De ochtend van kleine Lepel
Lepel woont in de keukenla. Het is daar donker en gezellig.
Elke ochtend schuift de la zacht open. Dan zingt de waterkoker: “Sssst… ik ben warm.”
Kopje glimlacht. Bord doet alsof hij een trommel is: “Tok, tok.”
Vandaag is Lepel een beetje wiebelig.
Op het aanrecht staat een kom met havermout. Dikker dan gisteren. Plakkerig.
Lepel kijkt ernaar en slikt. Dat kan toch nooit netjes?
“Je hoeft niet perfect te zijn,” zegt Kopje lief. “Je hoeft alleen te proberen.”
“Proberen, proberen,” neuriet Waterkoker.
Bord lacht: “En als je knoeit, noem ik het gewoon moderne kunst.”
Lepel moet lachen. Een klein lachje.
“Oké,” fluistert Lepel. “Ik probeer het.”
Proberen in kleine stapjes
Lepel klimt in de kom. De havermout voelt warm en zacht.
Lepel schept een beetje. Een klein beetje.
Het trilt. Het glijdt bijna weg.
“Oeps,” zegt Lepel. Er valt een drup op het aanrecht.
Kopje zegt meteen: “Dat is niet erg. Dat is één drup.”
Waterkoker zegt: “Adem in… adem uit… rustig maar.”
Bord zegt: “Eén drup is geen ramp. Eén drup is een stap.”
Lepel kijkt naar de drup.
Dan kijkt Lepel naar zichzelf.
“Ik heb het geprobeerd,” zegt Lepel zacht. “Ik heb echt geprobeerd.”
Nog een schepje. Nog een klein schepje.
Dit keer houdt Lepel de steel steviger vast.
Langzaam. Heel langzaam.
En ja… het blijft liggen.
“Zie je!” zegt Kopje. “Je kan het al een beetje.”
Lepel voelt iets warms vanbinnen. Trots-warm.
Dan komt de grote uitdaging: roeren.
De havermout is dik, alsof hij “nee” zegt.
Lepel duwt. De kom duwt terug.
“Misschien moet je het stap voor stap doen,” zegt Waterkoker.
“Eén rondje,” zegt Bord. “Niet honderd.”
Lepel knikt. “Eén rondje.”
Lepel roert één rondje. Het gaat zwaar, maar het gaat.
Dan nog één rondje. En nog één.
Lepel maakt kleine cirkels, alsof Lepel een rustig liedje tekent.
“Proberen mag,” zegt Kopje.
“Foutjes mogen,” zegt Waterkoker.
“En lachen helpt,” zegt Bord, en hij maakt een gek ‘boink'-geluid.
Lepel lacht weer. En roert verder.
De havermout wordt gladder. Zachter. Netter.
Niet perfect. Wel echt.
Een zekere stap naar de avond
Later ligt Lepel schoon op een doek. Fris en glimmend.
De keuken is stil. De lichtjes zijn zacht.
Kopje zegt: “Wat heb je vandaag geleerd?”
Lepel denkt even. Dan zegt Lepel:
“Ik kan meer dan ik denk. Als ik rustig begin. Als ik kleine stapjes maak.”
Waterkoker fluistert: “En als het niet meteen lukt?”
Lepel glimlacht. “Dan probeer ik nog eens. En ik zeg: goed gedaan, Lepel.”
Bord tikt zacht: “Tok, tok. Applaus voor jou.”
Lepel voelt zich groot vanbinnen, ook al is Lepel klein.
Morgen komt er weer een kom. Misschien pap, misschien soep.
En Lepel weet het al: eerst één schepje. Dan één rondje.
Lepel sluit de ogen.
“Goed gedaan dat ik het probeerde,” zegt Lepel nog één keer.
En met een rustige, zekere stap in het hart valt Lepel in een fijne, stille slaap.