Hoofdstuk 1: Het Wiebelfiets-idee
Op een ochtend sprong mevrouw Wies Wabbel, uitvinder en wereldberoemd om haar knotsgekke ideeën, uit bed. Terwijl ze haar feloranje pantoffels zocht, riep ze: “Eureka! Ik heb het! De Wiebelfiets!” Haar kat, Sokkie, keek haar slaperig aan vanaf het nachtkastje.
“Stel je voor, Sokkie,” zei Wies enthousiast. “Een fiets die nooit omvalt. Nooit meer kapotte knieën! Iedereen kan ermee over kussens, boeken, of zelfs touwtjes fietsen.” Sokkie miauwde, wat misschien ‘Dat klinkt onmogelijk' betekende.
Maar Wies lachte alleen maar. Ze had haar idee en niets kon haar tegenhouden. Eerst moest ze alleen ontbijten. Terwijl ze haar cornflakes at, tekende ze met haar lepel een fiets met wiebelende poten in haar pap. Dat gaf haar meteen meer inspiratie.
Wies trok haar uitvindersjas aan – een jas vol grote zakken waar altijd geheimzinnige schroefjes en elastiekjes in zaten – en ze stapte haar schuurtje binnen. Het rook er naar olie, koekjes en een heel klein beetje avontuur.
Hoofdstuk 2: Het Grote Gebouw
Het schuurtje kraakte van de spullen: oude fietswielen, stukjes tuinslang, een bel die klonk als een koe, potjes glitter, en een raceauto met maar drie wielen. Wies kneep haar ogen tot spleetjes en begon te zoeken. “Waar zijn mijn super-elastische wiebelveren?”
Na wat gegraaf haalde ze een doos tevoorschijn met ‘Geheimzinnig!' erop. “Perfect!” Wies haalde er springveren uit, een halve paraplu en een knalroze stofzuigerslang.
“Goed, Sokkie, kijk maar goed! Ik ga de eerste versie van de Wiebelfiets bouwen!” Wies zette de fietswielen vast en verbond ze met de springveren. De paraplu werd het spatbord, en de stofzuigerslang ging om het stuur. Met veel gepruts, getrek en gegiechel stond er na twee uur een wiebelend, piepend gevaarte midden in het schuurtje.
Tijd voor de testrit! Wies zette haar helm op – die met de gekke eendensnavel – en klom op haar Wiebelfiets.
Het ging… wiebelig. Bij de eerste bocht schoot ze achteruit. “Oeps!” riep Wies terwijl de fiets de muur kuste. “Dat kan beter!”
Hoofdstuk 3: Gekke Proefritten en Rampzalige Resultaten
Na het plakken van wat pleisters (en één op Sokkie's staart, voor de zekerheid) besloot Wies dat haar uitvinding wat meer balans nodig had. Ze pakte balonnen en bond die aan de zijkanten. “Misschien blijft hij nu wel rechtop!”
Wies rolde opnieuw het erf op. Dit keer ging het goed, tot een windvlaag de ballonnen meenam – én Wies! Lachend zweefde ze een halve meter boven de grond. Sokkie rende achter haar aan, met een touwtje tussen de tanden.
“Volgende keer misschien iets minder ballonnen,” lachte Wies toen ze veilig geland was op de composthoop. Maar Wies gaf niet op. Ze probeerde alles: kleine pootjes onder de fiets, een motortje van haar oude mixer, zelfs een sirene die ‘Wiebelfiets!' schreeuwde bij elke bocht.
Maar steeds was er óf te veel gewiebel, óf te weinig. De fiets sprong, stuiterde, tuimelde en één keer reed hij bijna de vijver in – met Wies er nog op.
Toch hield Wies van haar mislukte pogingen. “Als alles in één keer lukt, valt er niks te lachen!” zei ze terwijl ze een ongelukje met blauwe verf van haar gezicht schrobde.
Hoofdstuk 4: Een Slimme Oplossing
Wies dacht diep na. “Wat is balans?” vroeg ze aan Sokkie. De kat antwoordde met een geeuw, en schoot daarna razendsnel achter een denkbeeldige muis aan. Toen kreeg Wies een idee. Sokkie was altijd in balans, ook als ze over het tuinhek rende.
“Misschien moet ik de fiets niet wiebelvrij maken, maar juist zó dat hij zichzelf corrigeert, zoals Sokkie dat doet!” Wies dook haar boekenkast in en vond een boek over zwaartekracht. Daarin stond een plaatje van een tol. Tollen kunnen draaien zonder om te vallen!
Snel pakte Wies een oude tol, sloopte haar afhaalpizza-doos en combineerde die met de wiebelveren. Onder de fiets maakte ze een grote, draaiende tol vast. Wies grinnikte. “Laatste poging, Sokkie. Als dit niet werkt, bouwen we een Wiebelschommel!”
Hoofdstuk 5: De Grote Test en het Dorpsfeest
Het hele dorp was uitgelopen. Iedereen had gehoord van Wiebels nieuwste gekke probeersel. De bakker stond klaar met een pleister, de postbode had zijn camera, en de burgemeester hield een toespraak.
Wies stapte op haar nieuwste Wiebelfiets. Ze wiebelde… een beetje, maar ze viel niet! De tol onder de fiets zoemde zachtjes. Wies peddelde over het gras, over een paar kussens, zelfs over een touwtje dat kinderen gespannen hadden.
Iedereen lachte en juichte. Wies maakte een gekke bocht, toeterde met de stofzuigerslang en zwaaide met haar helm. Sokkie sprong, trots op het zadel, en samen reden ze een rondje over het dorpsplein.
Na afloop kwam de burgemeester naar Wies toe. “Jouw Wiebelfiets is revolutionair! Misschien kunnen we hem gebruiken voor het schoolplein!” Wies bloosde en lachte. “Eerst nog een paar kleine aanpassingen, meneer de burgemeester. Maar ik beloof dat hij binnenkort wiebeltastisch is!”
Het dorpsfeest eindigde met pannenkoeken, limonade en heel veel gelach. Iedereen wilde een ritje maken op de Wiebelfiets, en Wies had tranen van het lachen in haar ogen.
Hoofdstuk 6: Weer aan het werk
De volgende dag zat Wies weer in haar schuurtje. De Wiebelfiets stond trots in een hoekje, met Sokkie tevreden spinnend op het zadel. Wies krabbelde in haar notitieboekje.
“Misschien bouw ik morgen een vliegende regenjas,” mijmerde Wies hardop. “Of een pratende broodrooster. Wat denk jij, Sokkie?”
Sokkie miauwde en trok een schroefje uit Wies' jas. Wies lachte. “Voor avonturen zijn er altijd nieuwe ideeën. En als het wiebelt, maakt het niet uit, zolang jij meegaat!”
Samen droomden ze verder, klaar voor de volgende gekke uitvinding. Want in het dorp van Wies Wabbel en Sokkie was alles mogelijk – vooral als je niet bang bent om een beetje te wiebelen.