Bezig met laden...
Verhaal van de Arts 11/12 jaar Lezen 16 min.

De pleisterdokter van kamp Zonnezoom

Dokter Bram zorgt tijdens kamp Zonnezoom liefdevol voor zieke en gewonde kinderen, leert hen over preventie en samen zorgen, en helpt iedereen zich sterker en gehoord te voelen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een mannelijke arts van rond de dertig, vriendelijk glimlachend, kort kastanjebruin haar, lichte iets geplooide doktersjas, knielt bij een houten bank en verzorgt een diepe schaafwond aan de knie van een jongen; zijn uitdrukking is rustig en geruststellend, zachte ogen, handschoenen en precieze bewegingen. Een jongen van ongeveer 9 jaar met warrig bruin haar zit op de bank, knie roodachtig geschuurd, kijkt licht grimmend maar vertrouwend naar de arts; een meisje van ongeveer 10 jaar met zwarte gevlochten haren staat naast de bank en houdt een koude kompres in een doek, bezorgd maar bereid te helpen; een andere jongen van circa 8 jaar met ronde bril staat op de achtergrond en kijkt nieuwsgierig toe met gevouwen handen. De scène speelt zich af voor de kleine houten EHBO-hut van het kamp, lichte plankgevel, open deur met een gekleurde poster "VOORKOMEN IS COOLER", een tafel buiten met ontsmettingsmiddel en een pleisterdoos. Zonnige late namiddag, hoge dennen, warme kleuren en zachte schaduwen; sfeer van hulp en kalmte, ronde vormen en pastelpalet; zichtbare details: handschoenen, kompres, gedecoreerde pleister en medische tas naast de arts. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1

De vakantiebus slokte de laatste bocht op en rolde het bos in alsof hij zachtjes wilde fluisteren: rustig maar, we zijn er bijna. Bram van Dijk keek uit het raam en zag dennen die zo hoog waren dat ze de wolken leken te kietelen.

Hij was de kamparts van Zonnezoom, een vakantiecentrum met houten hutten, een zwemmeer en precies één piepklein medisch lokaal dat iedereen “de EHBO-hut” noemde. Bram noemde het liever “de plek waar je weer durft te lachen”.

Toen hij zijn tas neerzette, kwam kampbegeleider Noor aanlopen met een map onder haar arm.

“Welkom, dokter Bram! Alles klaar voor een zomer vol schaafwonden?”

Bram grinnikte. “En muggenbeten, blaren, heimwee, en vast ook iemand die denkt dat een brandnetel een knuffelplant is.”

Noor wees naar de hut. “Dit is jouw thuisbasis. We hebben pleisters, verband, koude kompressen, een koortsthermometer, en—”

“—een voorraad geduld,” vulde Bram aan. “Dat is het belangrijkste.”

Hij hing een poster op met grote letters: VOORKOMEN IS COOLER DAN GENEZEN. Ernaast tekende hij een lachende zon met een pet op.

“Zodat iedereen het snapt,” zei hij. “Zon is gezellig, maar ook een beetje streng.”

Buiten klonk gejoel. De eerste groep kinderen sprong uit de bus alsof de grond lava was.

Noor riep: “Kamp Zonnezoom! Jullie bedden wachten!”

Bram zag gezichten in alle vormen en kleuren, stemmen in alle tonen. Hij ademde tevreden in. Dit werd een goede zomer.

Hoofdstuk 2

De eerste avond was het meteen raak. Niet dramatisch, maar wel typisch kamp: een knal, een “AU!”, en daarna een stoet kinderen die het pad af kwam alsof ze een parade oefenden.

Voorop liep Jip, met een knie die rood glom als een tomaat.

“Ik ben aangevallen door het bos,” verklaarde Jip plechtig.

“Door een tak,” verbeterde Mila, die ernaast liep. “Hij struikelde omdat hij stoer wilde doen.”

Jip trok zijn schouders op. “Stoer zijn is ook een sport.”

Bram knielde bij het bankje voor de EHBO-hut.

“Oké, Jip, we gaan kijken. Jij bent de baas van je eigen lichaam, dus jij zegt wat er gebeurt. Deal?”

Jip knikte, opeens een stuk minder stoer.

Bram trok handschoenen aan. “Eerst schoonmaken. Dat kan een beetje prikken, maar prikken is niet hetzelfde als gevaar.”

“Wat is dan gevaar?” vroeg een jongen met een bril.

“Gevaar is als je het negeert en er vuil in blijft,” zei Bram. “Dan kan het gaan ontsteken. Je lichaam is een kasteel. Wonden zijn open poortjes. We maken het poortje netjes dicht.”

Hij spoelde de schaafwond met lauw water en depte voorzichtig.

Jip kneep zijn ogen dicht. “Ik voel mieren.”

“Dat is je huid die zegt: ‘Hé, ik ben bezig!'” Bram glimlachte. “Goed dat je zo stil blijft zitten. Dat is knap.”

Jip opende één oog. “Echt?”

“Echt. Dapper is niet ‘geen pijn voelen'. Dapper is: het toch doen.”

Daarna plakte Bram een grote pleister met een stripfiguur erop.

Mila boog zich voorover. “Waarom moet je drukken?”

“Om het bloeden te stoppen,” legde Bram uit. “Bloed is een bezorgdienst. Het brengt zuurstof en bouwstenen. Maar als het te veel naar buiten rent, zeggen we: terug naar binnen, graag.”

Jip bewoog zijn knie. “Mag ik weer rennen?”

“Rustig testen,” zei Bram. “En morgen even lange broek bij het bosspel. Preventie, weet je nog.”

Jip zuchtte, maar knikte. “Oké, dokter. Ik zal mijn kasteel beschermen.”

Hoofdstuk 3

De volgende dag hield Bram een korte “doktersronde” bij het ontbijt. Niet met een stethoscoop als een toverstaf, maar met vragen die klein klonken en groot hielpen.

“Wie heeft zonnebrand gesmeerd?” vroeg hij.

Een paar handen gingen omhoog. Een paar handen bleven koppig op tafel.

Bram trok zijn wenkbrauwen op. “Zon is leuk, maar kan stiekem bijten. Zonnebrand is als een onzichtbare jas.”

“Maar ik word dan niet bruin,” mopperde iemand.

“Je wordt nog steeds bruin,” zei Bram. “Alleen niet krokant.”

Hij liet een flesje ORS zien. “En dit is voor als je veel zweet of diarree hebt. Het vult water en zouten aan. Geen magische limonade, wel heel handig.”

“Het smaakt zeker naar sokken,” fluisterde Jip.

Bram deed alsof hij heel serieus nadacht. “Eerder naar… nat karton met een dappere ziel.”

Iedereen lachte.

Later op de dag kwam er een meisje, Amina, naar de hut. Ze stond bij de deur alsof ze liever door de vloer wilde verdwijnen.

“Ehm… dokter… mijn buik doet raar,” zei ze zacht.

Bram schoof een kruk naar voren. “Kom zitten. Ik luister.”

Amina hield haar armen over haar buik. “Ik wil niet dat mensen denken dat ik me aanstel. Soms zeggen ze dat ik ‘altijd' iets heb.”

Bram schudde rustig zijn hoofd. “Iedereen voelt anders. Jij mag vertellen wat jij voelt. Dat is geen aanstellen.”

Hij vroeg simpele dingen: waar het pijn deed, hoe lang al, of ze misselijk was, of ze genoeg had gedronken.

“Heb je al gepoept vandaag?” vroeg hij, zo gewoon mogelijk.

Amina keek geschrokken. “Dat vraag je toch niet!”

“Op kamp vragen we alles,” zei Bram. “Maar alleen omdat het helpt. Je darmen zijn net een trein. Als die stilvalt, krijg je geduw en gedonder.”

Amina moest giechelen. “Mijn buik is een station?”

“Precies. En soms is er file door spanning, ander eten, of te weinig water.”

Bram voelde voorzichtig aan haar buik, met haar toestemming, en luisterde met de stethoscoop.

“Het klinkt alsof je buik hard werkt,” zei hij. “Geen alarmsignaal. We gaan drie dingen doen: water drinken, even rustig wandelen, en straks bij het avondeten extra groenten. En als het erger wordt of je koorts krijgt, kom je meteen terug.”

Amina knikte. “Dank u.”

Bram glimlachte. “Goed dat je kwam. Dat is slim én moedig.”

Toen Amina weg liep, leek haar rug net iets rechter.

Hoofdstuk 4

Op de vierde dag sloeg het weer om. De lucht werd grijs als nat papier en de wind blies over het meer. De kampbegeleiders besloten tot een binnenmiddag met knutselen en bordspellen.

Binnen was het warm, maar niet iedereen voelde zich warm. Sem zat apart, zijn wangen rood, zijn ogen glazig.

Noor wenkte Bram. “Hij zegt dat hij het koud heeft, maar hij zweet.”

Bram ging naast Sem zitten. “Hé Sem. Ik ben Bram. Mag ik je temperatuur meten?”

Sem knikte langzaam.

De thermometer piepte: 39,1.

“Koorts,” zei Bram rustig. “Je lichaam is een oven die extra hoog staat om een virus te bestrijden.”

Sem slikte. “Is dat gevaarlijk?”

“Koorts kan spannend voelen,” zei Bram, “maar het is vaak een teken dat je lijf goed werkt. We letten wel op: drink je genoeg? Adem je goed? Word je suf? En hoe hoog wordt het?”

Hij legde uit wat hij ging doen: Sem naar een rustige kamer, licht eten, veel drinken, en paracetamol als het nodig was.

“En geen stoere dingen vandaag,” zei Bram.

Sem probeerde te glimlachen. “Dus… geen touwbrug?”

“Alleen in je dromen.”

Jip en Mila stonden in de deuropening. Jip fluisterde: “Mijn oma zegt dat je koorts eruit moet zweten onder drie dekens.”

Bram keek op. “Oma's hebben vaak goede ideeën, maar soms ook oude. Te warm inpakken kan juist niet fijn zijn. Het gaat om comfortabel: niet bibberen, niet koken.”

Mila stak haar hand op, alsof ze in de klas zat. “Moet Sem naar het ziekenhuis?”

“Nu niet,” zei Bram. “Maar als hij moeite krijgt met ademhalen, suf wordt, rare vlekjes krijgt of niet kan drinken, dan wel. We houden hem samen in de gaten.”

“Maar we mogen toch niet bij hem?” vroeg Jip.

“Je mag hem helpen door rustig te zijn en door je handen te wassen,” zei Bram. “Virussen zijn kleine verstoppers. Ze liften mee op handen en deurklinken.”

Noor haalde een pompje handgel tevoorschijn.

Jip bekeek het. “Handgel: het monsterwater.”

“Precies,” zei Bram. “En jullie inzet is belangrijk. Goed dat jullie meedenken.”

's Avonds maakte Bram een korte ronde. Sem dronk bouillon en keek al minder glazig.

Bram tikte zacht op de deurpost. “Je doet het goed, Sem. Je lijf werkt hard.”

Sem fluisterde: “Dank je.”

“En morgen zien we wel weer,” zei Bram. “Een dag tegelijk.”

Hoofdstuk 5

Zodra de zon terug was, kwam het kamp weer tot leven. Het grote bosspel stond op het programma: “De Schat van Zonnezoom”. Kinderen renden met kaarten, codes en veel te harde fluisterstemmen tussen bomen door.

Bram stond bij de start met een kleine EHBO-rugzak, alsof hij een wandelende gereedschapskist was.

Noor zei: “Je lijkt op een superheld.”

“Alleen zonder cape,” zei Bram. “Capes blijven haken aan bramenstruiken.”

Halverwege het spel klonk er een fluitje. Een begeleider kwam aanrennen.

“Dokter! Luca is gevallen bij de beek. Zijn enkel doet pijn.”

Bij de beek zat Luca op een steen, zijn gezicht bleek. Luca gebruikte een rolstoel in het dagelijks leven, maar kon met krukken een stukje lopen. Hij keek boos naar de grond.

“Ik had niet moeten meedoen,” mompelde hij. “Ik vertraag iedereen.”

Bram ging op zijn hurken zitten, zodat ze op ooghoogte waren.

“Luca, ik ben blij dat je meedoet. Avontuur is niet alleen voor snelle benen.”

Luca snoof. “Ja, totdat ik val.”

Bram wees naar de enkel. “Mag ik kijken? Jij zegt stop als iets te veel is.”

Luca knikte.

Bram voelde voorzichtig. “Waar doet het het meest pijn? Hier? Of hier?”

“Daar,” zei Luca, tanden op elkaar.

“Oké. Kun je je tenen bewegen?”

Luca bewoog ze.

“Goed,” zei Bram. “Dat is een fijn teken. Ik denk aan een verstuiking: de bandjes rond je gewricht zijn te ver opgerekt, als elastiek dat te hard is getrokken.”

“Is het gebroken?” vroeg een kind met modder op zijn neus.

“Dat kan ik hier niet zeker weten,” zei Bram eerlijk. “Maar ik zie geen rare stand, en Luca kan zijn tenen bewegen. We behandelen het nu alsof het een verstuiking is en we kijken hoe het zich gedraagt.”

Hij legde uit terwijl hij deed: “RICE: Rust, IJs, Compressie, Elevatie. Rustig houden, koelen, een stevige zwachtel, en omhoog.”

Jip kwam aanrennen met een koude gelpack alsof het een heilige schat was.

“Ik heb ijs!” riep hij.

Bram knikte. “Top. Goed initiatief, Jip. Maar niet direct op de huid, oké? Anders wordt de huid te koud.”

Mila hield een doek klaar. “Hier!”

“Perfect,” zei Bram. “Teamwerk.”

Terwijl Bram de enkel zwachtelde, keek Luca naar de anderen die zonder gemopper wachtten.

Amina zei zacht: “We kunnen de schat ook anders halen. Jij bent goed in codes.”

Luca keek op. “Echt?”

“Ja,” zei Amina. “Je hersens rennen sneller dan wij.”

Bram zag hoe Luca's boze blik zachter werd.

“Luca,” zei Bram, “je hebt goed geluisterd en goed meegewerkt. Dat helpt je herstel. En jullie,” hij knikte naar de groep, “goed dat jullie elkaar niet uitlachen. Iedereen hoort erbij, ook als je een dagje langzamer gaat.”

Ze maakten een plan: twee kinderen haalden de begeleider met de kampkar, Luca ging terug om te rusten, en het spel kreeg een extra opdracht: “De Slimme Route”, waarbij codes belangrijker waren dan sprinten.

Toen Bram later de zwachtel controleerde, zei Luca: “Dokter… dank u dat u niet deed alsof ik zielig ben.”

Bram glimlachte. “Je bent niet zielig. Je bent Luca. En vandaag was je dapper.”

Hoofdstuk 6

De laatste avond hing er een zachte stilte over het kamp, alsof de bomen luisterden naar alle verhalen die in hutten werden ingepakt. In de eetzaal waren er kaarsjes op tafel. Buiten knisperde een klein kampvuur.

Na het toetje tikte Noor tegen haar glas. “We willen iemand bedanken. Dokter Bram, voor alle pleisters, alle uitleg en alle rust.”

Er klonk applaus, maar niet het schreeuwerige soort. Het was warm, als een deken.

Bram stond op en stak zijn handen op. “Dank jullie. Maar eerlijk: jullie hebben het meeste werk gedaan.”

Jip riep: “Ik heb maar één keer ‘AU' geschreeuwd!”

“Dat is vooruitgang,” zei Bram droog. Gelach rolde door de zaal.

Bram keek de kinderen één voor één aan. “Ik ben trots op jullie. Op hoe jullie water dronken terwijl niemand keek. Op hoe jullie handen wasten zonder te zeuren. Op hoe jullie naar elkaar luisterden. Geneeskunde is niet alleen pillen en pleisters. Het is ook samenwerken, vragen stellen, en elkaar serieus nemen.”

Amina stak haar hand op. “Ook als iemand anders is?”

“Juist dan,” zei Bram. “Verschillen maken een groep sterker. Zoals in een lichaam: je hart doet iets anders dan je longen, maar samen hou je het vol.”

Sem, inmiddels weer helemaal helder, zei: “Dus… mijn koorts was mijn lijf dat vocht?”

“Ja,” zei Bram. “Je lijf was een ridder. En jij gaf hem drinken en rust. Goed gedaan.”

Luca hief zijn zwachtelbeentje een beetje. “En mijn enkel is een elastiek dat moet herstellen.”

“Precies,” zei Bram. “En jij hebt geluisterd naar de signalen. Dat is volwassen.”

Later, toen de hutten donker werden, liep Bram nog één ronde. Hij hoorde gefluister, een laatste grap, het zachte piepen van een bed dat iemand omdraaide.

Bij de deur van de EHBO-hut bleef hij staan. Het lokaal rook naar zeep en pleisters, een beetje naar dennenhout. Hij deed het lampje uit en trok het gordijn langzaam dicht.

Het doek schoof dicht als een kalme avondwolk voor een maan, en achter dat gordijn bleef de belofte hangen dat zorgen kleiner worden wanneer je ze samen draagt.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Vakantiebus
Een bus die kinderen en volwassenen naar een vakantielocatie brengt.
Kamparts
Een dokter die op een kamp werkt en kinderen helpt bij ziekten of verwondingen.
Vakantiecentrum
Een plaats met veel activiteiten en slaapplaatsen voor vakanties.
EHBO-hut
Een klein lokaal op het kamp waar eerste hulp wordt gegeven.
VOORKOMEN IS COOLER DAN GENEZEN.
Betekent: problemen voorkomen is beter dan ze later genezen.
Koortsthermometer
Een apparaat om te meten hoe hoog iemands lichaamstemperatuur is.
ORS
Een drankje met zout en suiker om snel vocht en zouten aan te vullen.
Stethoscoop
Een instrument waarmee een dokter naar het hart en de longen luistert.
Ontsteken
Wanneer een wond of deel van het lichaam rood, pijnlijk en warm wordt door een infectie.
RICE
Een manier om een blessure te behandelen: Rust, IJs, Compressie, Elevatie.
Compressie
Druk geven met verband om zwelling en bloeding te verminderen.
Verstuiking
Als een gewricht te ver beweegt en de banden eromheen oprekken of beschadigen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking moed bos dokter vakantie

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.