Bezig met laden...
Detectiveverhaal 11/12 jaar Lezen 24 min.

De verdwijning van de Nachtwachter uit Havenwijk

Wanneer het bronzen standbeeld De Nachtwachter verdwijnt, onderzoeken rechercheur David Vermeer, commissaris Lotte en het slimme meisje Nora de aanwijzingen die leiden naar een toneelgroep en een geheimzinnig bericht.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een mannelijke detective van ongeveer veertig, kort kastanjebruin haar en een licht gekreukte donkerblauwe jas, tilt een hoek van een groot blauw laken op en onthult een bronzen buste; hij glimlacht licht, met een kleine zaklamp in zijn zak. Een vrouwelijke commissaris van rond de 35, blond haar in een knot en een beige mantel, staat bij de deur met een notitieboekje en kijkt serieus maar vriendelijk. Een vrouwelijke régisseuse van rond de 50, kort grijs haar en verfvlekken op handen en schort, houdt haar handen voor haar mond, verbaasd maar opgelucht, links van de detective. Een jongen decorateur van circa 17 met pet en glinsterjasje, vuile handen en een rol band in zijn hand, staat schuldig bij de voet van het beeld. Een meisje vrijwilliger van ongeveer 12 in een rode jas en sjaal met een doos flyers, ogen wijd open en dapper glimlachend, staat rechts bij een stapel panelen. Plaats: een grote donkere loods aan het water met een houten vloer vol voet- en verfstippen, gestapelde kratten, guirlandes en theaterattributen, koude neonverlichting en een warme lamp die het beeld verlicht. Hoofdgebeurtenis: de dramatisch-zachte onthulling van een grote bronzen buste onder een laken, het beeld glanst licht, met waterdruppels en modder aan de voet; de personages tonen verrassing, opluchting en nieuwsgierigheid, sfeer van een opgelost maar vriendelijk mysterie. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 — Terug in Havenwijk

De trein remde piepend af. Door het raam zag David Vermeer de kade van Havenwijk, de stad waar hij ooit als jongen zijn knieën openhaalde op de keien en later als rechercheur zijn eerste zaak oploste. Nu was hij terug, niet voor nostalgie, maar voor iets dat wrong.

Op het perron wachtte commissaris Lotte Brands met een dikke jas en een nog dikkere frons.

“Fijn dat je zo snel kon komen,” zei ze.

“Als jij belt, kom ik,” antwoordde David. “Wat is er weg?”

“Niet wát. Wie,” zei Lotte. “De Nachtwachter. Het bronzen beeld bij het oude stadhuis.”

David floot zacht. Het beeld was het symbool van Havenwijk: een man met een lantaarn, één hand omhoog alsof hij iedereen waarschuwde. Het stond er al zolang David zich kon herinneren.

“Gestolen? Dat ding weegt… wat, tweehonderd kilo?”

“Bijna driehonderd,” zei Lotte. “En niemand heeft iets gezien. Of ze zeggen dat.”

Ze liepen door smalle straten waar de wind naar zout en friet rook. Bij het stadhuis was het plein afgezet met lint. De sokkel stond leeg, met alleen vier roestige bouten en een kring van krassen in het natte zand.

David hurkte en bekeek de krassen. Ze liepen in een boog, alsof iets zwaars over de stenen was gesleept. Hij wreef met zijn duim over een donkergroene veeg.

“Bronsstof,” mompelde hij. “Ze hebben het niet netjes opgetild.”

Lotte knikte. “Er is nog iets. De kluis in het stadhuis is niet opengebroken. Niets anders ontbreekt.”

“Dus geen gewone diefstal,” zei David. “Iemand wilde precies dát beeld.”

Een agent bracht een plastic zakje. “Gevonden bij de steeg achter het plein.”

In het zakje zat een stukje touw met een blauwe vezel eraan, en een klein metalen ringetje.

David keek om zich heen. Boven de daken torende de oude vuurtoren, donker tegen de grijze lucht. In zijn hoofd klikten al wat tandwieltjes.

“Waar is de dichtstbijzijnde camera?” vroeg hij.

Lotte zuchtte. “Kapotte kabel. Net deze week. Toeval, natuurlijk.”

David stond op en streek zijn jas glad. “Toeval bestaat, maar het is zeldzaam. Neem me mee naar de plek waar ze het hebben kunnen laden. En Lotte… laten we voorzichtig zijn. Wie dit deed, plant dingen. En wie dingen plant, wil dat wij ze oppakken.”

Hoofdstuk 2 — Sporen en stemmen

Achter het stadhuis liep een steeg naar de gracht. Het water klotste tegen de stenen, en ergens rammelde een fietsbel in de wind.

David volgde de steeg langzaam, alsof elke stap een vraag was. Bij een putdeksel zag hij een brede afdruk in de modder: een patroon van diagonale ribbels.

“Karwiel,” zei hij. “Zo'n handkar met rubber.”

“Er zijn tientallen in de stad,” zei Lotte.

“Maar niet allemaal met dit profiel.”

Aan het einde van de steeg was een lage metalen paal om auto's tegen te houden. Er zat een kras in, net boven de grond. David hield het ringetje uit het zakje ernaast.

“Dit ringetje heeft hier geschuurd,” zei hij. “Van een spanband of haak.”

Hij keek naar de blauwe vezel. “En dit… ziet eruit als een werkhandschoen. Of een oude zeilhand.”

Een stem klonk achter hen. “Als je iets zwaars verplaatst, wil je grip. Anders glijdt het zo je teen af.”

Een man met een pet stond bij een deur met het bordje HAVENARCHIEF. Zijn snor had iets vrolijks, maar zijn ogen waren scherp.

“Wie bent u?” vroeg Lotte.

“Bram Koers,” zei de man. “Archivaris. En ja, ik was al vroeg hier. Ik houd van stilte. De stad is dan nog niet wakker.”

David stapte naar hem toe. “Heeft u iets gehoord vannacht?”

Bram schudde zijn hoofd. “Alleen meeuwen en… nou ja, een motor. Rond twee uur. Niet hard, eerder… zwoegend.”

“Een scooter?”

“Meer een klein busje. Zo'n elektrisch ding. Je hoort vooral banden en een piepje als hij achteruit gaat.”

David keek naar Lotte. Elektrische busjes waren stil en populair bij bezorgdiensten.

“En zag u iets?” vroeg David.

Bram wees naar de gracht. “Er dreef een stukje schuim, alsof iemand iets had schoongemaakt. En er lag een rare geur. Niet vis. Meer… metaal en citroen.”

“Citroen?” David fronste.

“Ontvetter,” zei Bram. “Mijn buurman in de loods gebruikt dat spul. Voor gereedschap.”

David noteerde het in zijn kleine notitieboekje, dat al aan de rand rafelde. Dan keek hij jou, de lezer, als het ware recht aan met zijn gedachten: als jij detective was, wat zou jij doen met de woorden “elektrisch busje” en “citroen-ontvetter”? En waarom zou iemand het beeld schoonmaken?

Ze bedankten Bram. Lotte wilde meteen naar het politiebureau, maar David bleef nog even staan, luisterend naar de stad.

“Het beeld is brons,” zei hij. “Als je het wilt verkopen, moet je sporen wissen. Of je wilt het ergens neerzetten zonder vingerafdrukken.

“Maar waarom de moeite?”

“Misschien is het geen diefstal voor geld,” zei David. “Misschien is het een boodschap.”

Op het plein zag David iets glinsteren tussen de stenen. Hij bukte. Een klein stukje glittertape, goudkleurig, plakte aan een nat blad.

“Dat hoort niet bij een bronzen beeld,” zei hij. “Dat hoort bij… een versiering. Of een evenement.”

Lotte trok een wenkbrauw op. “Carnaval is pas over twee maanden.”

“Precies,” zei David. “Dus wie loopt er nu rond met glittertape?”

Hoofdstuk 3 — Notities in het café

David ging niet meteen naar het bureau. Hij ging naar Café De Dubbele Knoop, vlak bij de haven. Vroeger had hij er limonade gedronken terwijl zijn vader schaak speelde. Nu rook het er naar koffie, natte jassen en gefluister.

Hij nam een tafel in de hoek, met uitzicht op de deur. Voorzichtigheid was geen angst, zei zijn oude mentor altijd; het was een lamp in een donkere gang.

Lotte kwam naast hem zitten met twee dampende mokken. “Je lijkt wel terug in je jeugd,” zei ze.

“Mijn jeugd had minder misdaad,” antwoordde David. Hij sloeg zijn notitieboekje open en begon zijn aantekeningen te herlezen.

— Lege sokkel. Krassen boogvormig.

— Blauwe vezel (handschoen/zeil).

— Ringetje geschuurd aan paal.

— Karwielprofiel.

— Elektrisch busje, 02:00.

— Geur citroen-ontvetter.

— Gouden glittertape.

Hij tikte met zijn pen. “We hebben drie soorten aanwijzingen: transport, schoonmaak, en iets feestelijks. Dat laatste past niet bij de rest.”

Lotte nam een slok. “Tenzij iemand het beeld wilde gebruiken als decor. Een grap?”

“Een grap van driehonderd kilo?” David glimlachte kort. “Dan heb je sterke vrienden.”

De deur ging open. Een meisje van een jaar of twaalf kwam binnen met een doos vol folders. Ze zag David en Lotte, aarzelde, en liep toen naar de bar.

Achter haar kwam een lange man met een leren jas. Hij keek rond alsof hij iets zocht, zag de politiecommissaris, en draaide snel weer om. Te snel.

David stond op. “Ik ben zo terug.”

Lotte greep zijn mouw. “David—”

“Ik kijk alleen even,” zei hij zacht.

Buiten was de lucht koud. De man in de leren jas liep richting de steigers. David volgde hem op afstand, net dichtbij genoeg om zijn stappen te horen, net ver genoeg om niet op te vallen.

Bij een stapel netten bleef de man staan en rommelde in zijn zak. Er viel iets op de grond: een rolletje tape. Goudkleurig.

De man vloekte, bukte, en stopte het snel weg. David stapte naar voren.

“Zoek je dit?” vroeg hij, en wees naar de hoek van het rolletje dat nog zichtbaar was.

De man schrok. “Wie bent u?”

“David Vermeer. En jij?”

“Niemand,” zei de man. “Ik werk hier.”

“Voor wie?”

De man kneep zijn ogen samen. “Ik heb niks gedaan.” Hij wilde weglopen.

David hield zijn stem rustig. “Als je niks hebt gedaan, heb je niks te verliezen met een gesprek. Maar als je wegloopt, maak je jezelf verdacht.”

De man twijfelde, keek naar het water, en zuchtte. “Ik heet Jari. Ik plak decor voor evenementen. Lichtslingers. Glitterdingen. Dat soort rommel.”

“Was je vannacht bij het stadhuis?”

Jari schudde fel. “Nee! Ik was… bij de loods van Toneelgroep Mist. We maken rekwisieten.”

“Toneelgroep Mist,” herhaalde David. Zijn pen kriebelde in gedachten al over papier. “Waarom zo laat?”

“Première binnenkort,” mompelde Jari. “We moeten doorwerken.”

David knikte langzaam. Toneel. Rekwisieten. Glittertape. Een beeld dat plots verdwijnt. Er zat een logica in, maar ook gaten.

“Eén advies,” zei David. “Wees voorzichtig met wie je helpt. Iemand die een stadsbeeld steelt, gebruikt mensen.”

Jari keek hem aan, en heel even leek hij opgelucht dat iemand het zei.

Toen David terugliep naar het café, zag hij het meisje van daarnet buiten bij een prullenbak staan. Ze worstelde met de zware doos folders. De wind rukte eraan.

David liep naar haar toe. “Zal ik helpen?”

Ze keek op, wantrouwig eerst, toen vriendelijk. “Graag. Mijn handen vriezen eraf.”

Hij tilde de doos op. “Waar moeten ze heen?”

“Naar het buurthuis,” zei ze. “Voor de inzamelactie. Voor de vuurtoren.”

“Voor de vuurtoren?”

“Ja,” zei ze. “Hij lekt. Iedereen zegt dat hij het niet meer waard is, maar ik vind dat stom. Hij hoort bij de stad.”

David glimlachte. “Hoe heet je?”

“Nora.”

Iemand die om de vuurtoren gaf. Een vriendelijke persoon in een stad vol gesloten deuren. David voelde dat dit geen toeval was—of juist wel, maar dan van het zeldzame soort.

Hoofdstuk 4 — De vriendelijke gids

Het buurthuis was een oud pakhuis met ramen vol posters. Nora liep voorop, alsof ze precies wist waar alles lag. David zette de doos neer en keek rond. Er stond een schaal met koekjes en een bord: PAS OP MET HETE THEE.

“Je bent hier vaak,” zei David.

Nora knikte. “Mijn oma helpt. En ik… ik regel de folders. Mensen luisteren eerder als je niet schreeuwt, zegt oma. Gewoon rustig uitleggen.”

David dacht aan zijn eigen werk. Rustig uitleggen. Geduld. Het paste.

“Jij bent toch die detective?” vroeg Nora. Ze zei het woord alsof het een beroep was dat je ook op een kaartje kon zetten.

“Rechercheur,” verbeterde David. “Maar ja.”

Nora kwam dichterbij en verlaagde haar stem. “Ik hoorde iets. Gistermiddag zag ik een klein busje bij de steeg achter het stadhuis. Met een logo dat half was afgeplakt. Alsof iemand niet wilde dat je het zag.”

David voelde zijn aandacht aanscherpen. “Weet je nog welke kleuren?”

“Wit busje,” zei Nora. “En onder het tape zat… groen. Een groene letter, denk ik. En er hing een geur. Citroenachtig.”

David keek naar Lotte, die net was binnengekomen. Lotte's blik zei: dit is belangrijk.

“Goed gezien,” zei David tegen Nora. “Was er iemand bij?”

“Een man met een muts,” zei Nora. “En iemand anders, klein, met een jas met reflectiestrepen. Ze hadden een kar. Zo'n lage. Met ribbels op de banden. Ik moest langs ze, en die kleine zei: ‘Kijk uit, dit is zwaar.'”

David hoorde de woorden alsof ze in zijn notities vielen.

“Heb je iets anders gezien?”

Nora beet op haar lip. “Ze hadden handschoenen. Blauwe, geloof ik. En… er zat glitter op de jas van die kleine. Niet veel. Een paar sprankels.”

Glitter. Blauwe handschoenen. Elektrisch busje. Karwiel. Citroen-ontvetter. Het plaatje werd scherper.

David knielde zodat hij op Nora's hoogte kwam. “Je hebt goed opgelet. Maar één ding: ga hier niet alleen achteraan. Beloof je dat?”

Nora trok haar schouders op. “Ik ben niet dom.”

“Dat zeg ik ook niet,” zei David. “Voorzichtig zijn is slim. Zelfs volwassenen vergeten dat.”

Nora knikte, dit keer serieuzer. “Oké. Beloofd.”

Lotte vroeg: “Kun je dat busje tekenen?”

Nora pakte een stift en tekende snel op een papier: een witte bus, een half afgeplakt groen logo, en een kleine sticker met een bliksemschicht.

“Elektrisch,” mompelde Lotte.

David wees naar de sticker. “Die bliksemschicht… dat lijkt op de bezorgdienst VoltVlug. Die rijden met elektrische busjes.”

Lotte trok haar telefoon. “Ik laat een lijst opvragen.”

David stond op en keek naar de posters aan de muur. Eén viel op: TONEELGROEP MIST — NIEUWE VOORSTELLING: “DE NACHTWACHTER”.

Zijn wenkbrauwen schoten omhoog.

“Dat moet een grap zijn,” zei Lotte.

David schudde langzaam zijn hoofd. “In politiewerk zijn grappen vaak de plek waar de waarheid verstopt zit.”

Onder de poster hing een briefje: REKWISIETEN GEZOCHT — BRONSLOOK VERF — CITROENONTVETTER — SPANBANDEN.

David voelde de klik. Maar hij wilde geen sprong maken zonder te kijken waar hij landde.

“Nora,” zei hij, “waar repeteert Toneelgroep Mist?”

“Bij de oude loods aan Dok 7,” zei ze. “Daar komen die feestmensen altijd.”

Dok 7. David herlas in zijn hoofd zijn eigen notities. De steeg leidde naar de gracht. Vanaf daar kon je naar de dokken.

“Lotte,” zei hij, “we gaan naar Dok 7. Maar rustig. Geen sirenes. We willen niet dat iemand iets wegmoffelt.”

Hoofdstuk 5 — De loods aan Dok 7

De loods stond als een donkere doos aan het water. Binnen flakkerde licht. David en Lotte liepen erheen, en David rook het al: citroen-ontvetter, scherp en schoon, alsof iemand een keuken had geschrobd.

Ze stopten bij de deur. David luisterde. Gelach, geschuif, het tikken van metaal op hout.

Hij klopte. Het geluid viel stil. Na een paar seconden ging de deur open. Een vrouw met verfspatten op haar wangen keek hen aan. Haar ogen waren moe, maar niet vijandig.

“Kan ik helpen?”

“Recherche,” zei Lotte en liet haar legitimatie zien. “We zoeken de Nachtwachter.”

De vrouw slikte. “We… we hebben een rekwisiet, ja. Voor het stuk. Maar geen echt beeld.”

David keek langs haar de loods in. Zijn blik bleef hangen op een grote vorm onder een zeil. Het zeil was blauw. De vezel uit de zak paste ineens perfect.

David stapte naar binnen. “Mag ik kijken?”

De vrouw aarzelde, maar deed toen een stap opzij. “Ik ben Selma. Regisseur. Dit is allemaal vrijwilligerswerk.”

David liep naar het zeil en tilde een hoek op. Daaronder glansde brons in het tl-licht. Niet verf. Echt brons. De lantaarnhand was onmiskenbaar.

Lotte vloekte zacht. “Dat ís hem.”

Selma sloeg haar handen voor haar mond. “Nee… dat kan niet. Wij hebben alleen… we hebben alleen gezegd dat we een ‘Nachtwachter' nodig hadden. Iemand van de decorploeg zei dat hij iets kon regelen. Een ‘oude versie'. Niet de echte!”

David draaide zich om. “Wie was dat?”

Selma keek naar een jongen van zeventien met een pet en glitters op zijn mouw. Jari. Zijn schouders zakten.

“Ik heb het niet gestolen,” zei Jari snel. “Echt niet. Ik kreeg een bericht van iemand die zei: ‘Ik heb een beeld dat perfect is, je kunt het lenen voor één nacht.' Ik dacht… ik dacht dat het een kopie was. Iedereen wil toch een beetje indruk maken?”

“Wie stuurde dat bericht?” vroeg David.

Jari haalde zijn telefoon tevoorschijn met trillende handen. “Een nummer zonder naam. Maar ze noemden zich ‘De Wachter'.”

“Handig,” mompelde Lotte.

David bekeek de spanbanden om het beeld. Aan één band hing een metalen ringetje—hetzelfde soort als gevonden bij de steeg.

Hij knielde en keek naar de vloer. Daar waren sporen van modder met diagonale ribbels. En kleine druppels water.

“Luister goed,” zei David, rustig maar strak. “Iemand heeft jullie gebruikt als dekmantel. Het beeld is gestolen en hier neergezet zodat het lijkt alsof jullie het deden. Maar wie het echt deed, komt het waarschijnlijk ophalen. Vanavond. Of ze willen dat wij jullie arresteren.”

Selma's gezicht werd wit. “We zijn een toneelgroep, geen bende.”

David knikte. “Dat zie ik. Daarom moeten we slim zijn.”

Hij keek jou, de lezer, opnieuw aan met een vraag in zijn gedachten: als jij de dief was, waarom zou je het beeld juist hier verstoppen? En wat zou je nodig hebben om het later ongezien weg te halen?

David maakte een plan. “Lotte, laat een agent buiten in burger bij de deur. Niemand gaat weg, maar niemand wordt ook behandeld als een crimineel. Selma, jullie gaan door met repeteren alsof er niets is. Jari, jij beantwoordt het volgende bericht alsof je nog steeds denkt dat alles normaal is.”

Jari slikte. “En als ze boos worden?”

“Dan zijn wij er,” zei David. “Maar wees voorzichtig met woorden. Geen stoer gedoe.”

Nora, die stiekem mee was gefietst en nu in de deuropening stond, zei: “Ik beloofde dat ik niet alleen ging.”

David zuchtte, maar zijn blik bleef zacht. “Slim. Blijf bij Lotte. En raak niets aan.”

Nora stak haar handen in haar zakken. “Alsof ik dat wilde.”

Hoofdstuk 6 — De oplossing en het lichte lachen

Die avond zat David in het donker achter een stapel houten decorpanelen. De loods klonk nu als een echte repetitie: iemand riep tekst, iemand liet expres een zwaard vallen en riep: “Au, mijn waardigheid!”

David glimlachte even. Dan werd hij weer stil. Hij hoorde buiten het zachte gezoem van een elektrische motor.

Een piep-piep-piep: achteruit.

Door een kier zag hij een wit busje met een groen, half afgeplakt logo. VoltVlug, maar verstopt onder tape. Twee mensen stapten uit: een man met een muts en een kleinere figuur met reflectiestrepen.

Ze gingen recht op de loods af. De kleinere droeg blauwe werkhandschoenen.

David voelde zijn hartslag kalm blijven. Kalmte was ook een soort voorzichtigheid.

De deur ging open. De mutsman stak zijn hoofd naar binnen. “Jari?” fluisterde hij.

Jari stapte naar voren, precies zoals afgesproken. “Ja? Het ding staat klaar.”

De mutsman knikte. “Mooi. Snel. We halen het weg voordat de stad wakker wordt.”

Lotte stapte uit de schaduw, badge zichtbaar. “De stad is al wakker.”

De kleinere figuur draaide zich om en wilde rennen, maar een agent blokkeerde de uitgang. De mutsman vloekte en gooide zijn handen omhoog alsof hij een toneelstuk meespeelde waar hij niet voor had geoefend.

David kwam naar voren. “Einde van de voorstelling,” zei hij.

De kleinere figuur trok de capuchon af. Het was niet wie David verwachtte: Bram Koers, de archivaris. Zijn snor hing er nu minder vrolijk bij.

“U?” zei Lotte scherp.

Bram keek naar de grond. “Ik wilde het niet verkopen,” zei hij snel. “Ik wilde het… redden.”

“Redding door diefstal?” vroeg David.

Bram zuchtte diep. “Het beeld zou verplaatst worden. Naar een magazijn, zeiden ze. ‘Tijdelijk', maar iedereen weet wat dat betekent: vergeten. Ik hoorde in het archief plannen voor een nieuwe parkeerplek. Het beeld stond in de weg.”

Selma riep verontwaardigd: “Dus je steelt het en legt het bij óns neer?”

Bram spreidde zijn handen. “Ik dacht: als het ‘plots' bij een toneelgroep verschijnt, komt het in het nieuws. Dan durven ze het niet zomaar weg te stoppen. Ik heb het schoon gemaakt met ontvetter, zodat niemand vingerafdrukken zou vinden en het niet beschadigd zou raken. Voorzichtig, snap je?”

David knikte langzaam. “Je bedoelingen waren misschien niet slecht, Bram. Maar je methode was gevaarlijk. Je bracht anderen in problemen. En je had het beeld kunnen laten vallen, of iemand kunnen verwonden. Voorzichtigheid is niet alleen zacht omgaan met spullen. Het is ook nadenken over gevolgen.”

Bram's schouders zakten. “Ik wilde dat iemand naar me luisterde.”

Nora stapte naar voren, haar stem klein maar stevig. “Je had gewoon bij de inzamelactie kunnen komen. Dan hadden we samen lawaai gemaakt. Netjes lawaai.”

Jari grinnikte ondanks zichzelf. “Netjes lawaai, dat is mijn nieuwe bandnaam.”

Er ging een kort lachje door de loods, zelfs bij Lotte, al probeerde ze het te verbergen. Het was een licht lachen, alsof de spanning een klein gaatje had gevonden om door te ontsnappen.

David keek naar het bronzen beeld onder het blauwe zeil. De Nachtwachter leek, zelfs zonder gezicht te bewegen, te zeggen: denk na. Kijk uit. Wees wijs.

Lotte tikte met haar pen tegen haar notitieblok. “Het beeld gaat terug. Bram, jij komt mee. En Selma… excuses voor de schrik. We zorgen dat dit verhaal duidelijk wordt.”

Selma blies haar adem uit. “Ik dacht al dat ons stuk te realistisch werd.”

Buiten waaide de zeelucht fris. Terwijl het busje werd weggereden door de politie, liep David langs Nora.

“Goed gewerkt,” zei hij. “Je keek, je onthield, en je bleef voorzichtig.”

Nora glimlachte. “En jij herlas je notities. Dat zag ik.”

David haalde zijn boekje tevoorschijn. “Altijd. Anders ga je gokken.”

“Gokken is voor kaartspelletjes,” zei Nora. “Niet voor beelden van driehonderd kilo.”

David lachte zacht. “Precies.”

En ergens in de verte krijste een meeuw alsof hij ook wilde meedoen aan het laatste woord.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Sokkel
De stevige onderkant of voet waarop een beeld of standbeeld staat.
Bronsstof
Heel fijn poeder dat van brons kan komen, zoals vuil of kleine deeltjes.
Bronzen
Gemaakt van brons, een hard metaal dat vaak voor beelden wordt gebruikt.
Karwiel
Het wiel van een handkar of kleine kar die spullen kan dragen en duwen.
Spanband
Sterke riem met haak om iets vast te zetten tijdens transport.
Rekwisiet
Een voorwerp dat acteurs gebruiken op toneel of in een voorstelling.
Archivaris
Iemand die documenten en oude spullen verzorgt en bewaart in een archief.
Dekmantel
Iets dat gebruikt wordt om een echte bedoeling te verbergen of te verstoppen.
Première
De allereerste voorstelling of optreden van een toneelstuk of film.
Citroen-ontvetter
Een schoonmaakmiddel met citroengeur dat vet en olie verwijdert.
Vingerafdrukken
De unieke lijnen op iemands vingers die op voorwerpen achterblijven.
Rechercheur
Een politieagent die zaken onderzoekt en aanwijzingen bestudeert.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking stad vertrouwen buurt detective

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.