een ronde zaklamp die warm licht werpt; achter hem links staat Sanna, kapitein, met armen over elkaar en een kalme, gezaghebbende blik; rechts kijkt Miro, piloot, gebogen naar de opening met een lichte tablet en nieuwsgierige blik; verderachter Naya, hoofd habitat, zichtbaar opgelucht maar bezorgd, hand bij haar badge; helemaal achterin zit Toma, wetenschapper, in een kleine ronde luisterruimte verlicht door het scherm van een zwarte schotelantenne; locatie: gang en technische ruimte van een habitatarm 3 met crèmekleurige gebogen wanden, blauwgrijze metalen ribben, zichtbare leidingen en een open rond luik; sfeer: tedere ontdekking, opgelucht en bezorgd, warm licht tegen blauwachtige schaduwen, compositie in diepte van Joris naar Toma; grafische stijl: rubber hose met vloeiende lijnen en afgeronde vormen, warme pastelkleuren, lichte korreltextuur, duidelijke expressies, zachte heroïek, kindvriendelijk, geen geweld. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 — De luisterpost

In het observatiedok van het schip hing een rustige drukte, alsof stilte zelf een klus had gekregen. Buiten het raam lag de ruimte als zwart glas met daarin, ver weg, een zwerm lichtpuntjes: de bijenkorfhabitat Melitta.

Joris van Daal stond met zijn handen op zijn heupen voor het paneel “LEVENSONDERSTEUNING”. De letters waren oud, de knoppen nieuw. Het schip, de Asterion, was een mengsel van generaties techniek—zoals een gerepareerde fiets die toch altijd blijft rijden.

“Zuurstofvoorraad: 42 uur,” las hij hardop. Hij deed dat altijd. Niet omdat iemand hem moest controleren, maar omdat hardop lezen hem hielp luisteren naar zichzelf. Alsof zijn eigen stem een extra sensor was.

Achter hem klonk een kuchje. Kapitein Sanna Kade stond in de deuropening met een beker dampende thee. “Joris, je klinkt alsof je een verhaaltje voorleest.”

“Dat is ook een beetje zo,” zei Joris. “Het verhaal waarin we allemaal blijven ademen.”

Sanna kwam dichterbij en leunde over zijn schouder. “We naderen Melitta. Vijf uur tot docking. Hoe voelt het systeem?”

“Alsof het netjes doet wat het moet doen,” antwoordde Joris. “Maar dat is precies wanneer je extra moet opletten.”

De intercom klikte. “Technische dienst aan Joris,” klonk de stem van Miro, de jongste piloot. “Ik wed dat ik sneller kan docken dan jij ‘zuurstofbuffer' kunt zeggen.”

Joris grinnikte. “Ik zeg het toch liever dan dat jij het probeert.”

“Ho, luister naar de man met de knoppen!” Miro lachte. “Zie je over een uur in de mess.”

Joris tikte een paar waarden in. De Asterion bewoog zacht; je voelde het bijna niet, maar de cijfers vertelden het. Hij keek naar de grafiek van CO₂, naar de groene lijn van O₂, naar de kleine waarschuwing die als een knipoog in de hoek zat: FILTER 3: onderhoud aanbevolen.

Hij drukte op “DETAILS” en fronste. Filter 3 had zich de laatste dagen netjes gehouden, maar nu zag hij een piepkleine schommeling, als een ademhaling die niet helemaal vrij was.

Hij sloot zijn ogen en luisterde. Niet naar de ruimte—die zei niets—maar naar het schip. De ventilatoren hadden een zachte, constante zoem. Alleen… daar. Een bijna onhoorbare trilling, alsof ergens iets tegen een rooster tikte.

“Oké,” mompelde hij. “Ik hoor je.”

Sanna keek hem aan. “Wat hoor je?”

“Een verhaal dat begint,” zei Joris, en hij stak zijn handen al uit naar zijn gereedschapskist.

Hoofdstuk 2 — De bijenkorf aan de horizon

Melitta werd groter, niet als een planeet, maar als een stad die je van veraf ziet oplichten. De habitat bestond uit een centrale kern met zes dikke armen—als honingraten die zich uitstrekte in de leegte. Elke arm had ramen als schubben, en sommige gaven een zacht geel licht dat Joris aan keukenlampen deed denken.

In de shuttle die hen naar het dock bracht, zat Joris tegenover Miro en dokter Lian. De shuttle rook naar warm plastic en citroendesinfectie.

Miro drukte zijn gezicht bijna tegen het raam. “Kijk dan! Het lijkt echt op een bijenkorf. Denk je dat ze daar ook zoemen?”

“Alleen als de luchtfilters het begeven,” zei Joris droog.

Dokter Lian kneep haar ogen samen. “Je maakt er een grap van, maar zuurstof is geen grap.”

Joris knikte. “Daarom check ik het. De Asterion heeft een filter dat raar doet. Als we op Melitta zijn, wil ik vervangmateriaal halen. En… eerlijk gezegd wil ik zien hoe zíj het doen. Hun systemen zijn nieuwer.”

Sanna, voorin, zei zonder om te kijken: “We zijn hier om te observeren en te leren. Melitta heeft last van korte storingen in hun atmosfeerregeling. Ze vroegen om een ingenieur die kan kijken met frisse ogen.”

Miro draaide zich om. “Frisse ogen, frisse lucht. Toeval? Ik denk het niet.”

Joris stak een vinger op. “Luister. Als er een storing is, gaan we niet rennen en schreeuwen. We luisteren eerst. Naar de meetwaarden, naar elkaar, naar de mensen hier. Begrijp je?”

Miro hield twee vingers tegen zijn helm, alsof hij saluteerde. “Jawel, chef.”

Dokter Lian glimlachte. “Ik vind het fijn dat je dat zegt.”

De shuttle schokte licht toen de magnetische koppeling het dock vond. Een zachte klonk—alsof twee handen elkaar vonden in het donker.

De deur ging open. Warme lucht stroomde binnen, met een vreemde geur: metaal, kruiden en iets dat deed denken aan natte aarde. Er stond iemand te wachten in een donkerblauw pak met een embleem van een zeshoek.

“Welkom op Melitta,” zei ze. “Ik ben Naya Rens, habitatbeheer. Jullie zijn laat. Of… jullie waren precies op tijd, afhankelijk van wie je het vraagt.”

“Wie vraagt wat?” vroeg Miro.

Naya's glimlach was snel en een tikje gespannen. “Onze zuurstofsensoren. Ze doen alsof ze in een drama zitten.”

Joris stapte naar voren. “Laat me luisteren naar hun verhaal.”

Hoofdstuk 3 — Zuurstof en geheimen

De gang van Melitta was breed en rond, met ribben van licht langs het plafond. Het voelde alsof je door de binnenkant van een enorme schelp liep. Achter sommige deuren hoorde Joris stemmen, muziek, het tikken van gereedschap. Het was een leefplek, geen laboratorium, en toch zat er overal een laagje nauwkeurigheid overheen—alsof iedereen wist dat fouten hier niet gewoon “pech” waren.

Naya leidde hen naar de controlekamer van de atmosfeer. Een grote holle ruimte vol schermen, met in het midden een cilindervormige console. Bovenin draaide een langzaam bewegend hologram: een doorsnede van de habitat, met blauwe en groene wolken die de luchtstromen voorstelden.

“Hier,” zei Naya. “We krijgen om de paar uur een daling van 0,8% in zuurstof in arm drie. Dan herstelt het weer. Geen lekkage gevonden. Geen brand, geen extra verbruik. Toch gebeurt het.”

Joris zette zijn handen op de console en keek naar de gegevens. Het patroon was te netjes voor een echte ramp, te rommelig voor een simpele bug.

“Mag ik filterstatussen?” vroeg hij.

Naya tikte iets aan. Een lijst sprong open. Joris' wenkbrauwen gingen omhoog. “Jullie filterbanken zijn prachtig… en filter 3A lijkt… moe.”

Naya zuchtte. “We hebben die vorige maand vervangen.”

“Dan is het ofwel een slechte batch,” zei Joris, “of iemand gebruikt het systeem voor iets dat niet in de handleiding staat.”

Dokter Lian keek op. “Zoals?”

“Zoals een deur die stiekem lucht wegzuigt,” zei Joris. “Of een ruimte die ‘s nachts extra zuurstof nodig heeft.”

Miro floot zacht. “Een geheime sportzaal?”

Naya gaf hem een blik. “Als het een sportzaal was, zou ik het toegeven. We hebben een… project. Een observatorium in arm drie. Heel precies. Heel gevoelig.”

“Gevoelig voor lucht?” vroeg Joris.

“Gevoelig voor trillingen,” antwoordde Naya. “Daarom is het geïsoleerd. En isolatie… verandert soms de luchtstromen.”

Joris knikte langzaam. “Ik wil naar arm drie. Maar eerst: ik wil de zuurstofreserve checken. Als we gaan sleutelen, wil ik weten hoeveel marge we hebben.”

Hij opende het noodpaneel. Er verscheen een getal dat hem even stil maakte.

“Reserve: 11 uur,” zei hij.

Naya's gezicht werd bleek. “Dat kan niet. We hebben altijd minstens twintig.”

Sanna stond naast Joris, plots heel stil. “Wat betekent dit?”

Joris voelde hoe de controlekamer ineens kleiner leek. “Het betekent dat iemand de reserve heeft aangesproken. Of… dat de meting niet klopt. Maar ik ga uit van het eerste tot ik het tweede bewezen heb.”

Miro wilde iets zeggen, maar hield zich in. Dat zag Joris, en hij waardeerde het.

“Oké,” zei Joris rustig. “We doen dit stap voor stap. Naya, wie heeft toegang tot de reservekleppen?”

“Alleen beheer en onderhoud,” zei Naya. “Dat zijn twaalf mensen.”

“Dan beginnen we met luisteren,” zei Joris. “Niet met beschuldigen. Breng ze bij elkaar. Ik wil horen wat ze weten, en vooral wat ze niet durven te zeggen.”

Naya knikte, alsof iemand haar een reddingslijn had gegeven. “Komt goed.”

Joris keek nog eens naar het hologram. Arm drie pulste zwak rood, als een waarschuwing die net niet wilde schreeuwen.

Hoofdstuk 4 — De arm die fluisterde

Arm drie voelde anders: stiller, koeler. De lampen brandden net iets zachter, alsof de gang geen aandacht wilde trekken. Joris liep voorop met een kleine handheld sensor, een apparaatje dat de luchtkwaliteit in kleuren vertaalde. Groen was goed. Geel was opletten. Rood was rennen.

Het scherm bleef groen, maar af en toe trilde het naar lichtgeel, precies op dezelfde plekken—bij de naden van een afgesloten deur.

“Daar,” zei Joris. “Een drukverschil.”

Naya trok haar badge langs de scanner. De deur bleef dicht. “Hij accepteert me niet.”

Sanna keek scherp. “Wie dan wel?”

Naya slikte. “Alleen de projectleider van het observatorium. Toma.”

“Dan halen we Toma,” zei Joris.

“Hij is… niet bereikbaar,” antwoordde Naya, te snel.

Miro trok een wenkbrauw op. “Niet bereikbaar als in: hij is aan het slapen, of niet bereikbaar als in: hij doet alsof hij weg is?”

Naya keek naar de vloer. “Hij luistert niet goed naar waarschuwingen. Hij is… koppig.”

Joris legde zijn hand plat tegen de deur, alsof hij de ruimte erachter kon voelen. “Ik ben ook koppig,” zei hij. “Maar ik probeer wel te luisteren.”

Dokter Lian wees naar het sensorapparaat. “Het wordt geler.”

Joris keek. Het geel kroop omhoog, langzaam maar zeker. “Er wordt lucht weggezogen, of de gang krijgt minder terug.”

Sanna's stem was laag. “Kunnen we de toevoer omleiden?”

Joris knikte. “Ja. Maar dat is alsof je water in een lekke emmer blijft gieten. Ik wil weten waar het heen gaat.”

Hij knielde bij het onderhoudspaneel naast de deur. “Ik kan de serviceleiding openen. Niet de hoofddeur, maar de luchtleiding erachter.”

Naya's ogen werden groot. “Dat mag niet zonder toestemming.”

“Dan vraag ik toestemming aan de zuurstof,” zei Joris. Hij glimlachte kort, zodat het minder hard klonk. “Luister, we hebben elf uur reserve. Regels zijn belangrijk, maar adem is belangrijker.”

Sanna legde haar hand op Naya's schouder. “We doen dit zorgvuldig. Joris, wat heb je nodig?”

“Drie minuten stilte,” zei hij. “En dat niemand tegelijk praat.”

Miro hield zijn mond dicht en wees demonstratief naar zijn lippen alsof hij ze op slot deed.

Joris opende het paneel. Een dunne stroom koude lucht streek langs zijn vingers. Hij hoorde het nu duidelijk: een zacht fluitje, alsof de habitat zelf een geheim probeerde te verbergen.

Hij koppelde zijn sensor aan de leiding. De waarden sprongen: zuurstof werd afgetapt, in pulsen, precies elke twee uur.

“Dit is geen toeval,” zei Joris.

Dokter Lian fluisterde: “Waarom zou iemand dat doen?”

Joris keek naar Naya. “Wat voor observatorium is dit?”

Naya's adem ging snel. “Het is… een luisterobservatorium. Voor radiogolven. Voor… iets dat we niet willen storen met ventilatorruis.

Joris knikte. “Dus jullie hebben een stille ruimte gemaakt. En om die stil te houden, sluiten jullie luchtstromen af. Maar dan moet je extra zuurstof inblazen, anders wordt het benauwd.”

Sanna's ogen vernauwden. “En iemand heeft dat ‘extra inblazen' uit de reserve gehaald.”

Naya fluisterde: “Toma.”

Miro kon het niet laten. “Toma, de man die niet luistert. Klassiek.”

Joris stond op. “We moeten naar binnen. Nu. Als iemand daar is en de lucht dunner wordt… dan verliezen we tijd.”

Sanna knikte. “Doe het.”

Joris haalde een compacte cutter uit zijn kist. “Ik snijd niet door de deur,” zei hij. “Ik open de service-luikrand. Dat is te repareren.”

Hij werkte snel, maar met rustige handen. Metaal zong kort. Het luik gaf mee en er kwam een smalle opening vrij. Erachter lag een donkere gang, bekleed met dempend materiaal, als het binnenste van een jas.

En ergens, verderop, klonk een hoest.

Hoofdstuk 5 — Het hart van de korf

Joris kroop als eerste door de opening. De lucht was hier anders: droger, kouder, alsof iemand het leven op een laag pitje had gezet. Zijn sensor ging naar geel.

“Zuurstof 19,1%,” mompelde hij. “Nog oké, maar het daalt.”

Hij hoorde voetstappen achter zich: Sanna, Naya, Miro en dokter Lian. Ze spraken zacht, maar zelfs dat leek hier te hard.

Aan het einde van de gang lag een ronde ruimte met een grote, zwarte schotel—een radiotelescoop, maar dan naar binnen gericht, als een oor in plaats van een oog. Kabels liepen als wortels over de vloer. In het midden zat een man op een kruk, een headset op, zijn rug gespannen.

“Toma,” zei Naya, schor.

De man draaide zich om. Zijn gezicht was bleek, maar zijn ogen glommen van opwinding. “Naya. Jullie moesten stil zijn. Ik heb iets—”

“Je hebt iets gestolen,” zei Naya, en haar stem trilde nu niet van angst maar van woede. “Onze zuurstofreserve.”

Toma maakte een wegwuivend gebaar. “Geleend. Voor de kalibratie. De ventilatoren mochten niet aanslaan. Elk beetje trillingen verstoort—”

“Luister,” zei Joris, en hij stapte dichterbij. Hij wees niet met een vinger, maar hield zijn sensor omhoog. “Deze ruimte ademt niet goed. Jij ook niet. Je hoest. Je hoofd wordt licht. Dit is geen heldenverhaal, Toma. Dit is wiskunde.”

Toma haalde zijn schouders op, maar hij kneep even zijn ogen dicht. “Ik kon het oplossen. Nog één run. Nog één uur.”

Sanna ging naast hem staan, zonder te dreigen. “Wat luister je naar?”

Toma's blik schoot naar de schotel. “Een signaal. Heel zwak. Herhalend. Alsof… alsof iets van heel ver weg ‘hier' zegt.”

Miro fluisterde: “Aliens?”

Dokter Lian gaf hem een korte por. “Niet nu.”

Toma ademde zwaar. “Jullie begrijpen niet hoeveel dit betekent. Als het echt is—”

“Dan willen we het ook horen,” zei Joris. “Maar niet ten koste van mensen die hier wonen. Je kunt niet luisteren naar de ruimte terwijl je doof bent voor je eigen crew.”

Dat kwam aan. Toma's kaak spande, maar zijn blik werd minder scherp, meer… menselijk.

Naya sprak zacht, maar duidelijk. “Ik heb je eerder gevraagd om het met ons te delen. Je zei dat we ‘het niet aankonden'. Dat was niet eerlijk.”

Toma keek naar haar, en voor het eerst leek hij niet zeker van zichzelf. “Ik was bang dat jullie het zouden stopzetten.”

“Misschien,” zei Sanna. “Maar dan hadden we samen een betere manier gevonden.”

Joris knielde bij het luchtpaneel van de ruimte. “Oké. Procedure. Eén: we zetten de observatie op pauze. Twee: we openen de stille bypass in gecontroleerde stappen. Drie: we vullen de reserve aan met de hoofdgeneratoren zodra de druk stabiel is.”

Toma schudde zijn hoofd. “Als je de bypass opent, krijg je ruis.”

“Dan krijg je ruis,” zei Joris. “Maar je krijgt ook lucht. En je krijgt een team dat je helpt om ruis weg te filteren. We leven in de toekomst, Toma. We kunnen twee problemen tegelijk oplossen.”

Miro stak zijn hand op alsof hij in de klas zat. “Mag ik dan de ruis eruit rekenen? Ik ben goed in lastige patronen.”

Sanna keek hem aan. “Als je ook goed bent in luisteren.”

Miro knikte meteen. “Deal.”

Toma haalde langzaam zijn headset af. Het voelde alsof de kamer een beetje lichter werd, niet door lampen, maar door een beslissing.

“Oké,” zei hij hees. “Open de bypass.”

Joris draaide de klep een kwartslag. Lucht stroomde zacht binnen, als een zucht van opluchting. Zijn sensor schoof terug naar groen.

Naya liet haar schouders zakken. “Dank je.”

Toma keek naar haar. “Het spijt me. Ik… hoorde jullie wel. Ik vond het gewoon… minder belangrijk dan dat signaal.”

“Dan ga je nu iets nieuws oefenen,” zei Joris. “Luisteren is ook een soort techniek. Je wordt er beter in door het te doen.”

Hoofdstuk 6 — Terug naar adem en brood

In de controlekamer stond het hologram weer rustig blauwgroen te draaien. De rode puls in arm drie was verdwenen. Joris keek naar het noodpaneel: reserve zuurstof klom langzaam omhoog terwijl de systemen zich herstelden.

Naya had alle onderhoudsmensen bij elkaar geroepen, niet om ze te straffen, maar om te bespreken wat er misging en hoe het voortaan beter kon. Toma zat er ook bij, stiller dan eerst. Hij luisterde echt—zijn blik ging niet steeds naar de schermen, maar naar de gezichten.

Sanna zei: “We maken een protocol voor stille projecten. Geen geheime aftap. Altijd twee paar ogen op de reserve.”

“En twee paar oren,” voegde Joris toe.

Miro grijnsde. “En één paar hersens dat de ruis eruit haalt.”

Dokter Lian tikte met haar pen op haar tablet. “En een check op vermoeidheid. Koppigheid groeit sneller als je te lang doorwerkt.”

Toma knikte. “Ik… wil het signaal delen. Met iedereen. Dan hoeven we niet te kiezen tussen luisteren naar buiten en luisteren naar binnen.”

Ze gingen later samen terug naar de observatieruimte, maar nu met een veilige luchtstroom en een afgesproken tijdslot. Miro zat achter een rekenpaneel en trok ruislagen weg als dunne dekens. Op het scherm verscheen een patroon: simpel, herhalend, bijna als een klopje op een deur.

“Het zegt niet echt ‘hier',” mompelde Joris, “maar het zegt wel: ‘ik ben'.”

Naya glimlachte, en er glansde iets in haar ogen dat op hoop leek. “En wij zeggen terug: ‘wij ook'.”

Die avond, toen de spanning was gezakt en de cijfers stabiel bleven, zat de gemengde crew van de Asterion en Melitta in de mess van de habitat. De ruimte was niet groot, maar warm. Er stond een schaal met brood, een pot soep en een kom met gesneden groente. Simpel eten, eerlijk eten.

Joris schepte soep in kommen. “Niet te heet,” waarschuwde hij, alsof dat ook een levensondersteuningssysteem was.

Miro doopte brood in zijn kom. “Ik dacht dat ruimte-avonturen altijd eindigen met lasergevechten.”

Sanna nam een rustige slok. “Soms eindigen ze met ademhalen dat weer vanzelf gaat.”

Dokter Lian keek naar Toma. “En met excuses die niet in een rapport passen.”

Toma brak een stuk brood af en legde het op Naya's bord. “Ik ga mijn best doen. Echt.”

Naya knikte. “Ik ga ook beter luisteren. Niet alleen naar alarmen, maar naar mensen die te hard stil worden.”

Joris leunde achterover en voelde de zachte ventilatie in de mess, de gewone lucht die niemand opviel als hij goed werkte. Hij keek rond: verschillende uniformen, verschillende gewoontes, dezelfde behoefte aan zuurstof en aan elkaar.

“Op een habitat lijkt alles groot,” zei hij. “De ruimte buiten is eindeloos. Maar uiteindelijk gaat het om kleine dingen: een klep op tijd openzetten. Een vraag stellen. Iemand laten uitpraten.”

Miro grijnsde met een volle mond. “En brood.”

“En brood,” bevestigde Joris.

Buiten draaide Melitta rustig door de sterren. Binnen luisterde een groep mensen naar het zachte geluid van lepels tegen kommen—een klein, menselijk ritme dat zelfs de kosmos niet kon overstemmen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Observatiedok
Een plek op een schip waar mensen kijken en meten wat er buiten gebeurt.
LEVENSONDERSTEUNING
Apparaten die lucht, temperatuur en andere dingen regelen zodat mensen kunnen leven.
Habitat
Een plaats waar mensen wonen, bijvoorbeeld een kleine woonruimte in de ruimte.
Docking
Het vastmaken van een schip aan een groter station of gebouw.
Ventilatoren
Machines die lucht verplaatsen om ruimtes fris te houden.
Hologram
Een lichtbeeld dat lijkt op een 3D-voorstelling in de lucht.
Cilindervormige
Iets dat de vorm heeft van een lange rol of buis, als een cilinder.
Kalibratie
Het precies afstellen van een toestel zodat het juiste meetwaarden geeft.
Bypass
Een omweg in een systeem waardoor lucht of vloeistof anders kan stromen.
Radiotelescoop
Een groot instrument dat zwakke radiosignalen uit de ruimte opvangt.
Ventilatorruis
Het geluid of de storing die ventilatoren maken en die metingen kan verstoren.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Verhalen over ruimtereizen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.