Hoofdstuk 1: De Wiebeldingen-Machine
In een huis vol gekke spullen woont Fien, een meisje van acht jaar met een glimlach zo groot als haar verbeelding. Fien houdt van uitvinden. Niet van gewone dingen zoals een broodrooster of een wekker, maar van echt rare machines. Op een avond, net voor het slapengaan, kreeg Fien een idee. âWat als ik een machine maak die alles een beetje... wiebelig maakt?â
En zo begon Fien te bouwen. Ze plakte een tuinslang aan een wekker, plakte toeters op een oude stofzuiger en maakte een grote rode knop van een dekseltje. Toen de machine eindelijk klaar was, was het een kronkelig, wiebelend gevaarte met lichtjes die alle kanten op flitsten. Fien noemde haar uitvinding: de Wiebeldingen-Machine.
âMorgen ga ik hem uitproberen!â riep Fien enthousiast. Maar haar kat Snorretje dacht daar anders over. Snorretje keek met grote ogen naar de machine en miauwde: âMiauw, als dat maar goed gaatâŠâ
Hoofdstuk 2: Wiebelen in de Woonkamer
De volgende ochtend kon Fien niet wachten. Ze sleepte de Wiebeldingen-Machine naar de woonkamer. Haar broertje Tommie zat op de bank met een kom cornflakes. âWat is dat voor ding?â vroeg hij nieuwsgierig.
âDat is mijn nieuwste uitvinding! Als ik op deze knop druk, gaan er dingen gebeuren. Wiebel-dingen!â zei Fien trots.
Tommie grinnikte. âDoe dan, druk op de knop!â
Met een grote grijns drukte Fien op de rode knop. Een luide TOEEEET klonk, en meteen begonnen de dingen in de woonkamer te wiebelen. De stoelen gingen op en neer, de vaas draaide rondjes en zelfs Tommies cornflakes begonnen te dansen in zijn kom!
âMijn ontbijt danst!â riep Tommie, terwijl hij probeerde een springende cornflake te vangen met zijn lepel.
Snorretje schoot onder de stoel vandaan, maar de stoel wiebelde net als hij eronder kroop. âMiauw!â De kat sprong op de bank, maar die hobbelde heen en weer als een trampoline. Fien lag dubbel van het lachen.
Maar toen ging de deurbel. Het was buurvrouw Bep, die altijd komt voor een kopje thee. âWat is hier aan de hand?â vroeg Bep verbaasd, terwijl ze probeerde een wiebelende vloerkleed te ontwijken. âAlles lijkt wel een beetje... wiebelig!â
Hoofdstuk 3: Gekke Geiten in de Tuin
Fien besloot de machine buiten uit te proberen, want binnen werd het wel erg wild. In de tuin stond de kip van de buren, de beroemde Kakelientje, rustig te pikken. Fien zette haar machine naast haar neer en riep: âLet op, nu wordt het pas echt grappig!â
Ze drukte weer op de knop. âTOEEEET!' klonk het opnieuw. Kakelientje begon ineens rondjes te lopen, achter haar eigen staart aan. De bloemen bogen diep naar voren alsof ze wilden buigen voor het publiek. Een bij vloog zigzaggend en botste bijna tegen de appelboom.
Buurman Bas kwam kijken. âWat gebeurt hier allemaal? Mijn geit Geertje springt als een kangoeroe!â En inderdaad, Geertje sprong vrolijk door de tuin, met haar oren recht omhoog en haar staart wippend als een veer. De buren lachten zich krom.
Zelfs de wolken leken even te wiebelen. Of kwam dat door het lachen? Fien draaide aan een hendeltje en plots begon de machine kleuren te spuwen: oranje, blauw en paars! Nu leek het wel een regenboogfeest in de tuin.
Hoofdstuk 4: Avondrust en Wiebeldromen
Na al het lawaai en gelach waren Fien, Tommie en zelfs Snorretje een beetje moe. De Wiebeldingen-Machine stond nog steeds in de tuin, maar Fien zette hem nu op âslaapstand'. Ze kroop in haar bed, met Snorretje spinnend naast zich.
Mama streek een pluk haar uit Fiens gezicht. âJe hebt weer een bijzonder avontuur beleefd, hĂš?â lachte ze.
âJa, mam,â zei Fien geeuwend. âAlles wiebelde vandaag. Zelfs mijn buik van het lachen!â
âDat is het beste gevoel,â zei mama zacht. âWeet je, van lachen krijg je de mooiste dromen.â
Fien sloot haar ogen. In haar droom wiebelden de sterren, sprongen de maan en dansten de wolken de polonaise. Snorretje miauwde zachtjes, alsof hij zei: âWiebeldromen zijn de leukste dromen.â
En zo viel Fien in slaap, met een grote glimlach op haar gezicht. Want wie weet, wat voor gekke uitvinding ze morgen weer zou makenâŠ