Hoofdstuk 1: De eerste bel
Tijn stond met zijn moeder voor het grote, rode hek van de school. Zijn rugtas voelde zwaarder dan normaal, zelfs al had mevrouw Ruth, zijn juf van vorig jaar, gezegd dat in groep vier alles gewoon weer begon met een glimlach. De zon scheen zo fel dat de stoep bijna wit leek. Achter het hek hoorde Tijn het geroezemoes al: gelach, stemmen, het tikken van een voetbal. Zijn hart bonkte een beetje sneller dan anders.
Mama kneep zachtjes in zijn hand. “Weet je wat ik altijd deed als ik zenuwachtig was?” vroeg ze. Tijn schudde zijn hoofd. “Ik zei gewoon: ‘Hallo!' tegen iemand die ook een beetje zenuwachtig keek.” Tijn glimlachte en wiebelde met zijn tenen in zijn schoenen.
De bel rinkelde. De deur ging open. De kinderen stroomden naar binnen, in kleine groepjes. Tijn zag Samir, zijn vriend van vorig jaar, en stak zijn hand op. “Hoi Samir!” riep hij. Samir draaide zich om en lachte breed. “Hé Tijn!” riep hij terug. Samen liepen ze het schoolplein op, hun tassen bungelend aan hun schouders.
In de klas rook het naar nieuwe schriftjes en vers geslepen potloden. Overal hingen kleurige slingers en op het bord stond in grote letters: WELKOM TERUG! Juf Eva, de nieuwe juf, stond te stralen bij de deur. Ze droeg een rok met bloemen en had een stapel stickers in haar hand. “Goedemorgen allemaal! Zoek maar een mooie plek,” zei ze. Tijn vond een stoel vlak bij het raam, met uitzicht op de kast vol boeken. Naast hem kwam Anna zitten, die altijd veel wist over planeten. Samir zat achter hem; dat voelde vertrouwd.
“Vandaag gaan we iets bijzonders doen,” zei juf Eva, zodra iedereen zat. “We gaan naar het atelier!” Tijns ogen werden groot. Het atelier was de mooiste ruimte van de school: er stonden knutselspullen, hout, verf, en zelfs een werkbank waar je met hamers mocht werken. Maar het spannendste vond Tijn het grote prikbord waarop altijd de mooiste werkjes hingen. Zou hij daar vandaag ook iets mogen ophangen?
Hoofdstuk 2: In het atelier
Het atelier rook naar lijm en zaagsel. Op de tafels lagen stapels gekleurd papier, glitter, knopen en dikke stukjes karton. Juf Eva klapte in haar handen. “Iedereen mag vandaag een welkomstbordje maken. Je mag er alles op plakken of tekenen wat met ‘hallo zeggen' te maken heeft. Zo oefenen we samen echt goed om elkaar te begroeten.”
Tijn dacht na. Hallo zeggen? Soms vond hij dat best spannend, vooral als hij iemand nog niet kende. Maar nu ze er samen een kunstwerkje van gingen maken, voelde het meteen wat makkelijker. Hij pakte een kartonnen hart en schreef met een dikke stift: HALLO! In de O tekende hij een gezichtje met een gekke glimlach.
Naast hem zat Anna. Zij had haar bordje vol geplakt met stickers van sterren en planeten. “Wist je dat op Pluto misschien ook kinderen wonen die hallo willen zeggen?” grapte ze. “Misschien wel met een plof!” lachte Tijn. Ze lachten samen en plakten nog wat knopen op hun bordjes.
Samir zat te prutsen met een handvol kurken. Hij maakte er een poppetje van dat zijn hand opstak. “Mijn poppetje zegt altijd als eerste ‘hallo', want hij heeft geen zenuwen!” zei Samir trots.
Tijn keek om zich heen en zag dat iedereen druk bezig was. Sommige kinderen plakten letters, anderen maakten regenbogen of schreven hun naam. Zelfs de stille Fien uit de andere klas maakte een vrolijk bordje met bloemen. Tijn voelde zich opeens dapper. Hij stond op en liep naar Fien toe. “Wat mooi!” zei hij. Fien keek op en glimlachte. “Dankje,” zei ze zacht. “Mijn bloemen zeggen ook hallo.”
Aan het eind van het uur mochten alle kinderen hun bordje op het grote prikbord hangen. Iedereen keek trots naar het bonte geheel. Juf Eva klapte in haar handen. “Dit is het vrolijkste prikbord ooit! Jullie kunnen allemaal heel goed hallo zeggen, zelfs met kunst.”
Hoofdstuk 3: De magische groet
Na het atelier liep de klas in een lange sliert terug naar lokaal 4B. Tijn voelde zich trots en een beetje groter. Hij had niet alleen een mooi bordje gemaakt, maar zelfs Fien een compliment gegeven. Toen de klas weer rustig zat, wees juf Eva naar een grote doos naast haar tafel. “In deze doos zitten allemaal kaartjes met leuke opdrachten. Wie durft er één te pakken?” vroeg ze.
Tijn stak zijn vinger op voor hij het goed en wel doorhad. Zijn hand bibberde niet eens. “Kom maar, Tijn!” zei juf Eva. Tijn liep naar voren en pakte een kaartje. Op het kaartje stond: Zoek iemand in de klas die je nog niet zo goed kent en zeg vrolijk ‘hallo'!
Tijn slikte even, maar dacht toen aan het atelier en aan Fien. Hij liep naar een jongen met stekeltjeshaar. “Hallo! Ik ben Tijn,” zei hij. De jongen keek op en lachte. “Hoi! Ik ben Max, ik ben nieuw.” Tijn voelde zich opeens heel stoer. “Wil je straks samen buiten spelen?” vroeg hij. Max knikte. “Graag!” Na Tijn durfden steeds meer kinderen een kaartje te pakken. Samir moest met een gek stemmetje ‘hallo' zeggen, Anna zwaaide als een astronaut en Fien deed een piepklein dansje als begroeting.
Juf Eva lachte breed. “Zien jullie? Hallo zeggen kan op honderd manieren. Soms met woorden, soms met een knutsel, soms met een lach of een gek dansje. En elke keer wordt het een beetje makkelijker.”
Hoofdstuk 4: Samen verantwoordelijk
Na de middagpauze was er een verrassing. Juf Eva had een grote poster meegenomen. Bovenaan stond in dikke letters: HOEK VAN DE VERANTWOORDELIJKHEDEN. Op de poster stonden allemaal taken: plantjes water geven, stoelen rechtzetten, licht uitdoen, boeken opruimen. “Iedereen mag vandaag een taak kiezen,” zei juf Eva. “Zo zorgen we samen voor onze klas.”
Tijn voelde zijn hart warm worden. Hij koos direct voor: de kapstokken netjes houden. Dat vond hij belangrijk, want hij wist hoe vervelend het was om je jas niet te kunnen vinden. Samir wilde de vissenkom schoonmaken. Anna koos voor de boekenhoek. Zelfs Max, die nog niemand echt kende, mocht al de stoelen rechtzetten.
De taken werden verdeeld en iedereen kreeg een klein, vrolijk kaartje met hun verantwoordelijkheid erop. “Als iedereen een steentje bijdraagt, wordt onze klas een beetje magisch,” zei juf Eva. “Iedereen hoort erbij.”
Tijn keek naar de kapstokken en zag dat iemand zijn jas op de grond had laten vallen. Hij raapte hem op en hing hem netjes op. Max zag het en lachte. “Bedankt, Tijn,” zei hij. Tijn voelde zich trots. Samen ging alles echt beter.
Hoofdstuk 5: Een vrolijk nieuw begin
Aan het einde van de dag zaten alle kinderen in een kring. Juf Eva deelde stickers uit aan iedereen, gewoon omdat het de eerste of tweede schooldag was. “Jullie hebben allemaal iets knaps gedaan vandaag,” zei ze. “Niet alleen met knutselen, maar ook met hallo zeggen en voor elkaar zorgen.”
Tijn keek rond en zag dat iedereen een beetje dichter naar elkaar was gegroeid. Zelfs Fien zat te lachen, en Max vertelde al over zijn hond. “De eerste dagen op school zijn soms spannend,” zei juf Eva. “Maar als je durft te groeten, wordt alles makkelijker. Je hoeft niet alles alleen te doen. Samen zijn we sterk.”
Toen de bel ging, pakte Tijn zijn tas. Buiten op het plein zwaaide hij naar Samir, Anna, Fien en zelfs Max. “Tot morgen!” riep hij. En dit keer voelde hallo zeggen niet meer spannend, maar gewoon fijn.
Op weg naar huis sprong Tijn van stoeptegel naar stoeptegel. Hij voelde zich licht, alsof hij een stukje magie in zijn rugtas had gestopt. En hij wist: morgen zou hij gewoon weer ‘hallo' zeggen. Misschien zelfs tegen juf Eva. Of tegen iemand die zich nog een beetje zenuwachtig voelde. Want samen, dacht Tijn, begint alles met een glimlach en een simpel ‘hallo'.