Bezig met laden...
Sprookje 5/6 jaar Lezen 12 min.

De jongen die het licht weggaf

In een stil dorp waar niemand kan spreken, woont de jonge Linde met zijn grootmoeder. Wanneer haar leven in gevaar komt door een donkere wolk, gaat Linde op zoek naar magisch licht om haar te redden.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een jonge man genaamd Linde, met gouden haar en stralende ogen, staat met een dappere en vriendelijke glimlach. Hij houdt een kleine lamp tegen zijn borst. Naast hem zit zijn grootmoeder, een oude vrouw met zilvergrijs haar en fonkelende ogen, die hem teder aankijkt. Ze zit op een houten bank dicht bij Linde. Op de achtergrond is een vredig dorp met huizen met rieten daken en een oude fontein waar het water glinstert in de zon. De scène toont Linde die het licht van zijn lamp deelt, waardoor het gezicht van zijn grootmoeder zacht wordt verlicht en een zachte gloed om hen heen verspreidt. meld een probleem met deze afbeelding

Begin van het dorp

In een stil dorp, waar de bomen leken te luisteren en de huizen fluisterden, woonde Linde met zijn grootmoeder. Niemand kon er praten. Hun monden waren zacht als gesloten schelpen. Ze glimlachten. Ze zongen met hun ogen. De stilte lag als een warme deken over de straatjes.

Linde was een jonge man met handen als bladeren. Zijn haar glansde als graan in de zon en zijn hart was een kleine lamp die altijd brandde. Grootmoeder kende alle verhalen van de wereld. Ze vertelde ze met haar vingers in de lucht en met haar ogen vol sterren. Linde leerde elk gebaar. Ze gingen vaak naar het plein. Daar stond een oude fontein waar water als een zilveren draad viel. Kinderen luisterden naar de geluiden van de rivier met hun hand op hun borst. De stilte maakte alles zacht en helder.

Op een morgen kwam er een donkere wolk. Het was geen regendruppel of storm. De wolk kroop als een grote schaduw over het dorp. Hij rook naar koude meren en naar vergeten nachten. De wolk vond grootmoeder. Hij kroop om haar heen als een deken gemaakt van lood. Haar kleur smolt. Haar handen werden licht als papieren bootjes. Haar ogen verloren een beetje van hun sterren.

De mensen keken zonder woorden. Hun gezichten waren zwaar. De stilte voelde ineens koud. Linde voelde iets in zijn borst als een klein vogeltje dat bang trilde. Hij pakte grootmoeders hand. Ze kneep zacht met haar vingers. Haar ogen zeiden: “Ga.” Linde knikte. Zijn lampje in zijn hart flikkerde. Hij wist dat hij moest gaan.

De reis naar het eerste licht

Linde liep weg van het dorp en de fontein. Hij liep langs velden waar de bloemen hun hoofden laag hielden. De bomen keken hem na met takken als lange armen. Op de weg vond hij kleine dingen die licht gaven: een glimlach op een steen, het sleeplicht van een slak, en de glans op een vogelveer. Hij raapte ze op en bewaarde ze in zijn jas. Ze waren klein, maar ze maakten zijn hart warm.

Die nacht kwam Linde bij het Witte Bos. De bomen daar waren oud als verhalen. Hun bladeren klapperden zonder geluid en maakten schaduwen die leken op spelende kinderen. In het midden van het bos stond een boom met een deur. Linde duwde. De deur piepte als een muis. Binnen woonde de Lampenfee. Zij was klein en haar vleugels waren van vloeibaar goud. Haar stem klonk als een belletje, maar Linde kon niet horen. Hij keek naar haar en zij glimlachte.

De Lampenfee liet hem een lamp zien. Niet een gewone lamp, maar een lamp die leek op een maan in een potje. De lamp gaf licht dat rook naar warme broodjes en naar oma's verhalen. Linde voelde zijn lampje in zijn borst tintelen. “Als je dit licht neemt,” zei de Lampenfee met haar handen, “wees zacht. Licht kan helen. Maar licht heeft een prijs: het wil gegeven worden.”

Linde knikte. Hij hield de lamp tegen zijn borst. Het licht vloog niet. Het nestelde zich zacht als een vogel in zijn kamer van ribben. Linde voelde kracht in zijn vingers. Hij bedankte de fee met een buiging en liep verder. Zijn lamp in de hand leek te zingen met kleuren die alleen zijn hart kon zien.

Op de weg kwam een kleine man die zijn schaduw kwijt was. De man liep in cirkels en hij keek met lege ogen. Linde gaf hem wat van het nieuwe licht. De man glimlachte met zijn hele gezicht en vond zijn schaduw terug. De weg werd helderder. Linde voelde zich lichter, alsof hij zijn jas had uitgetrokken.

Het hart van de wolk

Dagen later kwam Linde bij de rand van een moeras. Het moeras ademde kou. Middenin stond de donkere wolk als een kasteel van grijs. Linde voelde een rilling. De wolk zong geen lied. Hij rook naar vergeten leningen en naar nachten zonder maan. Grootmoeders naam lag als een warme steen in zijn borst. Hij ging verder.

In het moeras leefde een Rouwkraai. De vogel had veren van inkt en ogen als kersenpitten. Hij hield de wolk in leven met zijn schreeuwloze roep. Linde zag de vogel en voelde begrip. De Rouwkraai huilde niet met geluid, maar met kleine stenen die op de grond vielen. Linde knielde. Hij gaf de kraai een stukje van zijn lamp. Het stukje licht was klein, als een parel. De kraai nam het en zijn veren leken minder zwart. Hij fladderde zacht en liet zijn stenen huilen verdwijnen in de aarde. De wolk schudde even. Een draadje licht brak los.

Linde liep verder, steeds verder het hart van de wolk in. De lucht was zwaar. Zijn voeten zakten in de modder. Hij haalde diep adem. Zijn lamp in zijn borst voelde als een huis met de deuren open. Hij nam het grote potjelicht van de Lampenfee. Het leek te verlangen naar iets. Linde herinnerde zich grootmoeders handen. Hij herinnerde zich haar verhalen, haar melk met honing, haar lach die als een deken was. Het licht trok in zijn handen.

“Licht is als liefde,” dacht Linde. “Het wordt sterker als je het deelt.” Hij deed het lampje voorzichtig open. Stralen glipten naar buiten als spinnenwebben van goud. Ze krompen niet. Ze dansten als vlinders en staken de wolk met zachte vingers. De wolk begon te trillen. De donkere kasteelmuren begonnen te smelten tot grijze mist.

Maar de mist had honger. Hij boog zich naar Linde. Hij vroeg niet met woorden, maar met de kilte van lege kamers. De mist probeerde Linde zijn lamp af te nemen. Linde hield vast. Zijn handen werden warm. Hij voelde dat hij delen moest. Met een moed als gesmolten metaal gaf hij een deel van zijn eigen licht weg, het kleine lampje in zijn borst. Het gleed naar buiten als een goudkleurig kiezelsteentje. Het vloog naar grootmoeder.

De wolk rook plots naar zonnestralen en naar verse soep. Hij kon niet meer blijven. Langzaam trok hij zich terug, alsof iemand een gordijn wegschuift. De Rouwkraai vloog op en zong niets, maar zijn ogen lachten. De wolk viel uit elkaar en werd een zachte regen van licht.

Thuis met licht

Linde keerde terug naar het dorp met weinig licht in zijn handen en warmte in zijn borst. De mensen stonden buiten en keken. Grootmoeder leunde bijna. Haar huid was zwak, maar er was iets nieuw in haar ogen: een sprankel van hoop. Toen Linde dichter kwam, voelde hij dat zijn kleine lamp in zijn borst bijna uit was. Hij knielde bij grootmoeder. Zonder woorden legde hij zijn koude hand op haar voorhoofd. Een fluistering van licht die niemand hoorde trok tussen hun vingers. Grootmoeder opende haar mond en glimlachte. Haar lippen vormden een woord dat hij nooit had gehoord, maar dat als kunst uitlichtte: “Dank.”

Grootmoeder stond op. Haar adem was als warme wol. Ze lachte met haar hele lijf. De mensen renden en omhelsden Linde en grootmoeder. De stilte in het dorp veranderde. Het was nog steeds stil, maar de stilten waren nu als zachte muziek. De lichthangers in de huizen brandden helderder. De fontein glansde als een spiegel voor de sterren.

Linde voelde zijn lamp in zijn borst klein worden. Hij had weggegeven wat hij droeg. Zijn stappen waren licht als veertjes. Iedereen wilde iets geven terug. Een vrouw gaf hem een kaart met bloemen getekend. Een jongen gaf hem een holle dennenappel vol zoete lucht. Grootmoeder nam zijn hand en drukte er iets in. Het was een klein stukje stof, oud en vol verhalen. In het midden zat een heel klein steentje dat lachte. Het was geen groot licht, maar toen Linde het tegen zijn borst hield, voelde zijn hart weer een klein vonkje.

De dorpelingen leerden iets die dag. Ze leken op een tuin die nieuw water kreeg. Ze hadden gezien hoe iemand zijn licht deelde en dat dat licht niet verdwenen was. Het licht werd groter in de handen van de anderen. Het was als een vuur dat groeit als je het deelt. Kinderen legden hun handen op elkaars schouders en maakten tekeningen met hun ogen. Grootmoeder vertelde haar verhalen met haar vingers en de sterren in haar ogen. Linde luisterde en lachte.

De wolk kwam nooit meer terug. Als er eens een donkere dag kwam, dan gingen de mensen naar de fontein en hielden elkaars handen vast. Ze deelden brood, liedjes met hun ogen en kleine lampjes die ze zelf maakten van dromen en touw. Linde wandelde langs de straatjes. Zijn hart brandde nu zacht, niet vlammend. Hij voelde zich vol en leeg tegelijk. Vol van liefde en leeg van het grote licht dat hij had gegeven. Dat maakte hem stil en blij.

Op een nacht keek Linde omhoog naar de maan. De maan glimlachte als een oude vriend. Een klein lichtje in de lucht leek te knipperen en het was alsof grootmoeder fluisterde met haar ogen: “Je bent moedig.” Linde glimlachte terug. Hij voelde dat hij iets geleerd had dat belangrijker was dan veel gouden dingen. Hij wist nu dat licht geen bezit was, maar een reis. Het vond mensen, en mensen vonden het weer terug als ze elkaar hielpen.

Vanaf die dag droeg Linde geen zware lamp meer. Hij droeg een hart dat leerde delen. En wanneer iemand in het dorp moed of licht nodig had, liep Linde stil naar hen toe. Hij gaf wat hij had: een glimlach die je kon voelen, een stukje hoop, een kleine handvol zon. Het maakte hem groot in de ogen van de kinderen en zacht in de ogen van de ouderen.

En zo leefden ze verder, in een dorp waar de stilte warm was en waar licht niet meer alleen in potjes woonde, maar in handen en in borstkasjes. De moraal van het verhaal fluisterde iedere avond over de daken: geef je licht weg, en het zal altijd terugkomen, niet op dezelfde manier, maar in honderd kleine nieuwe lichten die samen de wereld helderder maken.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Fluisterden
Ze zeiden iets zacht, bijna zonder geluid, alsof je het nauwelijks hoort.
Glansde
Het licht reflecteerde en maakte iets mooi en glanzend.
Smolt
Iets hard werd zacht en vloeibaar, zoals sneeuw die smelt.
Nestelde
Het kroop zacht en vond een plekje om te blijven zitten of liggen.
Modder
Zachte, natte aarde die plakt aan je schoenen.
Moeras
Een nat en drassig stuk land met veel water en modder.
Schreeuwloze
Zonder schreeuwen, iets wat niet luid kan roepen of geluid maakt.
Knielde
Op één of beide knieën gaan zitten, vaak om iets te doen of te groeten.
Parel
Een klein, rond en glanzend bolletje, vaak mooi en waardevol.
Mist
Dunne wolken dicht bij de grond, waardoor je minder ver ziet.
Kasteel
Een groot en sterk huis met hoge muren, vroeger voor belangrijke mensen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Magische sprookjes voor 5/6 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.