Begin op de muren
Het carnaval stroomt over de stadsmuren als een rivier van kleur. Vlaggen flapperen. Trommels bonzen. Een kleine bellenwolk danst langs. Vier meisjes lopen hand in hand over de brede stenen van de muur. Ze lachen zacht en hun laarzen tikken een vrolijk ritme.
Lina rijdt in haar rolstoel met een grote glimlach. Noor heeft een kroon van papieren bloemen. Sara draagt een jas vol glitters. Fien heeft sokken in verschillende kleuren. Ze zijn allemaal vijf jaar. Hun ogen glanzen van nieuwsgierigheid.
De meisjes hebben een belangrijk plan. Ze willen de confetti goed verspreiden. Niet te veel op één plek, niet te weinig op een ander. Precies zo dat iedereen een beetje krijgt. Hun zakken zitten vol gekleurde papiertjes: rood, geel, blauw, groen en zilver. De confetti ritselt als een klein applaus.
De lucht voelt warm en luchtig. Muziek komt van beneden, uit de straten. Trompetten blinken als zonneschijfjes. Een accordeon zucht en lacht. De meisjes luisteren en lopen zachtjes mee. Hun stappen lijken op kleine sprongen van plezier.
Lina stopt bij een lage muur. Ze kijkt naar de groep kinderen die naar boven klimmen. Ze telt stil: één, twee, drie... Ze ademt in en uit. Geduld, fluistert haar hart. De meisjes vinden een plekje met goed zicht. Dit is het begin van hun taken. Ze zijn klaar om te delen.
Midden op de remparts
De stoet komt dichterbij. Er zijn mensen in mantels, mensen in taartkostuums, in lichtgevende maskers en in gekke hoeden die wiebelen. Een leeuw van stof springt en draait. Alle schoenen maken een vrolijk lawaai. Maar de meisjes blijven rustig. Ze weten: verdelen kost tijd. Eerste kleine verrassing: een accordeonist buigt diep en geeft een speels deuntje. De meisjes klappen zacht.
Ze delen de confetti in vier kleine zakjes. Niet te vol, niet te leeg. Geduld is hun koninkrijk. Noor deelt met haar vingertoppen, langzaam en zorgvuldig. Sara strooit eerst een beetje rond een meisje dat verlegen staat te kijken. Fien fluistert een grapje en strooit zilveren vlokjes boven een jongetje dat net geglimlacht heeft. Lina, met haar zachte stem, zegt niets. Ze lacht en telt mee. Eén papiertje voor jou, één voor jou, één voor mij. Kleine handjes reiken omhoog en de confetti dwarrelt als herfstbladeren op een zomerdag.
Een mini-rebondissement: een windvlaag komt onverwacht. De papieren vliegen als kleine vogels. Een hele hoed vol confetti waait weg. De meisjes schrikken even. Iedereen lacht omdat het alsof het papier danst. De meisjes besluiten te volgen. Ze rollen en rennen een beetje, sommige stappen zijn voorzichtig voor Lina. Samen vangen ze de vlokken, zonder te haasten.
Aan de rand van de muren zien ze een oude man met een ronde buik en een fluwelen jas. Hij houdt een trommel en glimlacht vriendelijk. Zijn trommel laat hartslagen horen. Klaar voor een ritme, zegt hij met zijn ogen. De meisjes wachten. Ze mogen pas strooien als de trommel één, twee, drie slaat. Geduld, zingen de stenen. De meisjes tellen met hem mee. De stad houdt ook haar adem in.
Een tweede verrassing: een klein vogeltje landt op Sara's glitterjas. Het vogeltje kijkt nieuwsgierig en pikt voorzichtig in een papieren vlokje. Iedereen lacht stilletjes. Het vogeltje fladdert een rondje en deelt het moment. De meisjes voelen zich als feeën die de feestjes verzorgen.
Langzaam verspreiden ze de confetti over de muren. Niet te snel. Niet te traag. Ze geven een beetje aan het meisje dat bang was en meer aan de groep die juichte. Ze geven confetti aan de trommelaar en zelfs aan het vogeltje. Elk papiertje wordt met zorg losgelaten. Het gevoel van delen groeit als een lied dat steeds groter wordt.
Muziek verandert. Trompetten spelen een trage wals. Een kinderkoor van fluitjes blaast korte hoge tonen. De meisjes dansen zonder te springen te hoog. Ze wiegen en strooien. Geduld leert ze wanneer te wachten en wanneer te bewegen. Ze ontdekken dat wachten op het juiste moment de confetti mooier maakt. Mensen onderaan de muur kijken omhoog en klappen. Kleine blosjes op hun wangen. De meisjes voelen zich warm en trots.
Feest op de laatste avond
De zon zakt laag. De muren krijgen een gouden rand. Lampionnen worden aangestoken en zwiepen als kleine sterren. De kinderen hebben nog een laatste zak met confetti. Ze willen het allerlaatste beetje juist doen. Ze delen het met zachte handen. Ze ritselen en fluisteren: "We delen tot iedereen lacht."
Een verkleedwagen met zingende poppen rijdt langs. Ballonnen zwellen en borrelen in de lucht. De meisjes besluiten dat het laatste beetje confetti voor de mensen is die op de muren zitten te luisteren. Niet te veel, denkt Lina, het mag ook blijven hangen in het haar van een oude mevrouw of in de baard van een lachende man. Elk papiertje moet een glimlach maken.
Een klein spannend moment: een klein jongetje glijdt bijna van de rand van een trap. Zijn moeder grijpt hem snel. De meisjes houden even hun adem in. Ze helpen met een handje vol confetti om het verdriet weg te wuiven. Een strook confetti op zijn jas en meteen verschijnt er een brede mond. Het huilen verandert in gelach. Geduld en tijd maakten ruimte voor troost en blijdschap.
Tot slot lopen ze naar het hoogste punt van de muur. Alle muziek zwelt aan tot een zachte vijver van geluid. Trompetten blinken voor het laatst. De meisjes kijken naar beneden, naar de mensen die eruitzien als kleine stipjes van kleur. Ze voelen een warm gevoel in hun borst dat naar buiten wil. Ze delen het laatste restje confetti, maar heel langzaam, als regendruppels die precies op een bloem vallen. Iedereen krijgt een vleugje kleur.
De avond sluit met dansende schaduwen. Vuurwerk maakt gekleurde bloemen in de lucht. De meisjes dansen tussen de lampjes en de papieren. Ze hebben niet alles in één keer uitgestrooid. Ze hebben gewacht op het juiste moment. Geduld maakte het feest mooier. Het maakte dat elk confettivlokkie een lach kreeg.
De muziek zakt. Iedereen begint zachtjes te zingen. De vier meisjes staan dicht bij elkaar. Hun handen verdwijnen bijna in de zakken met papieren. Ze voelen zich klein en groot tegelijk. Trots en rustig. Ze hebben gedeeld en gewacht en daarmee geluk gemaakt.
Langzaam haalt Lina haar hand omhoog. De anderen doen hetzelfde. Het is tijd voor het afscheid. De stad kijkt omhoog en fluistert dankjewel. De meisjes zwaaien, eerst langzaam, dan iets sneller, en dan nog eens. Ze zwaaien naar de trommelaar, naar de vogel, naar het jongetje dat niet viel, naar de moeder die hem vasthield, naar de mensen op de straat, naar de lichtjes en naar de maan die nieuwsgierig toekeek.
Een laatste glimlach. Een laatste kleine sprankel confetti dwarrelt uit de lucht en landt zacht op Lina's schouder. De meisjes voelen zich als kleine sterren die een avond hebben versierd. Ze hebben geleerd dat wachten niet wachten is, maar kiezen wanneer iets het mooist is. Dat delen meer wordt als het met zachte handen gebeurt.
De avond ademt tevredenheid. De muziek wordt een fluisterlied. De meisjes lopen hand in hand naar binnen, hun hart vol kleuren en hun zakjes bijna leeg. Ze stoppen even bij de poort van de muren en kijken nog één keer om. De stad ademt nog na van de vrolijke noten.
Ze steken hun handen naar boven en geven een laatste, vrolijke zwaai met de hand.