Circusverhaal
9/10 jaar
Interactief verhaal
Drie Vrolijke Vriendinnen en de Gekke Circusavonturen
Drie vriendinnen beleven een knotsgek avontuur in het circus en proberen samen met een ondeugende clown een belangrijk probleem op te lossen.
In dit interactieve verhaal kies jij de volgende stap in elke fase: jouw beslissingen beïnvloeden de loop... en het einde van het avontuur!
De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?
- Draaiorgel
- Een groot muziekinstrument dat draait en vrolijke muziek speelt op straat.
- Achter de schermen
- Op de plek waar artiesten zich klaarmaken, buiten het publiek om.
- Ondersteboven
- Met de bovenkant naar beneden, bijvoorbeeld hangen met je hoofd naar beneden.
- Trapeze
- Een hoge stang of touw in het circus waarop acrobaten zwaaien en draaien.
- Circustent
- Grote tent waar het circusvoorstelling plaatsvindt met stoelen en een piste.
- Circusdirecteur
- Persoon die het circus leidt en beslist wie wat doet in de show.
- Wiebelkussen
- Een zacht kussen dat wiebelt als je erop zit, vaak gebruikt om te balanceren.
- Glijmiddel
- Vloeistof of gel die dingen makkelijker laat schuiven of glijden.
- Dompteur
- Iemand die dieren in het circus traint en laat optreden.
- Goochelaar
- Iemand die trucs doet om dingen te laten verdwijnen of verschijnen.
- Verdwijntruc
- Een goocheltruc waarbij iets of iemand plots niet meer zichtbaar is.
- Loopbal
- Grote bal waarop een acrobaat kan lopen of rollen als oefening.
- Confettispoor
- Een spoor van kleine gekleurde papiertjes dat iemand achterlaat.
- Jongleur
- Iemand die met meerdere voorwerpen gooit en ze vangt zonder te laten vallen.
- Trompetteren
- Het geluid maken dat een olifant met zijn slurf maakt, hard en trommend.
- Schmink
- Kleur op het gezicht om iemand te verkleden, zoals bij clowns.
- Raadsel
- Een moeilijke vraag of tekst waar je een slim antwoord op moet vinden.
- Zaagsel
- Kleine houtdeeltjes die overblijven als hout gezaagd is, zacht om op te vallen.