Hoofdstuk 1: De Grote Voorbereidingen
Morris is zeven jaar en heeft het gevoel dat hij al bijna volwassen is. Vooral vandaag, want het is de laatste dag van het jaar! Overal in huis ruikt het naar oliebollen en appelflappen. Morris springt in de keuken en kijkt toe hoe mama met witte poedersuiker in haar haar staat te lachen om papa, die probeert het beslag in de kom te houden. “Papa, je lijkt wel een sneeuwpop!” roept Morris. Papa trekt een gek gezicht en schudt het beslaglepel als een toverstaf. Morris lacht zo hard dat hij bijna van het krukje valt.
Op school heeft hij gehoord dat er dit jaar een groot Nieuwjaarsfeest komt voor alle kinderen uit zijn klas. “Iedereen mag iets meenemen wat belangrijk is voor hun eigen nieuwjaarstraditie,” had juf Sanne gezegd. “En misschien leren we wel iets nieuws van elkaar!” Morris had meteen zijn hand opgestoken om te roepen dat hij de beste oliebollen van de wereld kon maken, maar Samira was hem net even voor geweest. “Misschien kan ik iets anders verzinnen,” mompelt Morris nu, terwijl de poedersuiker langzaam op zijn haar valt.
Na het bakken rent Morris naar zijn kamer. Hij trekt zijn kast open en zoekt naar zijn mooiste feestkleren. Maar hij vindt vooral veel oude kersttruien met rendieren erop. “Nee, die zijn voor kerst,” zegt hij streng tegen zichzelf. Plotseling ziet hij zijn glitterhoed van vorig jaar. “Perfect!” Hij zet de hoed op, kijkt in de spiegel en steekt zijn tong uit. “Morris, de Nieuwjaarskoning!” fluistert hij trots.
Na het eten gaat Morris in zijn pyjama op de bank zitten, terwijl papa en mama de woonkamer versieren. Slingers hangen overal en er liggen kleurrijke ballonnen op de vloer. Morris blaast er eentje zo hard op dat hij bijna barst. “Kijk uit, anders vliegt hij straks het nieuwe jaar in!” grinnikt mama. Morris laat de ballon los en ze schiet zo hard door de kamer dat hij bijna in de gordijnen belandt. Iedereen lacht.
Morris kijkt naar buiten. Overal bij de buren zijn lichtjes aan. Hij is benieuwd hoe andere kinderen Nieuwjaar vieren. “Morgen leer ik vast wat nieuws op het feest,” denkt hij. Dan gaapt hij. “En wie weet, verzin ik mijn eigen traditie!”
Hoofdstuk 2: Een Verrassende Ontdekking
De volgende ochtend springt Morris vroeg uit bed. Hij kan bijna niet wachten tot het feest begint. Hij trekt zijn glitterhoed op, stopt voorzichtig een paar oliebollen in een doos en stapt met zijn ouders naar de buurtzaal. Op het plein voor het gebouw staan al heel veel kinderen met hun ouders, allemaal met bakjes, trommeltjes en tassen vol lekkers. Iedereen lacht en wenst elkaar alvast een gelukkig nieuwjaar.
Binnen is de zaal versierd met slingers, ballonnen en zelfgemaakte tekeningen. Juf Sanne loopt vrolijk rond in een jurk met vuurwerkprint. “Welkom allemaal! Wat zien jullie er feestelijk uit!” roept ze. Morris ploft naast Samira op een stoel. Op tafel staan nu al zoveel lekkernijen dat het lijkt op een toverbuffet.
Iedereen mag om de beurt iets vertellen over hun traditie. Samira heeft een schaal vol knapperige dadelkoekjes meegenomen. “Bij ons thuis wensen we elkaar geluk en delen we deze koekjes,” zegt ze. Tijn gooit elk jaar een handje pepernoten in de lucht en vangt ze weer op, zo zegt hij. “Wie het meeste vangt, krijgt een extra wens!” Tijn gooit, maar de pepernoten vliegen alle kanten op. Iedereen lacht.
Als Morris aan de beurt is, zet hij zijn glitterhoed extra recht. “Bij ons maken we elke oudejaarsavond oliebollen en dan wensen we elkaar het allerbeste voor het nieuwe jaar.” Hij deelt zijn oliebollen uit. De kinderen smullen en roepen: “Die zijn echt lekker, Morris!” Morris voelt zich glunderen van trots.
Na al het eten vraagt juf Sanne: “Heeft iemand nog een bijzondere traditie voor het nieuwe jaar?” Niemand steekt zijn hand op. Maar dan fluistert oud-oma Els, die altijd komt helpen, iets in het oor van juf Sanne. Juf kijkt verrast. “Oma Els wil ons iets leren wat ze vroeger als kind deed!”
Oma Els komt naar voren, haar ogen twinkelen. “Op oudejaarsavond schreven wij altijd onze grappigste herinnering op een briefje. Die stopten we in een oude schoen. Op nieuwjaarsdag lazen we ze samen hardop en lachten we tot onze buik zeer deed.” De kinderen giechelen. “En als je wilde,” zegt oma Els, “kon je een wens toevoegen voor het nieuwe jaar.”
Morris kijkt Samira aan. “Dat is best grappig, toch?” Samira knikt. “Misschien kunnen we het proberen!” zegt ze.
Hoofdstuk 3: De Schoenen vol Geluk
Juf Sanne haalt een grote mand met oude schoenen tevoorschijn. “Iedereen mag een schoen uitkiezen!” roept ze vrolijk. Kinderen rennen naar voren en grabbelen in de mand. Morris kiest een blauwe schoen met gele veters. Hij vindt het spannend en grappig tegelijk.
Op tafel liggen stiften en gekleurde papiertjes. Morris denkt hard na. Wat was zijn grappigste herinnering van het afgelopen jaar? Hij glimlacht, denkt aan het moment dat zijn kat Sokkie in de kerstboom klom en eruit sprong, precies op het bord met oliebollen. Sokkie zag eruit alsof hij een poedersuiker-monster was geworden. Morris lacht hardop terwijl hij het opschrijft: ‘Sokkie de Poedersuikerkat!'
Daarna schrijft hij zijn wens voor het nieuwe jaar: ‘Ik wens dat iedereen in de klas elke dag minstens één keer lacht!' Tevreden vouwt hij het briefje dicht en stopt het in de blauwe schoen. Rondom hem schrijven kinderen hun eigen herinneringen en wensen. Tijn bekent dat hij per ongeluk zijn moeders nieuwe jas als dweil gebruikte (“maar hij was WEL schoon, daarna!”), terwijl Samira zich haar buikpijn van het lachen herinnert toen haar broertje met een bord oliebollen op zijn hoofd rondliep.
Als alle briefjes in de schoenen zitten, schuiven ze de schoenen tegen elkaar aan. Oma Els begint te lezen, één voor één. De zaal vult zich met gelach. Sommige kinderen schudden van het lachen op hun stoel. Morris ziet dat papa en mama ook moeten gniffelen. Zelfs juf Sanne pinkt een traan van het lachen weg.
Aan het einde leest oma Els de wensen voor. “Ik wens dat iedereen in de klas elke dag minstens één keer lacht!” leest ze. Morris voelt zich warm worden. “Dat is een mooie wens,” zegt juf Sanne, en iedereen klapt.
Hoofdstuk 4: Een Knallend Nieuw Begin
Het wordt al donker buiten. Juf Sanne deelt sterretjes uit. Iedereen krijgt er één. “We gaan straks buiten staan en onze wens fluisteren naar de sterren,” zegt ze. Morris voelt zich een beetje een tovenaar met zijn sterretje in de hand.
Buiten is het koud, maar de lucht tintelt van verwachting. De kinderen staan op een rij. Iedereen steekt zijn sterretje aan. Een regen van vonkjes spat omhoog, twinkelend als kleine vuurtjes. Morris knijpt zijn ogen dicht en fluistert zijn wens zachtjes: “Ik wens dat iedereen altijd kan lachen.”
Als alle sterretjes uitgebrand zijn, geeft Morris Samira een hand. “Zullen we deze schoenentraditie volgend jaar weer doen?” vraagt hij. Samira knikt enthousiast. “En misschien maken we er elke keer iets nieuws van!” roept ze.
Terug thuis pakt Morris zijn eigen schoen op. Hij stopt het briefje met zijn grapje en wens in een potje dat hij boven zijn bed zet. “Dan kan ik het volgend jaar weer lezen,” zegt hij. Papa en mama komen erbij. Papa tilt Morris hoog op, zodat hij de sterren buiten kan zien. “Zie je dat, Morris? Het nieuwe jaar is begonnen!”
En terwijl het vuurwerk buiten knalt, weet Morris het zeker: dit wordt het beste jaar ooit. En misschien, heel misschien, is lachen wel het allerbeste begin van een nieuw jaar.