Bezig met laden...
Carnavalverhaal 11/12 jaar Lezen 22 min.

De mee-maak-mars: carnaval zonder verliezers

Timo en Noor bedenken tijdens het carnaval een spel zonder verliezers waarin mensen samen spelen, elkaar helpen en oprechte complimenten delen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Timo (12) kijkt blij en verwonderd, draagt een felgroene cape en houdt een open beige zakje met één gouden confettister; Noor (12) glimlacht ondeugend, zwart haar in een staart, draagt een sterrenscherm en een jurk met linten en stoot hem vriendelijk aan; Sem (11) in een oranje tijgerkostuum staat iets achter links met een kleurrijk papiertje; Lina (12) met krullen en een glinsterende pruik lacht en danst bij een lantaarnpaal; Bram (9) met piratenhoed zit op een bankje en knipt confetti; locatie: drukke zeedijk ’s nachts met grijze bestrating, kleurige lampionnen, rood-witte kramen, praalwagens en vuurwerk dat de donkere zee weerspiegelt; situatie: carnavalsparade met warme lichtjes en vuurwerk, het zakje is leeg maar gevuld met woorden en vriendschap terwijl één gouden confettister zachtjes in het zakje valt; stijl: gestructureerde gouache, felle dekkende kleuren (groen, rood, goud, marineblauw), glinsterende accenten en zachte, licht vage contouren voor een warme, sprookjesachtige sfeer. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1

Langs de zeedijk dansten vlaggetjes alsof de wind ze kietelde. De lucht rook naar suikerwafels, popcorn en een beetje zout van de zee. Trommels roffelden, een accordeon trok lange glimlachende noten, en overal glinsterden pailletten in de zon.

Timo, twaalf jaar en slimmer dan hij zelf soms doorhad, stond midden in de drukte met een zelfgemaakte cape van felgroene stof. Op zijn hoofd droeg hij een hoed met twee pluimen die wiebelden bij elke stap.

“Je lijkt op een papegaai die naar school gaat,” zei Noor, zijn beste vriendin, terwijl ze haar masker met gouden sterren rechtzette.

“Dank je,” zei Timo plechtig. “Papegaaien zijn geniaal.”

Noor lachte. “En wat is jouw geniale plan vandaag?”

Timo keek naar de kraampjes met spelletjes: blikgooien, ringen werpen, een rad van fortuin dat altijd nét te snel draaide. Kinderen juichten, volwassenen zuchtten, en ergens huilde iemand omdat een knuffelbeer net buiten bereik bleef.

“Ik wil een spel uitvinden,” zei Timo. “Eentje zonder verliezers.”

Noor trok een wenkbrauw op. “Zonder verliezers? Dan is het geen spel.”

“Jawel,” zei Timo. “Carnaval is toch ook een feest waar iedereen mee mag doen? Ik wil dat iedereen wint. Of… op z'n minst niemand zich een mislukkeling voelt.”

Op dat moment kwam er een fanfare voorbij: trompetten, trombones, een grote trom die je in je buik kon voelen. Voorop liep een man op stelten als een rood-blauwe vuurtoren, en hij riep: “Maak plaats voor de Zee-Brigade!”

Timo's ogen glansden. “Zie je? Zelfs de muziek maakt geen ruzie. Alles past bij elkaar.”

Noor knikte langzaam. “Oké, professor Papegaai. Hoe begin je daaraan?”

Timo stak een vinger op alsof hij een belangrijke uitvinding ging presenteren. “We gaan luisteren naar het carnaval. Het vertelt ons vast wat het wil spelen.”

Hoofdstuk 2

Ze slenterden langs het front de mer, waar het water in kleine schuimkraagjes tegen de stenen tikte. Achter hen klonk gelach; voor hen flitsten kleuren als snoepjes in een draaiende pot.

Bij een kraam met ballonnen in de vorm van zeepaardjes stond een mevrouw in een jurk die helemaal uit linten leek te bestaan. Ze bewoog alsof ze altijd muziek in haar zak had.

“Jullie kijken alsof jullie iets zoeken,” zei ze.

“We zoeken een spel,” zei Timo. “Maar dan een spel zonder verliezers.”

De lintenmevrouw klapte in haar handen. “Wat heerlijk lastig! Ik ben Mira, en ik verzamel ideeën. Kijk, ik heb er al drie in mijn mand: één met een zingende dobbelsteen, één met dansende stoeptegels en één die alleen werkt als je je neus kunt laten trillen.”

Noor probeerde meteen haar neus te laten trillen. Het lukte niet. Ze keek beledigd naar haar eigen gezicht.

Timo grinnikte. “Hebt u ook iets dat werkt voor normale mensen?”

Mira boog zich naar hen toe. “Een spel zonder verliezers moet geen strijd zijn. Geen ‘ik tegen jij'. Misschien ‘wij tegen…'”

“De tijd?” stelde Noor voor. “Of tegen een enorme meeuw die alle friet steelt?”

Alsof de wereld meeluisterde, scheerde er op dat moment een meeuw over met een patatje in zijn snavel. Een man riep: “Hé! Dat was mijn lunch!”

Mira lachte. “Zie je? Carnaval geeft meteen voorbeelden. Maar luister: een spel zonder verliezers heeft een beloning die je kunt delen.”

Timo dacht aan de huilende jongen bij de knuffelbeer. Hij dacht aan al die handen die munten vasthielden, hopen en hopen op nét dat geluk. “Ik wil dat je niet afhankelijk bent van geluk,” zei hij. “En ook niet van kracht.”

Noor keek naar Timo's cape. “Je wil dus eigenlijk een spel dat beloont omdat je meedoet.”

“Ja!” Timo knipte met zijn vingers. “Meedoen is winnen.”

Mira gaf hem een kleine stoffen zak, zacht en leeg. “Neem deze. Vul hem met iets dat iedereen vrolijk maakt.”

Timo keek erin. “Lucht?”

“Lucht kan al genoeg zijn,” zei Mira geheimzinnig. “Maar vandaag waait er meer dan lucht.”

Noor pakte de zak even vast. “We vullen hem met… confetti?”

Mira's ogen twinkelden. “Misschien. Of met iets dat daarop lijkt. Vergeet niet: de zee houdt van verrassingen.”

Timo stopte de zak in zijn zak, alsof hij een schat bewaarde. “Kom,” zei hij tegen Noor. “We gaan een spel bouwen van muziek, stappen en… glitters.”

Noor knikte. “En van meeuwen die friet teruggeven.”

“Dat wordt het moeilijkste onderdeel,” zei Timo ernstig.

Hoofdstuk 3

Ze vonden een plekje waar de zeedijk breder werd, vlak bij een groep straatmuzikanten. Een jongen sloeg op een cajón, een meisje speelde viool, en iemand met een ukelele zong over een zeemeermin die haar sokken kwijt was.

Timo ging op zijn hurken zitten en tekende met krijt een groot pad op de stenen: cirkels, pijlen, golfjes. Hij maakte vakjes met woorden: DANS, LACH, GEEF EEN HIGH-FIVE, DOE EEN VISSENPAS, ZEG IETS AARDIGS.

Noor keek mee. “Dat lijkt op ganzenbord, maar dan… vrolijker.”

“Het heet ‘De Mee-Maak-Mars',” zei Timo. “Je gaat vooruit door iets leuks te doen. En als je een vakje mist?”

“Dan verlies je,” zei Noor automatisch.

“Nee,” zei Timo. “Dan help je iemand anders. Je bent nooit klaar met winnen, je wint samen.”

Noor kneep haar ogen samen, alsof ze een puzzel proefde. “Maar hoe bepaal je wie er ‘wint'?”

Timo tikte op zijn lege zak. “Iedereen die het hele pad loopt, mag iets uit de zak halen.”

Noor keek naar de lege zak alsof hij haar uitlachte. “Timo… er zit niks in.”

“Precies,” zei Timo. “We moeten hem vullen met iets dat je kunt delen. Confetti bijvoorbeeld. Maar niet zomaar confetti.”

Op dat moment stapte een oudere man voorbij met een kar vol carnavalsmaskers. Hij droeg een enorm masker op zijn eigen hoofd: een lachend gezicht met een snor die krulde als golven.

“Maskers te koop!” riep de man. “Voor iedereen een ander gezicht!”

Timo riep terug: “Meneer! Heeft u ook een gezicht voor een spel zonder verliezers?”

De man stopte, keek naar Timo en Noor, en schudde langzaam zijn hoofd. “Spel zonder verliezers… Dat klinkt als een wedstrijd waarbij niemand hoeft te doen alsof hij de beste is.”

“Ja!” zei Timo.

De man haalde een handvol kleine papieren vormpjes uit zijn jaszak. “Ik heb iets beters dan een gezicht. Ik heb woorden.”

Hij gaf Noor een rood papiertje in de vorm van een schelp. Daarop stond: JIJ KUNT GOED LUISTEREN.

Hij gaf Timo een blauw papiertje in de vorm van een vis. Daarop stond: JIJ BENT SLIM MET IDEEËN.

Noor keek even stil naar haar schelp. “Hé… dat is eigenlijk best leuk.”

“Dat,” zei de man, “is confetti die niet alleen valt, maar ook blijft hangen.”

Timo voelde iets warm in zijn borst, alsof de muziek daar een klein kampvuur had aangestoken. “Mogen we meer van die… woord-confetti?”

De man knipoogde. “Als jullie beloven ze te strooien, niet te bewaren.”

Timo stak zijn hand uit. “Deal.”

Ze kregen een stapel papieren vormpjes: sterren, schelpen, golven, zeepaardjes. Op elk stond een korte zin: JIJ HEBT DURF. JIJ MAAKT GRAPPEN. JIJ DEELT EERLIJK. JIJ ZIET ANDEREN.

Noor fluisterde: “Dit is eigenlijk een beetje magisch.”

Timo stopte de woord-confetti in de stoffen zak. De zak voelde meteen zwaarder, alsof complimenten gewicht hadden.

“Oké,” zei Timo. “Nu hebben we een prijs die geen prijs is, maar een cadeautje.”

Noor sprong op een vakje waar DANS stond en deed een rare krab-dans. Een paar kleine kinderen schoten in de lach.

Timo wees. “Zie je? Dat is al winst.”

Hoofdstuk 4

Ze zetten de Mee-Maak-Mars in elkaar alsof ze een mini-carnaval bouwden. Noor riep kinderen bij elkaar, Timo legde regels uit in korte, snelle zinnen, want anders ging iedereen alweer naar de suikerspinnen.

“Luister!” riep Noor. “Dit spel heeft geen verliezers!”

Een jongen met een tijgerpak riep: “Dat zeggen ze allemaal!”

Timo stapte naar voren. “Oké, test ons dan. Je moet één ding weten: als je iets niet durft, kies je een ‘vriendenkaart'.”

“Wat is dat?” vroeg een meisje met een glitterpruik.

Timo wees naar een vakje: VRIENDENKAART. “Dan mag je iemand vragen om het samen te doen. Samen telt dubbel.”

De tijgerjongen snoof, maar zijn ogen waren nieuwsgierig. “En wat krijg je als je ‘wint'?”

Noor hield de stoffen zak omhoog. “Een stuk confetti.”

De tijgerjongen grijnsde. “Een papiertje? Serieus?”

Timo knikte. “Serieus. Maar het is geen gewoon papiertje.”

De vioolmuziek zwol aan, alsof ze wilde helpen. De zee tikte ritmisch mee. De eerste speler gooide een dobbelsteen die Timo had geleend van een kraamhouder. Het ding rolde en stuiterde, alsof het ook zin had in feest.

“Vier!” riep het meisje met de glitterpruik. Ze sprong vier vakjes: LACH, DOE EEN VISSENPAS, ZEG IETS AARDIGS, DANS.

Bij ZEG IETS AARDIGS keek ze rond. Even aarzelde ze, maar toen zei ze tegen Noor: “Jij hebt echt coole schoenen. Ze glimmen als disco's.”

Noor's wangen werden roze. “Dank je!”

Het meisje danste daarna alsof haar voeten bubbels maakten. Iedereen klapte.

De tijgerjongen was de volgende. Hij gooide een zes en belandde op: DOE EEN HIGH-FIVE, DOE EEN VISSENPAS, VRIENDENKAART, ZEG IETS AARDIGS, LACH, DANS.

Bij VRIENDENKAART bleef hij staan. “Ik wil niemand vragen,” mopperde hij.

Timo trok zijn schouders op. “Hoeft niet. Maar dan kies je een makkelijker vakje: ZEG ‘IK DOE MEE'.”

De tijgerjongen keek naar de grond, toen naar de groep. “Ik… doe mee,” zei hij zacht.

Noor stak haar hand uit. “High-five dan, tijger.”

De tijgerjongen glimlachte onverwacht groot en gaf haar een harde klap tegen haar hand. “Oké, dit spel is minder stom dan ik dacht.”

Toen de eerste spelers het einde bereikten, mocht iedereen een woord-confetti uit de zak halen. Ze lazen hardop wat erop stond, en je zag hoe hun schouders soms ineens rechter gingen staan.

“Jij bent een doorzetter!” las de tijgerjongen. Hij deed alsof het hem niks deed, maar hij stopte het papiertje voorzichtig in zijn borstzak.

Een jongetje met een piratenhoed kreeg: JIJ KUNT GOED DELEN. Hij keek naar zijn zusje en gaf haar meteen de helft van zijn popcorn.

Noor fluisterde tegen Timo: “Kijk eens… ze worden gewoon aardiger.”

Timo keek naar zijn krijtpad, naar de lachende groep, naar de muziek die alles optilde. “Het werkt,” zei hij. “Maar we hebben nog één probleem.”

Noor keek in de zak. “We raken door de confetti heen.”

Timo knikte. “En ik wil dat niemand te laat komt en niks krijgt.”

Noor dacht na. “Dan moeten we iets vinden dat oneindig is.”

Timo keek naar de zee. “Golven,” zei hij. “En… verhalen. En… nieuwe woorden.”

Noor grijnsde. “Dus we gaan zelf confetti maken.”

“Ja,” zei Timo. “We gaan complimenten vangen zoals je schelpen vindt.”

Hoofdstuk 5

Ze verzamelden een klein team: de tijgerjongen (hij bleek Sem te heten), het meisje met de glitterpruik (Lina), en de piratenjongen (Bram). Ze gingen bij een bankje zitten met een stapel lege papiertjes die Noor uit haar tas toverde. Niemand wist waarom ze die altijd bij zich had; Noor zei alleen: “Voor noodgevallen en briljante momenten.”

“Oké,” zei Timo. “Regel één: het moet echt zijn. Geen ‘leuk haar' als je het niet meent.”

Sem fronste. “Maar haar is soms wél leuk.”

“Dan mag het,” zei Noor snel. “Maar je moet het kunnen uitleggen.”

Bram stak zijn hand op alsof hij op school zat. “Mag het ook grappig zijn? Zoals: JIJ KUNT ZO HARD LACHEN DAT MIJN OREN MEEDANSEN.”

Lina giechelde. “Ja! Dat wil ik krijgen.”

Ze begonnen te schrijven. Papiertjes werden sterren en schelpen en vissen, geknipt met een schaar die Bram uit zijn piratenzak haalde alsof het een zwaard was.

De fanfare kwam weer voorbij, nu dichterbij. Een trompettist knipoogde naar Noor. Noor deed alsof ze flauwviel. Sem riep: “Ze is geraakt door de trompetstraal!”

Timo lachte zo hard dat hij bijna de stoffen zak liet vallen. “Zie je, Sem? Dat is precies het soort lach dat oren laat dansen.”

Langzaam vulde de zak zich opnieuw, niet alleen met papiertjes, maar met iets wat je niet kon knippen: aandacht. Iedereen keek beter naar elkaar. Ze zochten niet naar fouten, maar naar kleine heldendaden.

Lina schreef: JIJ DURFT NIEUWE MENSEN AAN TE SPREKEN.

Bram schreef: JIJ KUNT KALM BLIJVEN ALS HET DRUK IS.

Sem schreef na lang nadenken: JIJ BENT GOED IN PLANNEN, OOK AL DOE JE GEK.

Hij gaf die aan Timo. Timo voelde zich ineens alsof zijn cape nóg groener werd.

Later die middag kwam er een onverwachte uitdaging: een groep oudere tieners liep langs en keek spottend naar het krijtpad.

“Wat is dit, kleutersportdag?” zei er eentje met een masker van een haai.

Noor rechtte haar rug. “Het is een spel zonder verliezers.”

De haai snoof. “Dan is het saai.”

Timo stapte naar voren. Zijn hart tikte sneller, maar hij hoorde de muziek en bedacht: carnaval is een plek waar je dapper mag doen.

“Saai?” zei Timo. “Oké. Extra regel: als je meedoet, moet je iemand die je niet kent een compliment geven. Durf je dat?”

De haai keek naar zijn vrienden. Ze wilden niet afgaan. “Tuurlijk,” zei hij.

Hij gooide. Hij landde op ZEG IETS AARDIGS. Even stond hij vast, alsof zijn haaientanden niet geschikt waren voor vriendelijke woorden.

Bram fluisterde: “Vriendenkaart.”

De haai zuchtte, keek naar Noor, en mompelde: “Je… je hebt een sterke stem. Je laat mensen luisteren.”

Noor knipperde, verrast. “Dank je.”

De vrienden van de haai deden ook mee. Ze grinnikten eerst, maar toen ze een woord-confetti kregen, werden ze stiller. Eén las: JIJ KUNT LEIDEN ZONDER TE DUWEN. Hij stopte het snel weg, alsof het te eerlijk was om hardop te dragen.

Toen ze wegliepen, zei de haai nog: “Oké. Dit was niet saai.”

Sem stootte Timo aan. “Je hebt net een haai tam gemaakt.”

Timo grijnsde. “Met confetti.”

De zon zakte langzaam, en lampjes langs de zeedijk sprongen aan. Het licht werd goud, alsof de avond zelf een kostuum aantrok.

Hoofdstuk 6

Toen de avondparade begon, werd de hele boulevard een bewegend schilderij. Er kwamen praalwagens met reuzenbloemen, een draak van papier-maché die rook blies van zeepbellen, en dansers met lichtgevende schoenen die sporen in de lucht leken te tekenen.

Timo en Noor liepen mee met hun team, de stoffen zak stevig in Timo's hand. Bij elke bocht kwamen nieuwe spelers erbij. Het krijtpad was inmiddels uitgeveegd door duizenden voeten, maar dat maakte niet uit: de Mee-Maak-Mars leefde nu in de groep.

“Nieuwe ronde!” riep Noor. “Je hoeft niet te weten waar de vakjes zijn. Je luistert gewoon naar de opdrachten!”

Timo riep: “Opdracht één: doe een gekke stap alsof je sokken van pudding zijn!”

Mensen deden mee. Zelfs een mevrouw met een chique verenboa waggelde alsof ze over warme pannenkoeken liep. Iemand riep: “Mijn pudding-sok glijdt!”

De muziek zwol, de zee ruiste als applaus, en Timo voelde zich lichter dan zijn cape.

Bij een rustige plek, net voorbij de draak, kwam Mira weer tevoorschijn. Haar lintenjurk wapperde alsof ze van feeststof gemaakt was.

“En?” vroeg ze. “Heb je je spel gevonden?”

Timo hield de zak omhoog. “Het spel is overal geworden.”

Mira keek in de zak en zag de woord-confetti. Ze knikte. “Mooi. En nu komt het laatste stukje.”

Noor keek verward. “Laatste stukje?”

Mira wees naar de hemel, waar de eerste vuurwerksterren alvast oefenden met kleine knettertjes. “Aan het eind van carnaval blijft er altijd iets over. Een liedje in je hoofd. Zand in je schoenen. En… een zak die leeg mag zijn.”

Timo keek naar zijn zak. Hij dacht aan zijn eerste idee: iedereen moet iets kunnen halen. Hij dacht aan al die handen die al een papiertje hadden gekregen, aan al die glimlachen die waren blijven plakken.

Sem kwam aanrennen. “Timo! We zijn bijna door de confetti heen!”

Bram riep: “Maar er staan nog mensen!”

Timo voelde even paniek, als een trom die te snel roffelt. Toen dacht hij aan wat hij zelf had gezegd: verhalen zijn oneindig.

“Oké,” zei hij. “Nieuwe regel: als de zak leeg is, maak je zelf confetti door het hardop te zeggen.”

Noor knikte meteen. “Ja! Je pakt een onzichtbaar papiertje en schrijft het in de lucht.”

Timo sprong op een lage muur en riep: “Luister iedereen! De zak is bijna leeg. Maar het spel stopt niet. Vanaf nu strooien we complimenten zonder papier!”

Er viel een korte stilte, zoals vlak voor een liedje begint. Toen riep Lina: “Ik begin! Sem, jij hebt echt lef. Je deed mee terwijl je eerst stoer wilde doen.”

Sem grijnsde. “Oké dan. Noor, jij krijgt mensen mee zonder te commanderen.”

Bram riep: “Timo, jij maakt van regels een feestje!”

Een man in een matrozenpak zei tegen een klein meisje: “Jij danst alsof je een golf bent, en ik word er vrolijk van.”

Het meisje lachte en zei tegen de man: “En jij ruikt naar zee en avontuur!”

Overal vlogen woorden door de lucht, als confetti die je niet hoefde op te ruimen. Timo voelde zijn borst vol worden, alsof hij zelf een zak was die zich steeds opnieuw vulde.

En toen, precies toen het vuurwerk echt losbarstte en de zee het licht terugkaatste, keek Timo in zijn stoffen zak.

Hij was leeg.

Leeg en toch perfect.

Timo kneep erin en voelde niets behalve zachte stof en de warmte van zijn hand. Hij glimlachte zo breed dat Noor hem een por gaf.

“Waarom kijk je zo blij naar een lege zak?” vroeg ze.

“Omdat hij niet leeg is,” zei Timo. “Hij is… op.”

Noor lachte. “Dat is het raarste compliment dat ik ooit aan een zak heb gehoord.”

Timo sloeg een arm om haar schouders terwijl de muziek verder danste. “We hebben het gehaald,” zei hij. “Een spel zonder verliezers.”

Sem kwam erbij staan. “En niemand heeft gehuild.”

Bram zei: “Behalve die meeuw misschien, omdat niemand friet had.”

Alsof het het laatste grapje van de avond was, vloog de bekende meeuw over en liet—plop—een verdwaald confettisterretje vallen dat ergens aan zijn poot was blijven plakken. Het dwarrelde precies in Timo's lege zak.

Noor proestte het uit. “Kijk nou! Zelfs de meeuw doet mee!”

Timo hield de zak omhoog. Eén enkel sterretje lag erin, klein en dapper.

“Dat,” zei Timo zacht, “is de bonusronde van het leven.”

De fanfare speelde een laatste, sprankelende melodie. De zee zong mee. En Timo liep verder langs de zeedijk met een lege, gelukkige confettizak, vol vriendschap die nergens op papier hoefde te passen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Zeedijk
Een hoge strook land bij de zee die mensen beschermt tegen water en golven.
Pailletten
Kleine glanzende schijfjes die op kleding worden geplakt om te schitteren.
Accordeon
Een muziekinstrument dat lucht in en uit duwt en geluid maakt met knoppen.
Cajón
Een houten kist waar je op slaat om ritme en drumgeluiden te maken.
Ukelele
Een klein snaarinstrument, lijkt op een kleine gitaar, geluid is zacht en vrolijk.
Papier-maché
Materialen gemaakt van papier en lijm die nat worden en dan hard drogen.
Fanfare
Een groep muzikanten die blaas- en slagwerkinstrumenten samen speelt bij feest.
Praalwagens
Grote versierde wagens die in optochten en feesten parade rijden.
Avondparade
Een optocht of stoet die ’s avonds plaatsvindt met licht en muziek.
Confetti
Kleine gekleurde papiertjes die worden gegooid bij feestelijke momenten.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Carnavalverhalen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.